Opinie

    • Frits Abrahams

Ja, roken moet kunnen

Met veel sympathie heb ik de kruistocht van advocaat Bénédicte Ficq tegen de tabaksindustrie gevolgd, maar op één belangrijk onderdeel was ik het nooit met haar eens: de vrije wil van de roker. Die was er niet meer, vond zij, omdat de roker verslaafd was gemaakt door de tabaksindustrie.

De roker als willoos slachtoffer, gemanipuleerd tot de dood erop volgt. Ik vind het begrijpelijk dat het Openbaar Ministerie Ficq in die redenering niet wil volgen en van vervolging van de tabaksindustrie afziet. Ficq stapt nu naar het gerechtshof om alsnog vervolging af te dwingen, maar dat zal alleen lukken als ze haar argumentatie inzake de vrije wil beter onderbouwt.

Ik ben noch jurist, noch tabaksexpert of longarts, maar wel ervaringsdeskundige. Ik heb jarenlang gerookt en veel met anderen over het roken gepraat. Dat geldt ook voor Ficq zelf. Op de dag van de beslissing door het OM vertelde ze nog in de Volkskrant dat ze na het stoppen een jaar van slag was geweest. „Ik kon me slecht concentreren en miste mijn troostmomentjes als ik boos of gefrustreerd was (…). Stoppen is echt bijna niet te doen.”

Toch lukte het haar. En mij ook. En zoveel andere mensen. Ik ken méér mensen die gestopt zijn dan die onverdroten zijn doorgegaan. Stoppen met roken is wel degelijk goed te doen.

Onder de mensen in mijn omgeving die stopten, zijn jongeren maar ook bejaarden die een leven lang hadden gerookt. Van niemand van hen hoorde ik dat ze op leven en dood met de sigaret hadden moeten strijden. Ze hadden het een poosje – dat varieerde van weken tot maanden – vervelend gevonden, maar toen was het verlangen naar tabak definitief verdwenen.

Is het toeval dat al die mensen zonder veel problemen bleken te kunnen ophouden met roken? Waren het allemaal mensen met een onschokbare, ijzersterke vrije wil die manhaftig (of vrouwhaftig) iedere verleiding die op hun levenspad verscheen, uiteindelijk wisten te weerstaan? Was het maar waar; het was eerder een kwestie van gezond verstand, vermoed ik. Zij stelden het zeer op prijs nog een flinke poos door te kunnen leven.

Hoe ging het bij mij thuis? Mijn vrouw en ik rookten al stevig (sigaretten) vóór we trouwden. Mijn vrouw was de eerste die ermee stopte, nadat we verhalen hadden gehoord over onherstelbare schade aan de longen. Ik stapte over naar de sigaren. Het leek me een hele vooruitgang omdat ik niet meer over de longen rookte, maar ik hield een lastige rokershoest en besloot definitief te stoppen.

Dat is nu een jaar of dertig jaar geleden. Ik was er snel aan gewend, ook al had ik ongeveer twintig jaar gerookt. Ik heb nooit meer naar het roken terugverlangd. Ook mijn kinderen begonnen al vrij jong te roken, maar zijn er inmiddels eveneens zonder veel problemen mee opgehouden.

Het is nuttig dat Ficq c.s. de tabaksindustrie op de huid zit en het roken probeert terug te dringen, vooral uit de openbare ruimte. Roken is zeker ongezond en vaak dodelijk, maar een algeheel verbod lijkt me niet haalbaar en ook niet wenselijk. Mensen die dat per se willen, moeten kunnen roken. Als het misgaat zijn ze geen slachtoffer van de tabaksindustrie, maar van zichzelf. Het lijkt me zelfs gevaarlijk om te suggereren dat zij zelf niets aan hun lot kunnen veranderen.

    • Frits Abrahams