Borstelbanen zijn niet zo vergevingsgezind

Foto Lars van den Brink

In een vlak land waar het zelden sneeuwt moet je wat. En met jaarlijks ongeveer een miljoen wintersportgangers is het niet zo gek dat juist in Nederland zoveel kunstpistes staan. We hebben 47 lopende-band-banen, 7 indoorskibanen en 15 borstelbanen waar je kunt skiën op plastic matten – zoals in Nieuwegein, waar Lars van den Brink vorig weekend dit uit meerdere foto’s samengestelde beeld maakte.

Sinds de jaren zestig zijn er borstelbanen om thuis in Nederland de slag te pakken te krijgen. Ze zijn bedekt met kunststof matten met een grid van een soort kleine, plastic hegjes.

Hier skiën werkt hetzelfde als in de sneeuw: door de knieën, met de helling mee buigen, indraaien, pizzapunt. Maar de verschillen zijn evident: vallen levert een stuk blauwere plekken op. Ook zijn borstelbanen nooit zo lang of steil als echte pistes en kun je er dus niet dezelfde snelheid op maken.

Skiën op de plastic matten is goed voor de techniek, want borstels zijn niet zo vergevingsgezind. Met een verkeerde skibeweging in de sneeuw kom je nog wel weg, op een borstelbaan kost het je veel eerder een pijnlijke valpartij. Daarom wordt wel gezegd dat je beter leert skiën op borstels dan in de bergen.

Een goede voorbereiding dus op een eventuele skitrip in de voorjaarsvakantie, die nu voor een groot deel van het land begonnen is.

Een goede voorbereiding is sowieso geboden: het wordt heel erg koud in Nederland én de skigebieden. Vrijdag riep het Rode Kruis wintersportgangers op om voldoende eten, drinken en dekens mee te nemen in de auto, voor in de file.

    • Peter van der Ploeg