Column

Slechte voornemens

Vandaag ben ik jarig. Ja bedankt, 42 toch alweer, ja, jong, oud, het is maar hoe je het bekijkt, nee ik zit er niet mee, daarom, nee ik vier het niet, misschien later nog een keer, we zien wel, ja hoor, dag!

De devaluatie van een verjaardag is schokkend. Als je vijf wordt is het feit dat je ‘een hele hand vol’ bent, al reden tot een extase die weken kan aanhouden. Als je tien bent, kun je dagen besteden aan de vraag of je nu ‘een tiener’ bent. Grote existentiële kwesties komen aan bod. Als je tweeënveertig wordt is het meer: vandaag mag ik een tompoes.

Als je tien bent, kun je dagen besteden aan de vraag of je nu ‘een tiener’ bent.

Verder is een verjaardag, voor mij althans, een kans om Oud en Nieuw over te doen. En dan vooral wat betreft de voornemens. Waar ik met oudjaar te moe voor ben, dat kan ik twee maanden later goedmaken. Want nu begint mijn eigen nieuwe jaar. Goede voornemens dus. Wat eigenlijk een rare term is. Hoezo goede voornemens? Zijn er ook slechte voornemens? Bestaan er mensen die slechte voornemens hebben? Het probleem van mensen is dat ze altijd denken dat ze het goede aan het doen zijn. Ook iemand als Pol Pot, om maar eens iemand te noemen, zal gedacht hebben: hoe ga ik het vandaag nou eens goed aanpakken.

In sommige films (vaak kinderfilms) komen klassieke slechteriken voor. Een enge man met te grote wenkbrauwen, die leeft om kwaad te doen. Hij roept dingen als: „Ik wil dat niemand meer lacht en dat de zon nooit meer schijnt!” Zo iemand is bedoeld als eng figuur. Maar eigenlijk is het een troostrijk karakter. De realiteit is namelijk veel enger en bedreigender: zelfs de ergste slechterik is bezig met ‘iets goeds doen’.

„Goed” is dus een overbodig woord in dezen. Je kunt het beter zo zeggen: „Ik ben voornemens om vrijwilligerswerk te gaan doen.” Dat klinkt meteen een stuk ambtelijker. En alsof je het ook echt gaat doen.

Paulien Cornelisse is cabaretier en schrijver.