Recensie

Maria Austria legde haar passie in foto’s van theater en dans

Tentoonstelling Iedereen kent haar van de duizenden theaterfoto’s die ze in de jaren 50, 60 en 70 maakte. Maar het Joods Historisch Museum laat ook ander werk van Maria Austria zien, zoals de foto’s die ze in 1954 in het Achterhuis maakte.

‘Ama Virikiti’ van Robert Serumaga, Theatre Unlimited, Oeganda. Uitvoering in het Mickery Theater te Amsterdam (1974). Foto Maria Austria/MAI Amsterdam

Eigenlijk, zegt biograaf Martien Frijns, zijn er drie momenten in het leven van Maria Austria (1915-1975) aan te wijzen die haar leven en haar carrière hebben bepaald. Haar vertrek in 1937 vanuit het fascistische Wenen naar Amsterdam, waar ze in de oorlog via de onderduik in het verzet belandde en waar ze later mensen als Stedelijk-directeur Willem Sandberg en theatermaker Rob de Vries zou ontmoeten. Het tweede is de oprichting van fotopersbureau Particam in 1945, samen met Aart Klein, Willem Zilver Rupe en Henk Jonker, met wie ze in 1950 trouwt. En het derde moment is de scheiding van Henk Jonker, in 1963.

„Jonker rommelde tijdens zijn huwelijk met andere vrouwen”, vertelt Martien Frijns. „Dat moet haar gekwetst en beperkt hebben. Vanaf het moment dat ze hem de deur uitzet, zie je dat ze nog sterker dan voorheen de vrijheid neemt om te doen wat ze zelf wil. Ze is dan nog jong, pas 48, en legt zich vanaf die tijd voornamelijk toe op haar grote passie: theater- en dansfotografie, vooral van experimentele, vooruitstrevende stukken.”

Van Frijns verscheen onlangs de vuistdikke biografie Maria Austria, fotografe, 784 pagina's en meer dan 700 foto’s. Op zijn boek is de overzichtstentoonstelling over Maria Austria, in 1915 in Karlsbad geboren als Maria Oestreicher, in het Joods Historisch Museum in Amsterdam gebaseerd.

Peter Schat (links) en Reinbert de Leeuw en John Cage op het Holland Festival 1970. Foto Maria Austria/MAI Amsterdam

Het zijn voornamelijk theater-en dansfoto’s waar het publiek Maria Austria van kent. Ze was ruim dertig jaar lang de vaste fotograaf van het Holland Festival, woonde zo’n beetje in het theater en kreeg heel cultureel Nederland van de jaren vijftig, zestig en zeventig voor haar lens. In boek en expositie – ze tonen gedeeltelijk dezelfde beelden – zien we foto’s van het jonge talent van toen; Aart Staartjes, Hans van Manen, Bernard Haitink, en buitenlandse grootheden als Josephine Baker, Benjamin Britten en Maria Callas.

Maar ze was meer dan dat, zegt Frijns. Hij noemt Austria „de documentalist van de Nederlandse geschiedenis”. Waarmee hij doelt op haar overweldigende en veelzijdige productie en dat ze met haar camera werkelijk overal bij was. Tijdens de oorlog al fotografeerde ze marcherende Duitse troepen in de Amsterdamse Vondelstraat en het benauwende onderduikadres waar ze met Henk Jonker het laatste jaar van de oorlog doorbracht.

Meteen na de Bevrijding trok ze er – net als fotografen als Eva Besnyö, Emmy Andriesse en Cas Oorthuijs – op uit om met fotorolletjes die zij van de Canadese soldaten kregen toegestopt de gevolgen van de oorlog vast te leggen. Al op 12 mei 1945 heeft Austria een perskaart waarmee ze het hele land door kan reizen en in de dagen, weken en maanden erna zal ze de kapot gebombardeerde bruggen fotograferen, de kinderen die in kapotte schoenen door de Jordaan zwerven, de Joden die uit Westerbork terugkeren.

Het Achterhuis

Voor fotopersbureau Particam (van ‘Partizanen Camera’) fotografeert ze in de jaren na 1945 onder andere de wederopbouw, de rondetafelconferentie in Den Haag en de Watersnoodramp.

Wand met foto’s en plakplaatjes in Annes kamer in het Achterhuis (1954). Foto Maria Austria/MAI Amsterdam

Heel bijzonder is ook de serie die ze in 1954 maakt in het Achterhuis van Anne Frank, als voorstudie voor het toneelstuk The Diary of Anne Frank, dat in 1955 op Broadway in première gaat. Opvallend is dat dit ingehouden en sobere beelden zijn, terwijl de meeste van haar foto’s getuigen van een enorme warmte en betrokkenheid. Alsof ze door de ernst van het onderwerp de emotie wil vermijden, legt ze in het Achterhuis afstandelijk het interieur vast van de plaats waar de herinneringen aan de vroegere bewoners nog zo vers zijn – de trap, de houten vloer, de muur met plaatjes die Anne Frank daar nog had opgehangen.

Haar foto’s zijn stille getuigen van een drama, in een tijd dat er nog niet dagelijks duizenden toeristen de smalle houten trappen beklimmen. „Het huis had nog niet de status die het nu heeft”, zegt Frijns. „Als je er begin jaren zestig een kijkje wilde nemen moest je aanbellen bij de buren, studenten, die de paar mensen die daar toen interesse in hadden, vooral Amerikanen en Duitsers, een kleine rondleiding gaven.”

Vienna Shooting Girls

Foto die Maria Austria maakte voor het vak Projectie- en schaduwleer tijdens haar opleiding in Wenen (1934). Foto Maria Austria/MAI Amsterdam

Maria Austria heeft, zo becijferde biograaf Frijns, in totaal zo’n 200.000 foto’s gemaakt. „Ze was enorm gepassioneerd en een verschrikkelijk harde werker, afkomstig uit een familie van pioniers die hun dromen achterna gingen. Haar grootvader was een van de eerste kuuroordartsen in de Bohemen, haar zus had aan het Bauhaus gestudeerd en runde in Amsterdam een klein textielatelier.”

Hoewel het grootste deel van Austria’s carrière zich afspeelde in Nederland, had deze familieachtergrond samen met haar studie fotografie in Wenen een enorme invloed op haar.

In de Oostenrijkse hoofdstad waren tot 1938, toen het voor Joden verboden werd een bedrijf te bezitten, uitzonderlijk veel Joodse vrouwen als fotograaf werkzaam. Deze Vienna Shooting Girls, zoals ze later genoemd werden, hadden met elkaar gemeen dat ze vaak kinderloos, alleenstaand of gescheiden waren, en hun carrière op eigen kracht hadden opgebouwd. „Het waren vrouwen die wisten dat ze voor zichzelf moesten zorgen en kansen dus grepen als ze voorbijkwamen”, zegt Frijns. „Die mentaliteit heeft Maria Austria tot haar dood in 1975 met zich meegedragen. Ze was de drijvende kracht achter haar eigen succes. Zij bepaalde wat er gebeurde en niemand anders.”