Opinie

Minister Kaag, wie vertegenwoordigt u eigenlijk met die hoofddoek?

Sigrid Kaag (D66), waarnemend minister van Buitenlandse Zaken, droeg woensdag een hoofddoek toen ze de Iraanse president Hassan Rouhani bezocht. , gevlucht uit Iran, voelt zich geschoffeerd door deze „knieval”.

Minister Sigrid Kaag in Teheran, op bezoek bij president Rouhani. Foto EPA

Op uw eerste buitenlandse reis als waarnemend minister van Buitenlandse Zaken heeft u al meteen een knieval gedaan voor een dictatuur, én voor het islamisme dat ook in Europa aan invloed wint. Terwijl elders in Teheran de zoveelste vrouw werd gearresteerd en naar de gevangenis moest omdat ze vreedzaam protesteerde tegen de verplichte hoofddoek, stond u onderdanig en kritiekloos tegenover de Iraanse president Hassan Rouhani, mét een hoofddoek.

U vindt het blijkbaar ook niet erg dat mannen u geen hand willen schudden. „Het heeft geen zin om anderen je normen en waarden op te leggen”, zei u daarover. Leg dat maar eens uit aan de miljoenen vrouwen die nu al veertig jaar onderdrukt en gediscrimineerd worden in de Islamitische Republiek Iran (zoals het land officieel heet).

Ik weet uit eigen ervaring hoe vernederend en frustrerend het is om als tweederangsburger door het leven te gaan, en in de gevangenis te belanden omdat je opkomt voor vrijheid en vrouwenrechten. Ik weet dat Iraanse vrouwen hun westerse geslachtsgenoten net om die reden zien als bondgenoten: ze delen dezelfde waarden. Daarom hebben Iraanse vrouwenrechtenorganisaties er bij westerse vrouwelijke politici ook al herhaaldelijk op aangedrongen om geen hoofddoek te dragen als ze het land bezoeken. Uit solidariteit met de vele vrouwen (én mannen) die dagelijks in de cel belanden omdat ze zich verzetten tegen een totalitaire religieuze dictator, en precies dié normen en waarden verdedigen die uw partij zo hoog in het vaandel draagt.

Het siert u niet dat u zich nu verschuilt achter het versleten schaamlapje van het cultuurrelativisme. Je kunt het islamisme niet bestrijden als je het niet bij de wortel aanpakt, in Iran dus. En al helemaal niet als je je eigen principes met voeten treedt en plots nederig knielt voor de onderdrukker. Waar is de tijd dat Nederland een voortrekkersrol speelde in de strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika? Of is de structurele discriminatie van vrouwen misschien minder erg dan op basis van huidskleur?

En dan nog een vraag: hoe voelt het eigenlijk om al die vrijheidslievende Iraanse vrouwen te negeren en te schofferen? Ik betwijfel sterk of u op zo’n moment de Nederlandse bevolking vertegenwoordigt, ook al is het maar tijdelijk.