Klokbeker maakte einde aan ‘Brits DNA’

Archeologie

DNA-onderzoek heeft een oud debat over migratie aan het einde van de Steentijd beslist. In Brittannië kreeg migranten-DNA de overhand. Op het continent was er menging.

Spaanse klokbeker uit Ciempozuelos, bij Madrid (replica uit Museo Arqueológico Nacional de España). Foto José-Manuel Benito Álvarez

De komst van de klokbekercultuur naar Brittannië rond 2500 voor Chr. leidde daar tot grote veranderingen in de genetische samenstelling van de bevolking. In een grootscheeps onderzoek van prehistorisch DNA dat woensdag in Nature verschijnt spreken onderzoekers, onder leiding van de Amerikaan David Reich, van een „bijna volledige vervanging van de plaatselijke bevolking” op de langere termijn.

Op de grens tussen steentijd en bronstijd, in het derde millennium voor Chr., vormde deze klokbekercultuur in Zuid- en West-Europa de eerste paneuropese cultuur, samen met de nauw verwante touwbekercultuur in Centraal- en Noord-Europa. Uit eerder onderzoek van David Reich bleek al dat deze nieuwe ‘enkelgrafs-culturen’ sterk beïnvloed zijn door grote aantallen migranten uit de West-Aziatische steppe die paarden, het wiel en de ploeg meenamen, en volgens sommigen zelfs de Indo-Europese taal. In de graven liggen vooral mannen, vaak met koperen dolken en boogschutterattributen als grafgiften. En natuurlijk het typerende luidklokvormige aardewerk.

De Leidse hoogleraar ‘archeologie van het vroege Europa’, David Fontijn, reageert verheugd op het nieuwe DNA-onderzoek in Nature: „Heel belangrijk! Het onderzoek naar culturele veranderingen en migraties in deze cruciale tijd in de Europese prehistorie zat jarenlang muurvast. Met dit soort DNA-studie zit er weer enorm schot in. Vooral de conclusies over Engeland zijn verrassend. Ik zal mijn colleges onmiddellijk moeten aanpassen. Dat is altijd mooi.”

In het onderzoek wordt de ‘nieuwe’ genetische signatuur in Brittannië – met duidelijke aanwezigheid van steppe-DNA – in verband gebracht met een klokbekergemeenschap in Oostwoud, in Friesland. „Dat lijkt er sprekend op, inderdaad”, zegt Fontijn, „Maar dat komt vooral omdat uit het gebied Benelux-Noord-Frankrijk in deze tijd nog helemaal geen ander archeologisch DNA is. Dat gebied heeft een sleutelpositie, maar we weten nog veel te weinig.” Door die Oostwoud-connectie bracht de Britse krant The Observer dit nieuws al eerder dit jaar onder de kop ‘Did Dutch hordes kill off the early Britons who started Stonehenge?’. Nogal idioot, vindt Fontijn. Sowieso kwamen de migranten uit een veel groter gebied, maar vooral is volkomen onduidelijk wat er nu eigenlijk in die eeuwen in Brittannië is gebeurd. Fontijn: „Genocide is zeer onwaarschijnlijk, er is geen aanwijzing voor grootscheeps geweld. Door de duidelijke breuk in cultuur is ook vroeger al wel gedacht aan ziekte die de eerdere bevolking uitgeroeid zou hebben. Maar ook daar is geen aanwijzing voor.”

Door de teruggevonden wapens wordt de klokbekercultuur vaak gezien als krijgercultuur, maar Fontijn legt een ander accent. „Je kunt er ook een soort presentatie van handelscontacten in zien, met producten van echt ver weg. Die uitgestrekte handelsnetwerken langs de zeekusten waren zelfs de grote vernieuwing van de klokbekercultuur.” En die wapens dan? „Die dolken waren maar klein”, zegt Fontijn. „Aardappelschilmesjes zijn ze weleens genoemd. Die boogschutterattributen zijn serieuzer, maar pijl en boog past niet echt bij individuele krijgers. Dat is meer tribale oorlogvoering.”

In totaal hebben de onderzoekers het genoom van 37 Britse ‘klokbekermensen’ vergeleken met een groot aantal DNA-monsters uit andere perioden, ook van het vasteland. In de eerste eeuwen na de komst van de klokbekercultuur was de genetische signatuur van de begraven individuen op het eiland nog enigszins gemengd, met soms tot 40procent ‘ouder DNA’, maar uiteindelijk (ca. 1500 v. Chr.) domineert in heel Brittannië met zo’n 90 procent de continentale DNA-signatuur van de klokbekermensen.

In het onderzoek zijn in totaal 400 nieuwe genomen van begraven individuen uit de periode 4700 tot 800 voor Chr. en 683 eerder gepubliceerde DNA-gegevens uit dezelfde periode uit heel Europa vergeleken met die van duizenden individuen uit de moderne tijd.

Opvallend is dat op het vasteland een veel gemengder beeld werd gevonden van de genetische veranderingen bij verschijning van de klokbekercultuur. Overal op het continent, behalve in Spanje, is bij de komst van de klokbekercultuur een grote invloed van ‘steppe-DNA’ uit het oosten gevonden, maar altijd vermengd met de oudere ‘lokale’ mix van Mesolithisch ‘jagers-verzamelaars’-DNA en DNA afkomstig van Anatolische landbouwers en hun nakomelingen.

Op het Iberische schiereiland is de genetische signatuur van de Russische steppe (Kurgan-cultuur/Yamna-volk) in de klokbeker-individuen veel geringer, terwijl de oudste sporen van klokbekercultuur juist daarvandaan komen. Dat is een duidelijke aanwijzing voor de grote regionale verschillen in de mate waarin migratie of culturele invloed domineerden bij de verspreiding van de klokbekercultuur.