Met de Duitse film gaat het helemaal niet slecht

Filmfestival Berlijn ‘Isle of Dogs’, de animatiefilm van Wes Anderson waar Berlijn mee opende, is nog steeds het beste wat daar deze week te zien was. Het festival zoekt nieuw elan, maar er waren genoeg goede films te vinden.

Andrea Berntzen in Utøya. 22 juli

Op de 68ste editie van het filmfestival van Berlijn was geregeld een verzuchting te horen van een teleurgestelde festivalganger die overwoog volgend jaar niet meer terug te komen. Het festival is onoverzichtelijk groot geworden en lijdt aan een gebrek aan focus en richting. Dat er iets moet gebeuren in Berlijn was eigenlijk al duidelijk. Een grote groep prominenten in de Duitse filmwereld greep in november het aanstaande vertrek van festivaldirecteur Dieter Kosslick aan om te pleiten voor een hernieuwd elan van het festival, met scherpere keuzes en een bredere internationale oriëntatie. De jongste editie van het festival heeft die diagnose bevestigd.

Kosslick is bezig met zijn één na laatste Berlinale. Inmiddels regent het gevraagde en ongevraagde adviezen over de toekomst van het festival. Berlijn zou een drastische afslankingsoperatie moeten ondergaan: dit jaar waren er 400 films geselecteerd; een veelvoud van de officiële selectie van concurrenten als Venetië en Cannes. Dat maakt het voor individuele films bijzonder lastig om met het hoofd boven het maaiveld uit te steken. Dit jaar zijn opmerkelijk weinig films in de Berlijnse competitie aangekocht voor distributie. Dat zegt iets over de teruglopende relevantie van de selectie in Berlijn.

Kopfkino

Was het dan allemaal kommer en kwel? Helemaal niet. Met zo’n enorme bak films die over het publiek wordt uitgestort, zijn er natuurlijk altijd goede films te vinden. Het belangrijkste Duitse filmfestival mag dan niet in beste doen zijn, de Duitse film staat er helemaal niet slecht voor. Van Christian Petzold was Transit te zien: een film over vluchtelingen voor de oprukkende Duitsers in mei 1940 in Zuid-Frankrijk die zich afspeelt in hedendaags Marseille; een gedurfd experiment, dat juichend is ontvangen door de Duitse pers.

Philip Gröning maakt het de kijker niet direct gemakkelijk met zijn drie uur durende vertelling Mein Bruder heisst Robert und ist ein Idiot: over broer Robert en zus Elena, die op een broeierige zomerdag worstelen met elkaar en het verstrijken van de tijd. Omdat Elena vlak voor haar eindexamen filosofie zit, heeft Gröning een prachtig excuus om het werk van de filosoof Martin Heidegger uitgebreid aan te halen. Beide films zijn sprekende voorbeelden van wat de Duitsers zo mooi ‘Kopfkino’ noemen: intellectuele cinema, die buiten het festivalcircuit een moeizaam bestaan tegemoet gaat.

Oudere vrouwen

Uit het weinig bekende filmland Paraguay kwam het kleine, mooie Las herederas van Marcelo Martinessi. De film gaat over Chela en Chiquita, twee vrouwen die al vele jaren een stel zijn. Chela zit meestal gedeprimeerd achter haar schildersezel, terwijl Chiquita het contact met de buitenwereld onderhoudt. Dat verandert als Chiquita de gevangenis in moet voor fraude en Chela ineens voor zichzelf moet leren zorgen. Ze verdient wat bij met taxiritjes en ontmoet zo de seksueel ongeremde, twintig jaar jongere Angy. Las herederas is een mooie karakterstudie, die en passant het nodige te zeggen heeft over rolpatronen en maatschappelijke ongelijkheid. De film sluit ook perfect aan bij de huidige kritische debatten over de representatie van (oudere) vrouwen in film.

De Russische biopic Dovlatov van Aleksej German jr. viel ook in de smaak. De film gaat over de Russische dichter-dissident Sergej Dovlatov, die in de jaren zeventig in de clinch lag met de autoriteiten in de Sovjet-Unie. De parallellen met hedendaagse spanningen tussen kunstenaars en de Russische staat zijn evident.

Scheiding

Utøya. 22 juli van de Noorse regisseur Erik Poppe is een pijnlijke reconstructie in één take van het gruwelijke bloedbad dat terrorist Anders Breivik aanrichtte op een Noors eilandje op 22 juli 2011. Ongepast en overbodig, of een knap staaltje filmmaken over een eigentijdse tragedie die niet mag worden vergeten? Utøya. 22 juli zorgde in Berlijn in ieder geval voor de meeste discussies.

Lees ook de column van Peter de Bruijn: Hebben we film nodig om ons in te leven?

Ook tegen het einde van het festival, dat nog tot en met zaterdag duurt, behoorde openingsfilm Isle of Dogs, de animatiefilm van Wes Anderson over naar een vuilnisbelt verbannen honden, nog steeds tot het beste wat in Berlijn te zien was. Maar daar stonden te veel films tegenover die hoogstens half gelukt zijn. De competitie haalt niet het niveau van Cannes of Venetië en stuitert kwalitatief alle kanten op. Dat kan beter.

Kosslick zal vermoedelijk de laatste festivaldirecteur zijn die zowel zakelijk als artistiek leider is. Bij de andere grote festivals zijn die functies al gescheiden. De benoeming van zijn opvolger – of opvolgers – wordt dit voorjaar verwacht. Vermoedelijk zal Kosslick bij zijn laatste editie in 2019 die opvolger al als een soort schaduwdirecteur naast zich hebben.

    • Peter de Bruijn