Kamer erkent Armeense genocide, kabinet niet

Volkerenmoord

Het kabinet weigert het voorbeeld te volgen van de Tweede Kamer, die donderdag de genocide bijna unaniem erkende.

Monument ter nagedachtenis aan de Armeense genocide in de tuin van de Armeense kerk in Almelo. Foto Eric Brinkhorst

Het kabinet blijft weigeren uit te spreken dat in 1915 een genocide onder Armeniërs heeft plaatsgevonden. Wel zal op 24 april op verzoek van de Tweede Kamer voor het eerst iemand van het Nederlandse kabinet de jaarlijkse herdenking van de slachtoffers in de Armeense hoofdstad Jerevan bijwonen. Maar volgens minister Sigrid Kaag (Buitenlandse Zaken, D66) mag dit niet beschouwd worden als een erkenning van de volkerenmoord.

De Tweede Kamer heeft donderdag in een bijna unaniem aangenomen motie van de ChristenUnie de Armeense genocide wel erkend. Alleen de drie Kamerleden van Denk stemden tegen. Niet eerder sprak de Tweede Kamer zich zo onomwonden uit. Opeenvolgende Nederlandse kabinetten hanteerden de afgelopen jaren de neutrale aanduiding „de kwestie van de Armeense genocide”.

Oorlogsslachtoffers

De uitspraak dat ruim honderd jaar geleden de Armeense bevolkingsgroep doelbewust door de Turken is vermoord, ligt in Turkije uitermate gevoelig. Volgens dit land was er sprake van oorlogsslachtoffers. De Nederlandse tijdelijk zaakgelastigde in Ankara is vorige week vrijdag direct op het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken ontboden toen de eerste berichten over erkenning van de Armeense genocide door het parlement in Nederland bekend werden. Een woordvoerder van het ministerie waarschuwde dat het erkennen van de genocide van invloed kan zijn op het normaliseren van de diplomatieke betrekkingen tussen Turkije en Nederland.

Het kabinet heeft eerder aan de Tweede Kamer laten weten dat aan standpunten van een parlement in volkenrechtelijke zin geen bijzonder gewicht wordt toegekend. Dit geldt wel voor handelingen van de regering.

    • Mark Kranenburg