‘Hoekige’ Palmen is geen ernstig risico

Integriteit Twee hoogleraren zijn na onderzoek naar de Brunssumse wethouder Jo Palmen kritisch op de minister en burgemeester.

De hoogleraren uiten in hun rapport kritiek op onder meer het gedrag en taalgebruik van Jo Palmen (links), maar vinden dat hij kan aanblijven als wethouder. Foto Merlin Daleman

De eerste integriteitstoets over de benoeming van wethouder Jo Palmen in Brunssum was „een moderne guillotine”. Toenmalig burgemeester Luc Winants (CDA) opereerde „te solistisch” en maakte zich schuldig aan „het opplussen” van het oordeel van het geraadpleegde onderzoeksbureau door te scherpe kwalificaties te gebruiken. Dat concluderen hoogleraren Douwe Jan Elzinga en Arno Korsten na onderzoek voor de gemeenteraad van Brunssum.

Winants sprak vorig jaar van „een hoog, ernstig risico”, commissaris van de koning Theo Bovens (CDA) over „een rode kaart, zonder het rapport te hebben gelezen”. Onderzoeksbureau G&I had het alleen over een „meer dan gemiddeld risico”. Elzinga en Korsten onderschrijven dat er risico’s kleven aan Palmen (BBB Lijst Palmen) als wethouder. Het eerdere onderzoek ging volgens hen echter niet over feitelijke integriteitsschending, maar speculeerde voornamelijk over „toekomstige risico’s en kwetsbaarheden”.

De raad van Brunssum had Elzinga, honorair hoogleraar constitutioneel organisatierecht in Groningen, en Korsten, honorair hoogleraar bestuurskunde in Maastricht, gevraagd om een second opinion in de kwestie die de gemeente diep verdeelde. Aan het eerste onderzoek naar Palmens integriteit besloot de raad in november geen consequenties te verbinden. Winants trad daarna af als burgemeester. Zijn functie wordt inmiddels waargenomen door Gerd Leers (CDA), oud-minister en oud-burgemeester van Maastricht.

Loden bal

De hoogleraren vinden dat Winants bij het eerdere onderzoek selectief informatie heeft verstrekt, waardoor een eenzijdig beeld ontstond. „Palmen werd aan een loden bal gelegd. Hij kreeg de mogelijkheid niet om dit te corrigeren.”

In hun rapport uiten de nieuwe onderzoekers wel kritiek op Palmen: zijn taalgebruik, zijn „hoekige” gedrag, het moedwillig laten bestaan van onduidelijkheden en het vermengen van rollen. Hij schoot wat betreft integriteit „een aantal keren langs het ravijn”. Maar dat vormt naar hun idee geen beletsel voor zijn aanblijven als wethouder. Na de raadsverkiezingen, op 21 maart, zou Palmen volgens hen nog eens goed moeten kijken of hij wel verder moet „in een gemeente waar de term ‘problemen oplossen’ kennelijk niet in het woordenboek voorkomt”.

Elzinga en Korsten grijpen de zaak-Palmen aan om wat punten te maken over integriteitsbeleid in het algemeen. Zo constateren ze dat gedragscodes van gemeenteraden die bedoeld zijn om elkaar te kunnen aanspreken op ongewenst gedrag, in de praktijk vaak worden gebruikt om met politieke vijanden af te rekenen. Op het gebied van toetsen voorafgaand aan benoemingen loopt Limburg nu voorop, maar bij gebrek aan wetten is het nu „een beetje wild-west”.

De hoogleraren vinden dat er voor de raadsverkiezingen van 2022 voor een onderzoek door burgemeester én raad één wettelijk vastgestelde procedure moet komen. Alleen in uiterste gevallen moet een burgemeester de minister dan kunnen vragen om een benoeming te blokkeren.

Strengere aanpak

Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) werkt aan plannen voor strengere aanpak van niet-integere bestuurders. Of zij de aanbeveling van Elzinga en Korsten voor één landelijke procedure overneemt, kan haar woordvoerder nog niet zeggen. Ze laat weten dat „het nu eerst aan de gemeenteraad is om hierover te debatteren”. Dat debat is op 6 maart.

Ollongren zei in december dat Palmen moest opstappen omdat hij een integriteitsrisico zou vormen. Hoogleraar Korsten vindt dat Ollongren wel „erg vlug uit de heup heeft geschoten”.

Oud-burgemeester Winants ontkent dat hij het oordeel van de eerste integriteitstoets heeft ‘opgeplust’. „Er werd gesproken van ‘een meer dan gemiddeld risico’. Ik heb de term ‘hoog’ weleens gebruikt. Daar zit nauwelijks verschil in.” Ook van solistisch optreden was volgens de inmiddels ambteloos burger geen sprake. „Ik heb steeds contact gehouden met de gemeenteraad, met ambtenaren, met de provincie, met het ministerie en andere betrokkenen. Ik heb gevochten voor een onkreukbare overheid.”

Met commissaris van de koning Bovens vindt hij dat Elzinga en Korsten „wel erg juridisch naar het begrip integriteit hebben gekeken. Terwijl daar ook zaken als moraliteit en fatsoen bij zouden moeten worden betrokken.” Bovens: „De onderzoekers stellen alles wel erg zwart-wit, terwijl het bij integriteit juist ook om discutabele grijstinten gaat.”