Het recyclen van plastic afval bij sorteerbedrijf Attero in Wijster. In Europa maken verpakkingen naar schatting 40 procent uit van al het plastic dat jaarlijks op de markt komt. De rest zit bijvoorbeeld in woningbouw (20 procent) en voertuigen (9 procent).

Foto Daniël Niessen

Hoe je kratten en bloembakken maakt uit plastic prut

Recycling In 2030 moeten alle plastic verpakkingen te recyclen zijn tot tuinmeubelen of emmers. Gaat dit lukken? Drie obstakels op een rij, plus de oplossing.

Vuile, ingedeukte en aan elkaar plakkende plastic verpakkingen zitten er in de witte bigbag die Ulphard Thoden van Velzen opentrekt. Hij is materiaaltechnoloog aan de Wageningen University & Research, net als zijn collega Karin Molenveld naast hem. Ze onderzoeken de samenstelling van huishoudelijk plastic afval: flessen, zakken, schaaltjes, flacons, doppen. En ze analyseren in hoeverre alles te recyclen valt. Dat doen ze onder andere hier, in wat ze „het stinklab” noemen. „Het ruikt hier niet altijd even fris door alle troep die met het plastic meekomt. Etenresten, luiers”, zegt Thoden van Velzen, die geldt als dé plastic-afvalexpert van Nederland.

Vorige maand presenteerde de Europese Commissie nieuwe plannen om het plastic afval terug te dringen. Zo moeten in 2030 alle plastic verpakkingen te recyclen zijn. Prompt kondigden elf multinationals, waaronder Unilever, Walmart en L’Oreal, aan dat al hun plastic verpakkingen uiterlijk 2025 van recyclebaar plastic gemaakt zullen zijn.

Is dat haalbaar?

Thoden van Velzen en Molenveld hebben er een hard hoofd in. „De multinationals zal het wel lukken, die hebben er het geld voor”, zegt Molenveld. Maar het midden- en kleinbedrijf? Of Europese lidstaten? Molenveld: „Zelfs voor Nederland wordt het erg lastig.” En dat loopt qua recycling in Europa mee voorop, zegt ze. Maar ook hier gaat nog van alles mis wat beter kan.

De drie belangrijkste problemen. En mogelijke oplossingen.

Het sorteren van verschillende soorten plastic met behulp van lampen en sensoren. Die kunnen op basis van gereflecteerd licht in het nabije infrarood ‘zien’ wat bijvoorbeeld de drinkkartonnen zijn. Die kartonnen verpakkingen worden vervolgens van de transportband afgeblazen.
Daniël Niessen

Lastige verpakkingen

Van alle plastic verpakkingen op de Nederlandse markt is 28 procent slecht recyclebaar. Dat blijkt uit een afgelopen december gepubliceerd rapport dat Thoden van Velzen schreef met collega Marieke Brouwer. Slecht recyclebaar zijn bijvoorbeeld de PVC-doordrukstrips voor kauwgom of medicijnen. Hetzelfde geldt voor gelamineerde producten, die uit meerdere lagen van verschillende materialen zijn opgebouwd. Zoals zakken met een buitenkant van polypropyleen en een dun aluminium laagje aan de binnenkant, voor chips, kattenvoer, soep. „Of denk aan voorverpakt stokbrood in een folie van polyamide en polyethyleen”, zegt Thoden van Velzen. Voor al deze verpakkingen zijn nog geen alternatieven. „Gaan we die producten dan maar verbieden? Dat kan natuurlijk niet.”

Daarnaast zijn er verpakkingen die weliswaar uit maar één soort plastic bestaan (bijvoorbeeld polyethyleen of polypropyleen), maar waar nog andere chemicaliën aan zijn toegevoegd: een kleurstof, een beschermer tegen uv-schade, een kleeflaag, een anti-fogmiddel zodat de folie niet beslaat in vochtige lucht. „Zo kom je aan zo’n 250 plastics met een verschillende samenstelling. Producenten hebben de vrijheid hun eigen plastic te maken”, zegt Peter Rem, hoogleraar grondstoffen en recycling aan de TU Delft. Nadeel is dat al die toevoegingen kunnen gaan mengen bij de recycling. En dat is weer een van de redenen waarom producenten van verpakkingen de voorkeur geven aan nieuw in plaats van gerecycled plastic. Want dat voldoet dan niet aan de eisen, het ruikt anders, of ‘voelt’ anders. Die ontnuchterende conclusie trok het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken (KIDV) vorig jaar augustus in een rapport, na een uitgebreid onderzoek van de kunststofketen. Ontnuchterend is het ook omdat verpakkingen in de toekomst alleen maar complexer worden, zo verwacht het instituut. Ze worden slimmer: met anti-allergenen erin, zelfherstellende kunststoffen, of geïntegreerde elektronica om bijvoorbeeld bederf te meten. Dat zal recyclen lastiger maken.

Het recyclen van plastic afval bij sorteerbedrijf Attero in Wijster. Folies van polyethyleen (PE) en polypropyleen (PP) komen vaak met laminaatfolies in een bulk terecht, waardoor PE alleen is te gebruiken voor laagwaardige toepassingen. Om die reden haalt Attero in een extra stap het PP en de laminaatfolies uit het mengsel, waardoor van PE weer hoogwaardige spullen gemaakt kunnen worden. Daniël Niessen

Slordige recycling

De keten zit vol slordigheden, zegt Thoden van Velzen. Veel bedrijven weten helemaal niet welke kunststoffen er in hun verpakkingen worden toegepast. Dus weten ze ook niet of die verpakking wel of niet is te recyclen. De multinationals weten dat wel, die hebben er speciaal personeel voor in dienst, zegt hij. Maar het midden- en kleinbedrijf niet. „De Actions en de Blokkers van deze wereld.” Juist dat midden- en kleinbedrijf brengt de meeste verpakkingen op de markt.

Slordigheid zit er in Nederland ook in de inzameling en verwerking van plastic verpakkingen, zegt Karin Molenveld. Met name de inwoners van de grote steden in de Randstad scheiden het plastic „maar heel matig”. Gemiddeld produceert een inwoner in Nederland 20 kilo aan plastic verpakkingsafval per jaar, zegt Molenveld. In de Randstad wordt slechts zo’n 2 kilo plastic gescheiden ingezameld. Het meeste stoppen de stadsbewoners gewoon bij het restafval. En tussen het ‘apart’ verzamelde zit allerlei troep: luiers, wijn- en bierflessen, papier, tuinaarde. „Dit is typisch een probleem van grote steden. Je ziet het ook in Londen, Parijs, Berlijn.” Daarom is in Alkmaar vorig jaar een nascheidingsinstallatie gebouwd, die plastic uit restafval scheidt. Amsterdam en Rotterdam volgen.

Na de inzameling gaat het plastic verpakkingsafval naar de sorteerbedrijven. Die sorteren de stroom in fracties, zoals PET-flessen. Maar ze doen dat vrij grof, blijkt uit de recente analyse van Thoden van Velzen. Zo worden folies van polyethyleen (PE) en polypropyleen (PP) samen uit de bulk gezogen. Maar een deel van de laminaatfolies, die uit meerdere materialen bestaan, komt daar ook in terecht. Er ontstaat een mengsel van 80 tot 90 procent PE, en een rest van PP en folies. Daardoor is PE niet meer te gebruiken voor hoogwaardige toepassingen, zoals vuilniszakken en verzend-enveloppen. Beter zou het zijn om in een extra stap het PP en de folies uit deze fractie te selecteren. Bij twee bedrijven gebeurt dat sinds kort, zegt Thoden van Velzen.

Daarnaast, zo blijkt uit diezelfde analyse, is er een probleem met de mixfractie. Die mix bestaat idealiter uit alles behalve PET, PP en PE. Ook een deel van de slecht recyclebare laminaatverpakkingen komt hierin terecht. „Met dit mengsel kun je niet veel”, zegt Thoden van Velzen. Maar in Nederland geldt de verplichting dat de mix gerecycled moet worden. Dus mengen sorteerders er goed recyclebare PP- of PE-folies, -flacons en -flessen bij. „Om de mix interessant te houden voor de recyclers, die het plastic tot granulaat vermalen.” Van de mixfractie worden producten gemaakt waar weinig vraag naar is, zoals verkeersbordvoetjes en oeverbeschoeiing.

Het KIDV ziet nog een andere tekortkoming. Geen enkele schakel in de keten verwerkt 100 procent van het aangeleverde materiaal. Overal is uitval, bij inzameling, sortering, recycling. Het komt erop neer dat maar 65 tot 70 procent van al het ingezamelde plastic verpakkingsafval weer terugkomt als gerecyclede emmer, krat, tuinmeubel. Tel daarbij op dat de economie jaarlijks met een paar procent groeit – en de vraag naar plastic naar verwachting ook – dan is duidelijk dat er heel wat nieuw gemaakt plastic nodig blijft. De circulaire economie zal voor slechts de helft tot tweederde op recyclebaar materiaal kunnen draaien.

Nog ongesorteerd plastic afval bij Attero in Wijster. Foto Daniël Niessen

Te duur

Gerecycled plastic kan momenteel niet concurreren met nieuw plastic op basis van aardolie, door de lage olieprijs. Daarbij is de recycling nog te slordig. Mede omdat in Nederland voor sorteer- en recyclebedrijven de prikkel ontbreekt om het plastic heel precies naar kunststof te sorteren en verwerken. Ze krijgen van gemeenten betaald voor de massa die ze doorzetten, niet voor de kwaliteit. Bij de sorteerders eindigt het meeste plastic in twee fracties, de mix en de folies. Die leveren weinig op.

Al met al kost inzameling, sortering en recycling meer dan het opbrengt. Doordat er steeds meer plastic wordt ingezameld stijgen de kosten. Het tekort bedraagt nu naar schatting 170 miljoen euro op jaarbasis. Zonder ingrepen neemt dat toe.

Balen met gesorteerde plastics bij Attero in Wijster. Daniël Niessen

Oplossingen

In vaktermen heet het design for recycling. „Ontwerp de verpakking zo dat-ie makkelijk te recyclen is”, zegt hoogleraar Rem. Tot nu toe is dat eigenlijk alleen voor PET-flessen gebeurd. Er gelden voorschriften voor het materiaal waarvan het label op de fles is gemaakt, voor de lijm waarmee het label op de fles is geplakt, voor de dop.

PET-flessen maken naar schatting 12 procent uit van het huishoudelijk en bedrijfsmatig plastic afval. „Het is een begin”, zegt kwaliteitsmanager Louis Jetten van het bedrijf 4PET Recyling, dat PET-flessen verwerkt en binnenkort als eerste in Nederland ook PET-schaaltjes. Maar tegelijk ziet hij bij fabrikanten de neiging om juist steeds complexere verpakkingen te maken. „En in the end wint bij zo’n fabrikant de marketeer het van de recycler.”

Er zijn tal van andere ingrepen mogelijk om recycling te verbeteren. Het KIDV heeft ze opgesomd in dat vorig jaar augustus verschenen rapport. Beloon sorteerders en recyclers bijvoorbeeld om plastics beter op soort te verwerken. Gemeenten en Rijksoverheid zouden kunnen besluiten alleen nog maar verpakkingen van gerecycled plastic in te kopen. Of voer een CO2-heffing in op nieuw gemaakt, fossiel plastic zodat gerecycled plastic beter kan concurreren.

De meeste van deze punten staan in de transitie-agenda die staatssecretaris Stientje van Veldhoven-van der Meer (D66, Infrastructuur en Waterstaat) vorige maand naar de Tweede Kamer stuurde. Doel is onder andere om het gewicht aan plastic dat naar de afvalverbrander gaat in 2030 te halveren. Nu eindigt ongeveer de helft van al het plastic afval nog daar.

„Het systeem is nog niet heel efficiënt”, zeggen Thoden van Velzen en Molenveld. Er is nog een lange weg te gaan. Maar het is wel goede weg. „Want voor miljarden euro’s elk jaar nieuwe verpakkingen maken, die één keer gebruiken en weggooien, dat is een enorme verspilling.”

Plastic, waar blijft het allemaal?

Huishoudens in Nijmegen, de woonplaats van de auteur, worden geacht hun afval in vier fracties te scheiden. Ze hebben een groene bak voor het gft, een zwarte bak voor papier en karton. Het restafval gaat in groene zakken. Plastic, drinkkartonnen en blik gaan samen in aparte, transparante zakken, die gratis bij supermarkten in de gemeente te krijgen zijn. De gemeentelijke afvaldienst haalt de groene en transparante zakken tweewekelijks aan huis op – bij hoogbouwwoningen wekelijks. Vervolgens gaan ze naar de afvalenergiecentrale in het belendende dorp Weurt. Het restafval in de groene zakken – waar ook nog plastic in kan zitten – wordt verbrand. De transparante zakken gaan per vrachtwagen naar sorteerbedrijf Attero in Wijster. Een vracht weegt gemiddeld 12 ton, en er gaan wekelijks 20 vrachten richting Attero.

In Europa maken verpakkingen naar schatting 40 procent uit van al het plastic dat jaarlijks op de markt komt. De rest zit bijvoorbeeld in woningbouw (20 procent) en voertuigen (9 procent). Voor Nederland zijn deze aandelen niet bekend, maar schattingen wijzen in dezelfde richting.

In Nederland mag plastic niet meer worden gestort, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Spanje, Griekenland en het Verenigd Koninkrijk, waar nog meer dan 50 procent van al het plastic afval op de stortplaats eindigt.

In Nederland wordt jaarlijks zo’n 473 kiloton aan plastic verpakkingen ingezameld, zo heeft het Kennisinstituut Duurzaam Verpakken vorig jaar in kaart gebracht. Tweederde van die 473 kiloton komt van huishoudens. Daarvan wordt eenderde gerecycled, de rest wordt verbrand.

    • Marcel aan de Brugh