Waarom zou je nú niet gaan ka-ka-kamperen?

Winter Het is februari en het vriest ’s nachts. Perfect weer dus om te gaan kamperen.

Winterkamperen in Sint Anthonis, Noord-Brabant, op een camping van Staatsbosbeheer. Foto Merlin Daleman

Rillend in mijn slaapzak dacht ik aan de woorden van de Noorse buschauffeur. „Det blir snøvær.” Het wordt sneeuwweer. Snertweer om te kamperen dus, maar ik had zijn woorden weggewuifd. Het was oktober, de herfstzon scheen op de bergen en de berken kleurden goud. Een paar sneeuwvlokjes zou ik wel aankunnen. Met rugzak en tent ging ik op pad: een week wildkamperen in Rondane. De zon verdween achter de bergen, de wind zwol aan. Ik deed mijn donsjack aan en zette mijn tent op. Maar toen ik wilde slapen, bleek mijn dunne zelfopblaasbare matje lek: geen isolatielaag tussen de bevroren grond en mijn bevroren ledematen. Met muts op en handschoenen aan kroop ik in mijn slaapzak. Daar raakten mijn blaas en de rest van mijn lichaam in een urenlange strijd verwikkeld: naar buiten om te plassen, of in de luwte van de tent blijven. Uiteindelijk won mijn blaas. Mijn eerste winterse kampeerervaring deed me vooral verlangen naar een badkamer met centrale verwarming.

Met enige verbazing las ik de afgelopen maanden dus over een opkomende trend onder Nederlandse natuurminnaars: winterkamperen. Op eigen bodem weliswaar, maar toch – ook hier zijn de nachten niet gegarandeerd vorstvrij. Wat drijft de tentbezitter ertoe om huis en haard in te wisselen voor de kou?

We zien veel jonge stellen die trainen voor een vakantie naar Nepal

Marieken Nieuwdorp, directeur van natuurcamping

„Het verlangen om even back to basic te gaan”, vermoedt Bibi van der Sprong van Stichting De Groene Koepel, die het netwerk van 137 natuurcampings in Nederland en 13 in Frankrijk beheert, alsmede enkele groepskampeerterreinen. Vierentwintig van die natuurkampeerterreinen en twee groepsterreinen zijn deze winter open. Directeur Marieken Nieuwdorp: „De laatste jaren krijgen we in november, december en januari steeds meer bezoekers. Ten opzichte van vorige winter is het aantal kampeerders met 18 procent toegenomen. Voorlopig zitten we voor dit seizoen op zo’n achtduizend bezoekers. Maar vergeleken met de zomer zijn dat natuurlijk nog altijd kleine aantallen.” Van der Sprong: „Buiten het hoogseizoen is het extra rustig. Ideaal voor mensen die de drukte even willen ontvluchten.”

Foto Merlin Daleman

Zo vertrok schrijver Alex Buis een paar jaar geleden met Oud en Nieuw met drie vrienden naar de Chaamse Bossen in Brabant, ver weg van het vuurwerk. Het was een paalkampeerterrein: een veldje zonder toilet, zonder douche en ook zonder buren, met plek voor maximaal drie trekkerstenten. „Vooraf hadden we wel gekeken of het niet té koud zou worden. Maar eigenlijk is winterkamperen in Nederland heel aangenaam. In de zomer kampeer ik in de Alpen soms op twee kilometer hoogte, en dan heb ik het een stuk kouder.” Het verbaast hem niet dat winterkamperen juist nu een trend is. „We hebben de laatste jaren relatief warme winters gehad, ik kan me zo voorstellen dat het daarmee samenhangt.”

Nieuwdorp ziet nog een andere reden: „Veel jongeren zijn op zoek naar nieuwe uitdagingen. Op onze kampeerterreinen zien we veel jonge stellen met trekkerstentjes die trainen voor een vakantie naar bijvoorbeeld Nepal en dan hier alvast oefenen met het te lijf gaan van de kou.”

Rust met de feestdagen

In december is er een duidelijke piek op de terreinen te zien, zegt Marieken Nieuwdorp. „Mensen die behoefte hebben aan wat rust met de feestdagen. In de andere maanden hangt het vooral van het weer af. Ruim de helft van de gasten komt op de bonnefooi, zonder reservering.”

Of ga eens wildkamperen in Oman: zonder nummertjes, toilet-blokken en regels

Op natuurkampeerterrein Hessenoord gaat beheerder Carel Waenink op klompen voor naar het ‘rustzoekersveld’, dat al ruim drie decennia jaarrond geopend is. „Net als het verwarmde sanitairgebouw.” Zijn natuurcamping heeft 28 plekken. Deze ochtend zijn twee gasten vertrokken na een verblijf van een week. Nu is het grasveld – omringd door hoge sparren – weer leeg. „Vooral tipi’s zijn populair”, zegt hij. „Maar je hebt hier van alles wat: caravans, campers, trekkerstenten… En ’s avonds kunnen ze rond de overdekte vuurplaats zitten.” Boven de eveneens overdekte picknicktafel hangt nog een verdwaald takje mistletoe van de jaarwisseling.

Zo’n overdekte faciliteit is een pré, vindt Alex Buis. Zelf kampeerde hij tweemaal in z’n eentje in de winter. „En als het zo vroeg donker wordt, zijn de nachten wel erg lang. Dan kun je het beste een goed boek en een goede zaklamp meenemen.”

Wat de kou betreft is het volgens hem niet nodig de allerdikste slaapzak mee te nemen. „Zolang je maar voldoende kleding bij je heb, zodat je verschillende laagjes over elkaar kunt aantrekken. Dat isoleert prima.”