Andere landen ruiken hun kans

Analyse Hoe ziet de nabije sportieve en financiële toekomst van het langebaanschaatsen in Nederland eruit?

Het tijdperk-Kramer lijkt voorbij. Foto Vincent Jannink/ANP

Met een Noorse goldrush en een handvol Aziatische parels, was de tweede olympische schaatsweek beduidend minder oranje gekleurd. Weinigen hadden dat gedacht na de eerste week in de Gangneung Oval, toen de Nederlandse schaatsers op zes van de zeven afstanden een gouden medaille wonnen – het zevende goud ging naar Ted-Jan Bloemen, een Nederlandse Canadees. Is die tweede week een voorbode voor de komende jaren, de aanloop naar de Winterspelen van Beijing in 2022?

Wüst en Kramer

De Nederlandse boegbeelden Ireen Wüst en Sven Kramer voegden zich op hun vierde en laatste Spelen bij de meest succesvolle schaatsers aller tijden. Niemand won ooit meer medailles dan Wüst, die na goud, zilver en brons uitkomt op een totaal van elf. Kramer heeft er met goud en brons nu negen, evenveel als de Duitse Claudia Pechstein.

Maar hun vooraf gestelde doelen bleken een brug te ver: Wüst wilde drie keer goud, Kramer de olympische titel op de tien kilometer. Het lichaam van beide 31-jarigen kraakt. Nog twee jaar, dan komt hoogstwaarschijnlijk een einde aan het tijdperk van ‘de grote twee’, die sinds 2006 het Nederlandse langebaanschaatsen dragen.

Deze Spelen stonden nieuwe helden op. Kjeld Nuis, met goud op de 1.000 en 1.500 meter uitblinker van het olympisch schaatstoernooi, heeft het in zich een nieuw boegbeeld te worden. De ‘jonge wilde’ van weleer is onder coach Jac Orie en met behulp van een sportpsycholoog uitgegroeid tot een onverstoorbare kampioen, een prachtige stylist bovendien. Talenten als Esmee Visser (met goud op de vijf kilometer de verrassing bij de vrouwen) en Patrick Roest (zilver op de 1.500 en brons op de ploegachtervolging) kunnen doorgroeien.

Financiële problemen

Tegelijkertijd bedreigen financiële problemen het Nederlandse schaatsen. Sponsors als Afterpay (de ploeg van Jorien ter Mors) en Justlease (Wüst) stoppen ermee na dit seizoen. Schaatsbond KNSB moet meer dan een miljoen euro bezuinigen en hoofdsponsor KPN verlengde het contract met slechts twee in plaats van de gebruikelijke vier jaar. Achter de schermen woedt nog altijd de strijd tussen de bond en commerciële teams, die vinden dat ze te weinig exposure krijgen voor hun investeringen. Wat ook potentiële nieuwe geldschieters zou afschrikken.

En andere landen beginnen een kans te ruiken. „Met Kramer en Wüst waren jullie altijd vooraf al verzekerd van succes”, stelde de Noorse coach Sondre Skarli na de winst van Havard Lorentzen op de 500 meter. „Dan krijg je snel een winnend gevoel in een ploeg.”

Het goud van Lorentzen op de 500 meter, de eerste olympische schaatstitel voor de Noren in twintig jaar, gaf zijn ploeg een vergelijkbare boost. Lorentzen en Sverre Lunde Pedersen, de locomotief van de gouden ploegachtervolging en winnaar van brons op de vijf kilometer, zijn pas 25 jaar. Vanaf komend seizoen krijgen ze Bjarne Rykkje als nieuwe coach. De huidige assistent van Jac Orie neemt alle Nederlandse ‘geheimen’ mee naar Noorwegen.

Aziatische aspiraties

Ook in Azië is de koers naar Beijing 2022 allang ingezet. De Zuid-Koreanen wonnen tot groot enthousiasme van hun fans het zilver op de ploegachtervolging, waarbij ze in de kwartfinale zelfs een snellere tijd reden dan Nederland. En dat met in de ploeg een jochie van zestien (Chung Jaewon) en eentje van achttien die bovendien brons won op de 1.500 meter: Kim Min-seok, onthoud de naam. In Japan heeft de Nederlandse coach Johan de Wit een plan waarmee kopvrouw Miho Takagi (23) de hegemonie van Wüst in de komende olympische cyclus kan overnemen. Zoals de Groninger Peter Kolder in China als bondscoach carte blanche krijgt om de vele talenten klaar te stomen voor de Winterspelen in eigen land. Het brons op de 500 meter van de 20-jarige sprinter Tingyu Gao lijkt nog maar het begin van een Chinese schaatsopmars.