Conservatoria zijn er voor prestaties, niet voor pijn

Musici en pijn

Een meerderheid van de conservatoriumstudenten heeft lichamelijke klachten door het musiceren en wordt daardoor gehinderd, blijkt uit het promotieonderzoek van Vera Baadjou. Maar pijn is nog een taboe op de opleidingen.

„Mijn moeder vertelt altijd dat ik eerder blokfluit kon spelen dan schrijven”, vertelt Vera Baadjou. Maar na haar eerste noten op de fluit koos ze toch voor de bugel. Daar speelt ze nog steeds op. Elke week rijdt ze nog naar Schin op Geul, het dorp waar ze opgroeide, voor de repetitie van fanfare St. Cornelius.

Ernstige lichamelijke klachten heeft die liefde voor muziek haar nooit opgeleverd. Zoals de 32-jarige ook nooit blijvende pijntjes overhoudt aan haar werk als revalidatiearts in opleiding bij zorgorganisatie Adelante en als klinisch onderzoeker aan de Universiteit Maastricht.

Hoe anders is dat bij studenten aan conservatoria. Onlangs promoveerde Baadjou op een studie naar lichamelijke ongemakken bij deze groep. Op het woord ‘pijn’ sloegen de onderzochte studenten nauwelijks aan. Gevraagd naar fysieke klachten antwoordde maar liefst 67 procent daar last van te hebben. 52 procent zei daar ook door beperkt te worden tijdens het spelen. „Er rust een taboe op het praten over pijn op conservatoria,” concludeert de kersverse doctor.

Waar ligt dat aan?

„Studenten zijn bang dat het als een teken van zwakte wordt gezien, dat ze die ene wedstrijd niet winnen of die felbegeerde plek in een orkest mislopen. Ze negeren de pijn in eerste instantie. Vaak tot de catastrofe compleet is en een boterham smeren al pijn doet.”

Valt het te voorkomen?

„Het gezondheidsaspect krijgt te weinig aandacht. Terwijl musiceren topsport is. Maar sporters variëren met oefenvormen, zijn soms heel intens bezig en nemen dan weer een tijdje gas terug. Musici werken tijdens hun repetities vrijwel altijd heel direct toe naar hun uitvoering terwijl ze misschien ook baat hebben bij fitness of mental coaching. Want op dat gebied doen zich ook veelvuldig problemen voor, in de vorm van een depressie of podiumangst bijvoorbeeld. Die fysieke en mentale problemen kunnen elkaar beïnvloeden.”

De prestatiedruk is ook hoog.

„Studenten hebben jaren hard gewerkt om op het conservatorium te komen. In hun eerste jaar moeten ze wennen aan hun nieuwe omgeving en op eigen benen leren staan, maar er is ook vrijwel onmiddellijk een enorme prestatiedruk. Aan de lange dagen zou al heel simpel iets te doen zijn door lange sessies op te knippen in blokken. Ik ben op bezoek geweest bij de Australian National Academy of Music waar ze een proef hielden waarbij een repetitiedag van negen uur werd opgedeeld in drie blokken van drie uur met tussendoor rust en nog wat kleinere pauzes tussendoor. Dat gaf verlichting. Maar de dirigent vond het niks. Dus het heeft daar geen vervolg gekregen.”

Voor uw onderzoek zijn ook speciale uren ingepland op conservatoria. Dan blijkt dat een behoorlijk deel van de studenten er niet zo hard aan trekt.

„170 studenten schreven zich in. Slechts 136 daarvan zijn er echt gestart. Ze hebben al een heel vol programma. Hoofdvaklessen of andere spelgerelateerde activiteiten krijgen bijna altijd voorrang boven een programma over gezondheid ernaast. Het kostte ook veel moeite om vragenlijsten achteraf ingevuld te krijgen.”

Hoe moet het dan?

„Het beste is als de aandacht voor gezondheidsaspecten een geïntegreerd onderdeel van de opleiding wordt. Naar aanleiding van mijn onderzoek kreeg ik bijvoorbeeld een video toegestuurd van een gitaarleraar die zijn leerlingen er vanaf het begin op attendeert. Omdat hij zelf ooit problemen heeft gehad en daarvoor een behandeling heeft gehad. Het kan ook in heel kleine dingen zitten. Met een glad plectrum moet een gitarist bijvoorbeeld veel meer kracht zetten dan met een plectrum met structuur. Besteed terloops aandacht aan dat soort zaken en zorg dat er iemand aanwezig is waar je binnen kunt lopen in geval van echte problemen. Het komt dan aan op individuele leraren. En op de organisatie binnen conservatoria. Op sommige plekken is er al aardig wat aandacht. Bijvoorbeeld in Arnhem, waar gezondheid een vaste plek in het curriculum heeft. Of in Rotterdam, daar hebben ze onder anderen een fysiotherapeut, maar daar is bij het conservatorium ook een dansopleiding en circusschool.”

    • Paul van der Steen