Rotterdamse wethouder (D66) treedt af na debacle met Hoekse Lijn-metro

De aanleg van de metro tussen Rotterdam en Hoek van Holland is sterk vertraagd en wordt tot 90 miljoen euro duurder. De Rotterdamse wethouder stapt op en erkent dat hij achteraf „scherper” en „kritischer” had moeten zijn.

Een metrostel van vervoersbedrijf RET passeert de overweg Schenkelsdijk tijdens een schouwrit van de Hoekse Lijn. Foto Robin Utrecht / ANP

De Rotterdamse wethouder Pex Langenberg (D66) van mobiliteit is afgetreden wegens het fiasco met de aanleg van de metroverbinding Hoekse Lijn. Na beantwoording van een kritische vragenronde in de gemeenteraad zei Langenberg dat hij „naar eer en geweten” had gehandeld, maar aftreedt.

De Hoekse Lijn-metro tussen Schiedam en Hoek van Holland zal bij oplevering eind dit jaar, waar de gemeente van uitgaat, in totaal 462 miljoen euro kosten: 90 miljoen euro meer dan beoogd. De ombouw van de bestaande treinverbinding op dit traject tot een nieuwe lightrail-verbinding zou oorspronkelijk vijf maanden duren en had september vorig jaar klaar moeten zijn.

Langenberg erkende dat hij „sommige momenten” scherper en „achteraf kritischer” had moeten zijn. De wethouder zei dat hij wel regelmatig bij het projectbureau naar de voortgang van de Hoekse Lijn had geïnformeerd. Dan kreeg hij te horen dat de streefdatum „haalbaar” was. Tot mei 2017 hoorde hij dat de aanleg „binnen planning, binnen budget” kon.

Onvoldoende regie

De Onderzoekscommissie Hoekse Lijn concludeerde eerder deze maand dat het debacle te wijten is aan „onvoldoende regie en coördinatie en een gebrekkige organisatie en voorbereiding”.

Problemen met de software voor de spoorbeveiliging, met het talud voor het tracé en met het leggen van de kabels waren directe oorzaken voor de vertraging. De uitloop begon al bij het voorwerk voor het project dat niet gereed was.

Lees ook: Het spoor is af, de software niet

Zowel ambtelijk als bestuurlijk werden de problemen gebagatelliseerd, volgens het onderzoeksrapport. Langenbergs ambtenaren hielden alarmerende signalen lange tijd voor zich. Zelf werd de wethouder in februari 2017 door de directeur van de RET gewezen op de problemen bij de bouw. Pas in juni 2017, toen de ambtenaren de vertraging en extra kosten als „definitief” zagen, greep hij in.

‘Niet aanmodderen’

„Dat betekent niet dat je verkeerd geïnformeerd bent”, zei PvdA-lijsttrekker Barbara Kathmann tijdens het raadsdebat. „Dat betekent eigenlijk dat er tegen je gelogen is. Dan bel je je secretaresse, maak je je agenda leeg en roep je iedereen op het matje. Dan ga je niet aanmodderen.”

D66-raadslid Samuel Schampers, partijgenoot van Langenberg, vroeg de wethouder alleen wat hij „met de kennis van nu” anders zou hebben gedaan. GroenLinks vroeg Schampers daarop of hij als raadslid zelf geen conclusies trok, maar daar wilde de D66’er niet op vooruitlopen.

Wel zei Schampers dat de geplande aanleg in vijf maanden „zeer, zeer ambitieus was”. „Dan mag er eigenlijk niets misgaan”, zei hij. „Maar dat ging er wel. Eigenlijk alles.”

GroenLinks-raadslid Arno Bonte nam het de wethouder kwalijk dat de gemeenteraad pas laat, eind oktober, werd ingelicht over de vertraging en de extra kosten. Langenberg heeft zijn „actieve informatieplicht” naar de raad verzaakt, zei hij.

Langenberg vindt zelf dat hij de raad „adequaat” heeft geïnformeerd, zei hij in een reactie.

Motie van wantrouwen

De val van Langenberg is pijnlijk voor het college van Leefbaar Rotterdam, CDA en de Rotterdamse D66-fractie (5 zetels), vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen.

De wethouder overleefde december vorig jaar nog een motie van wantrouwen van de SP wegens de Hoekse Lijn. Verschillende raadsfracties zeiden toen wel dat ze na het rapport van de onderzoekscommissie mogelijk anders zouden stemmen.

Langenberg (1959) was sinds 2014 wethouder mobiliteit, duurzaamheid en cultuur. Voorheen werkte hij aan internationale „economische diplomatie” rond watermanagement, vanuit het ministerie van Infrastructuur en Milieu en daarvoor vanuit de Nederlandse ambassade in Washington. In de jaren negentig was Langenberg ook verkeerswethouder in Leiden.

Schade 90 miljoen euro

De verwachte schade van 90 miljoen euro wordt verdeeld tussen Rotterdam (35 miljoen), subsidieverstrekker Metropoolregio Rotterdam Den Haag (27,5 miljoen) en de exploitant, vervoersbedrijf RET (27,5 miljoen).

En garanties voor oplevering in het vierde kwartaal zijn er niet, volgens raadslid Luuk Wilson van coalitiepartij Leefbaar Rotterdam, lid van de Onderzoekscommissie Hoekse Lijn die het fiasco onderzocht. „Weten we het zeker? Ik weet het niet zeker.”

    • Eppo König