Mogen ‘we’ straks meebeslissen over de opvolging van Juncker?

Het Europees Parlement wil inspraak van EU-burgers bij de aanstaande opvolgingsstrijd van Jean-Claude Juncker als voorzitter van de Europese Commissie. „Alles beter dan onderonsjes van regeringsleiders.”

Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker tijdens een persconferentie in Brussel in februari. EPA/STEPHANIE LECOCQ

Wie wordt de nieuwe baas van de Europese Commissie? Over die vraag buigen de regeringsleiders zich vrijdag op een EU-top in Brussel. Het mandaat van de huidige voorzitter Jean-Claude Juncker loopt nog tot medio 2019. Maar de leiders voelen de hete adem in de nek van het Europees Parlement dat in de opvolgingsprocedure een sleutelrol opeist.

De Europarlementariërs willen dat de vooruitgeschoven kandidaat van de winnende politieke fractie bij de Europese verkiezingen automatisch de nieuwe Commissievoorzitter wordt. Met deze spitzenkandidaten werd voor het eerst gestunt bij de laatste Europese verkiezingen in 2014. Het Europees Parlement trok toen het initiatief naar zich toe en organiseerde debatten tussen de spitzen. Voor het eerst was de Europese kiezer getuige van een spel dat voordien achter gesloten deuren werd gespeeld door regeringsleiders die onderling een nieuwe voorzitter aanwezen.

Indirect had de kiezer voor het eerst invloed op de keuze voor de nieuwe Commissievoorzitter: een stem op bijvoorbeeld het CDA was ook een stem voor de ‘spits’ van de Europese christen-democraten (EVP), waartoe het CDA behoort. De regeringsleiders, die formeel het laatste woord hebben, accepteerden onder publieke druk de keuze van het parlement voor Jean-Claude Juncker. „Ze stonden erbij en keken ernaar, en dat vonden ze niet leuk”, zegt CDA-Europarlementariër Esther de Lange.

Bij de volgende Europese verkiezingen in mei 2019 zullen de leiders het opnieuw moeten slikken, vindt De Lange. „Dit is transparant. Een stap terugdoen kun je aan Europese burgers niet uitleggen.”''

Lees ook over spitzenkandidaten: Europarlement en lidstaten op ramkoers over kiezen Commissievoorzitter.

Met tegenzin iets aardigs zeggen

Op de agenda waarmee de leiders vrijdag aan tafel gaan staat nadrukkelijk dat zij bij de benoeming slechts ‘rekening houden met de uitslag van Europese verkiezingen’. Maar de leiders behouden op basis van het Europees Verdrag het ‘voorrecht’ om te bepalen wie de voorzitter wordt.

Met tegenzin zullen de leiders „iets aardigs zeggen over die Spitzenshow van het Europarlement”, zegt een diplomaat in Brussel. Maar de scherpe boodschap zal luiden: de regeringsleiders hebben het laatste woord.

„Europarlementariërs hebben zichzelf aangepraat dat dit een échte democratische procedure is, maar het is nep”, zegt professor Europese geschiedenis Mathieu Segers van de Universiteit Maastricht.

Het Europees Parlement is volgens hem geen echt parlement dat de macht controleert, maar een Europese instelling die meebeslist. „Het héét parlement, maar is het niet. Doen alsof, met die spitzen, wekt alleen maar wantrouwen.”

Dat de spitzenstrijd de Europese politiek dichter bij de burgers brengt vindt Segers een slecht argument. In 2014 was er bij de Europese verkiezingen juist een laagterecord in opkomst met 42 procent. En ‘verfrissend’ was het volgens Segers allerminst. De spitsen van de grote Europese fracties - Juncker namens de christen-democraten (EVP), Martin Schulz (sociaal-democraten), Guy Verhofstadt (liberalen) - waren bij uitstek vertegenwoordigers van de aloude politieke zuilen in Europa.

Lees ook over Jean-Claude Juncker: Ambitieuze Juncker belooft veel. Té veel?

Eerste stap

Het werd uiteindelijk Juncker, vanwege het overwicht van de EVP. Ook in 2019 stevent de EVP af op winst.

„Die spitzenstrijd is zeker niet de redding van de Europese democratie”, zegt GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout. „Het is een eerste stap. Alles beter dan die onderonsjes waarbij regeringsleiders één criterium hanteren: de voorzitter moet een muis zijn, zo grijs mogelijk.”

Met een oppermachtige EVP in het Europarlement staat de uitkomst van een volgende spitzenstrijd al vast, al is de christen-democratische kandidaat nog niet bekend. „Tenzij kleinere fracties de krachten bundelen en zich scharen achter een gezamenlijke spits met elan”, zegt Eickhout. „Dat hebben wij als Groenen in 2014 ook geprobeerd met de Liberalen van Verhofstadt. Probleem was alleen: Verhofstadt wilde zélf de spits zijn.” Voor de Groenen was hij teveel het gezicht van de liberale fractie. Eickhout: „Dat konden wij onmogelijk steunen.”

    • Tijn Sadée