Brieven

Brieven

Op uw eerste buitenlandse reis als wrn. minister van Buitenlandse Zaken maakte u al meteen een knieval voor dictatuur én islamisme. Terwijl elders in Teheran de zoveelste vrouw werd gearresteerd omdat ze vreedzaam protesteerde tegen de verplichte hoofddoek, stond u onderdanig tegenover president Rouhani, mét hoofddoek. U vindt het ook niet erg dat mannen u geen hand willen schudden. „Het heeft geen zin om anderen je normen en waarden op te leggen”, zei u daarover. Leg dat maar eens uit aan de vrouwen die onderdrukt worden in de Islamitische Republiek Iran. Ik weet uit eigen ervaring hoe vernederend het is om als tweederangsburger door het leven te gaan, en in de gevangenis te belanden omdat je opkomt voor vrouwenrechten. Ik weet dat Iraanse vrouwen hun westerse geslachtsgenoten net om die reden zien als bondgenoten: ze delen dezelfde waarden. Daarom hebben Iraanse vrouwenrechtenorganisaties er bij westerse vrouwelijke politici herhaaldelijk op aangedrongen geen hoofddoek te dragen als ze het land bezoeken. Het siert u niet dat u zich nu verschuilt achter het versleten schaamlapje van het cultuurrelativisme. Waar is de tijd dat Nederland een voortrekkersrol speelde in de strijd tegen apartheid? Of is discriminatie van vrouwen minder erg dan op basis van huidskleur? Ik betwijfel sterk of u in Teheran de Nederlandse bevolking vertegenwoordigde.

Darya Safai is tandarts, vrouwenrechtenactiviste en auteur van Lopen tegen de wind. Langere versie op nrc.nl/opinie.
    • Darya Safai