Onderwijs

Vrije toegang tot de universiteit is niet meer van deze tijd

Onderwijsblog Afgestudeerden in de geesteswetenschappen staan vaak met lege handen tegenover de werkgever en zwerven rond tussen baantjes. Maak een numerus fixus, schrijven Roland Bertens en Robbert Striekwold.

ANP Ed Oudenaarden

Een recente blik op de LinkedIn-profielen van een aantal oud-studiegenoten uit geesteswetenschappelijke richting leidde tot een verontrustende conclusie. Wel erg veel van hen verdienen nu hun geld met klussen als ‘onafhankelijk tekstredacteur’ of freelance journalist, als ze al niet ‘op zoek zijn naar een nieuwe uitdaging’. Behoudens die enkeling die dit altijd als zijn of haar roeping zag, lijkt dit een slechte allocatie van jonge hoogopgeleiden. Het zzp-leger in Nederland groeit, maar deze groep bestaat niet alleen maar uit goed boerende interim-managers en jurist-consultants. Een aanzienlijk deel wordt gevormd door studenten die de boot van wetenschap of bedrijfsleven hebben gemist en het nu moeten stellen met brede maar moeilijk te definiëren vaardigheden in domeinen als tekst- en bronnenanalyse, lees- en schrijfvaardigheid, en kritisch denkvermogen.

Student en arbeidsmarkt

Dit roept vragen op waar door wijdverbreid politiek sentiment al sinds jaar en dag voorzichtig omheen wordt gedanst, ondanks toenemende kritiek op vorm en functioneren van de huidige universiteit. (Zie bijvoorbeeld het artikel van Eelco Runia in deze krant van 19 januari jongstleden.) Met het oog op de geesteswetenschappen moeten er naar onze mening wat harde noten gekraakt worden. Het huidige debat betreft vooral de sturing op output: universiteiten krijgen betaald per afgestudeerde student, en de geesteswetenschappen zijn ‘big business’ gezien de grote studentenaantallen aldaar.

Lees ook: Opgestapte docent Runia: zo kan de universiteit professioneler

Dit is een model dat de brede toegankelijkheid van de universiteit in stand houdt, maar inhoudelijk is daarmee dan ook alles gezegd. Want wat leert de gemiddelde student geschiedenis of filosofie? Onze ervaring is dat (wederom die enkeling daargelaten die het al jaren ambieert om specialist laat-Middeleeuwse dichtkunst te worden) studenten vrij mogen kiezen uit allerhande vakken. Wie uitblinkt wordt vroeger of later gespot door een hoogleraar en richting een promotietraject gestuurd. Dit is begrijpelijk en wenselijk, gezien de onderzoeksfunctie van de universiteit. Maar de meeste studenten moeten op den duur op zoek naar een baan buiten de universiteit en blijken bij veel werkgevers met lege handen te staan als ze zeggen dat ze jarenlang simpelweg vakken hebben gevolgd die ze leuk vonden.

Dat noch aan het begin van de studie, noch tijdens het studietraject serieuze aandacht wordt besteed aan de latere inzetbaarheid van dit soort studenten, onder een twijfelachtig mom van ‘zelfstandigheid’, vinden wij niet alleen politiek-economisch onwenselijk, maar ook moreel onverteerbaar. Vrije toegang tot hoger onderwijs voor wie dat aankan en wil moet mogelijk blijven, maar gaan studeren omdat dat nu eenmaal het ‘hoogst haalbare’ is wordt zo een knellend keurslijf waar veel studenten zich pas te laat bewust van worden. En het knelt des te meer nu blijkt dat wij in Nederland na decennia van zulk beleid enorm verlegen zitten om bijvoorbeeld technici.

Enkele voorstellen

Naar onze mening moeten een aantal alternatieven politiek bespreekbaar worden gemaakt. De meest evidente: het instellen van strengere selectiecriteria (bijvoorbeeld door middel van een numerus fixus) bij de geesteswetenschappen. Dit kan deels gebaseerd worden op motivatie, om de moordende concurrentie voor opleidingsplaatsen zoals bij geneeskunde te voorkomen. Studenten aannemen die een goed verhaal hebben bij de keuze die ze willen maken vangt mogelijk al te erge zwevers af. Bovendien zou dit de status van de geesteswetenschappen ten goede komen. Te vaak worden opleidingen als geschiedenis of filosofie nog gezien als de voortzetting van ‘pretpakket’ Cultuur & Maatschappij, terwijl iedereen het erover eens zal zijn dat een vrije samenleving gebaat is bij een laag breed geschoolde, kritische denkers.

Daarnaast moeten we expliciteren wat voor hoogopgeleiden we nu precies willen. Rector van de Universiteit Utrecht Bert van der Zwaan pleit ook voor meer selectie voor het hoger onderwijs, maar primair vanuit het perspectief van latere ‘excellente onderzoekers’ – per definitie een minderheid van de studenten. Dat is één optie, maar het is wellicht ook geen gek idee om binnen de geesteswetenschappen trajecten aan te bieden waarin bijvoorbeeld politieke filosofie, geschiedenis en openbaar bestuur worden gecombineerd. Zo wordt gericht voorgesorteerd op latere werkzaamheden in de publieke sector, traditioneel een grote afzetmarkt voor de geesteswetenschappen.

Grenzen aan de groei

Het ideaal van vrije en betaalbare toegankelijkheid tot de universiteit, een erfenis van de democratiseringsgolf van de jaren ’60 en ’70, speelt in deze discussie een sleutelrol. Het openstellen van de universiteit destijds was een lovenswaardig streven, maar de verhouding tussen doel en middelen lijkt inmiddels doorgeschoten. De geesteswetenschappen barsten onder de giftige combinatie van exploderende studentenstromen en beperkte financiën. Universiteiten sturen na enkele jaren studie enorme hoeveelheden jonge mensen zonder relevante uitrusting de arbeidsmarkt op. Het lijkt ons hoog tijd om het ideaal van vrije toegang tot de academie kritisch onder de loep te houden.

Roland Bertens en Robbert Striekwold promoveren beide op historische onderwerpen, bij het UMC Utrecht en de Universiteit Leiden. Zij studeerden geschiedenis en rechten, respectievelijk filosofie en biologie.

Blogger

Maarten Huygen

Maarten Huygen is redacteur onderwijs.