Recensie

Als er ineens een engeltje komt aanwaaien

David Almond Het jeugdboekenoeuvre van de Brit David Almond begon ooit al met een engel. In zijn nieuwste, een doldwaas kinderavontuur, schuilt achter de joligheid weer een ontroerend engelenspel.

‘Engelen en monsters en zo, daar geloven we niet meer zo erg in. Die zijn ouderwets.’ Althans, dat vindt pastoor Coogan uit Het wonderlijke verhaal van Angelino Brown, David Almonds nieuwste kinderboek. In Coogans kerk staat weliswaar een engelenbeeld, maar dat is slechts een stenen overblijfsel uit vroeger tijden, toen het geloof nog ondubbelzinnig antwoorden gaf op de grote levensvragen.

Dus tja – wat denk je dan, als er ineens een engeltje in je leven komt aanwaaien, zoals buschauffeur en aartsmopperkont Bert Brown en zijn vrouw Betty, kokkin op de plaatselijke basisschool, overkomt? En wat doe je dan, als je spelend op het schoolplein een engeltje voor het schoolkeukenraam ziet lopen? Natuurlijk, ‘je gelooft je ogen niet, maar’ spreekt Almond je treffend rechtstreeks toe, ‘je zult wel moeten. Het gebeurt echt.’

Saaie busritten

Almonds suggestieve vertelkunst werkt – mede dankzij Annelies Jorna’s goede vertaling – wonderwel. Wie zou niet bereid zijn z’n ongeloof op te schorten, na het aanstekelijke, absurde verhaalbegin waarin engelenjongetje Angelino aan Bertram Brown verschijnt tijdens een van zijn saaie busritten (‘starten stoppen starten stoppen starten stoppen’), en vervolgens het leven op St. Mungoschool op zijn kop zet? Over het echtheidsgehalte van Angelino, een vrolijke kruising tussen Annie M.G. Schmidts Wiplala en Joke van Leeuwens vogelmeisje Iep, twijfelt behalve de pastoor – hoe subversief wil je het hebben – niemand. Zelfs schoolhoofd mevrouw Mol constateert na het schoonpoetsen van haar brillenglazen dat haar nieuwste leerling toch echt een engel is, waarna zich een doldwaas kinderavontuur ontvouwt dat Roald Dahl in herinnering roept. En niet alleen vanwege karikaturale personages zoals de rigide taalpurist professor Stinkie (Almond bekritiseert hier indirect ons prestatiegerichte onderwijssysteem). Maar ook vanwege de Quentin Blake-achtige zwart-witillustraties van Alex T. Smith die de hilarische gebeurtenissen effectief uitvergroten.

Lees ook: de recensie van Almonds vorige kinderboek De jongen die met piranha’s zwom.

Wie Almonds magisch-realistische jeugdromans kent, weet echter dat de gelauwerde Britse auteur niet zomaar verhalen verzint. In Angelino Brown gaat achter alle joligheid het verdriet van Bert en Betty om hun overleden zoontje schuil. Als de geschiedenis zich dreigt te herhalen, omdat Angelino ontvoerd wordt door mannen die geld aan hem willen verdienen, ontroert Almond met een maanverlichte scène. Daarin zoomt hij in op het diep verdrietige echtpaar dat niet weet wat te doen, ‘behalve elkaars hand vasthouden en huilen’. Mooi dubbelzinnig is ook hoe Angelino’s schoolvriendjes het jongetje zoeken door ‘de engel in hun binnenste proberen te vinden’. En prikkelend misleidend is professor Stinkies opmerking dat ze misschien allemaal ‘het slachtoffer van een massale waanvoorstelling zijn’.

Huppelend jongetje

Al rammelt de plot soms wat, de afloop van Almonds even waarachtige als verwonderlijke engelenspel laat zich makkelijk raden. Eventjes doet de slotillustratie van Betty en Bert met een huppelend jongetje je nog afvragen of pastoor Coogan misschien toch niet gelijk had. Maar die vraag is eigenlijk irrelevant. Angelino is net als de smoezelige engel Skellig in Almonds debuut De schaduw van Skellig (1998) het levende bewijs van de menselijke verbeeldingskracht die nodig is om het leven in al zijn onvoorspelbaarheid te kunnen leven. Daarin geloven is allerminst ouderwets.

Lees ook: een interview met David Almond uit 2011: ‘Aarde is de enige hemel die er is’
    • Mirjam Noorduijn