Recensie

Een doorwrocht boek vol luister- én geheimtips

Een beschaafd gesprek tussen vier ontwikkelde personen, zo ongeveer typeerde Goethe het strijkkwartet. In Nederland zijn zo’n twintig professionele strijkkwartetten actief, naast een moeilijk te schatten aantal amateurkwartetten. Een beetje elitair genre? Ja, dat mag je het strijkkwartet inmiddels gerust noemen. Maar zoals het doorslaande succes van de eerste Strijkkwartet Biënnale in Amsterdam pas bewees: er zijn wel talrijke actieve én potentiële luisteraars, die wat eerste luisterhulp goed kunnen gebruiken. En jonge strijkers die misschien ooit in een kwartet zullen spelen – of oude musici die dat ooit deden.

Voor al die liefhebbers schreef musicoloog Leo Samama (1951) het eerste ambitieuze Nederlandstalige boek over het strijkkwartet. Wie Het strijkkwartet ter hand neemt, denkt in de eerste plaats: wat een levenswerk is dit geweest, wat een schatkist aan informatie. Bijna vierhonderd pagina’s lang neemt Samama je aan de hand langs kwartetten van Haydn tot heden. De gedachte die daarop volgt is: wat een luxe dat een muzikale veelvraat en wandelende encyclopedie als Samama – opgegroeid in een milieu waar huisconcertjes door het wereldberoemde Amadeus Kwartet terugkerende familie-evenementen waren – zijn tijd en passie stak in een gespecialiseerd boek als dit (hij deed dat eerder ook al in Het soloconcert).

Wie essayistische uitweidingen verwacht over het kwartet als één eensgezind instrument of lyrische vergelijkingen met een minnaar met vier monden en acht armen komt bij Samama bedrogen uit. Het Strijkkwartet is vooral een doorwrocht, gedetailleerd en zeer compleet overzicht. Je zou zijn boek oneerbiedig kunnen omschrijven als een verzameling uitgebreide, liefdevolle programmatoelichtingen, ware het niet dat het in sommige gevallen onwaarschijnlijk is dat je in een concertzaal zult worden blootgesteld aan de werken die worden genoemd en beschreven, en dat daarin nou net de attractie schuilt. Het boek staat vol luister- én geheimtips en voor wie het leest met Spotify als ‘tweede scherm’ gaat er een wereld open. Wat grappig, zo’n kwartet voor drie celli en bas (Christoph Wagenseil)! En wat interessant, zo’n kwinkelerend kwartet van Haydns voorloper Franz Asplmayer.

Aan de mastodonten in het genre – Haydn, Mozart, Beethoven en Schubert – wijdt Samama aparte hoofdstukken. Daar ligt een nadruk. Hij duikt diep de noten in, verbindt die met levens en tijdgenoten en weidt over hen vervolgens ook weer enthousiast uit, met exacte maar nergens in jargon verzandende beschrijvingen van wat er in hun kwartetten klinkt en wat daar bijzonder aan is.

Die kennismaking met het ongekende vormt steeds de grootste attractie van het boek. Kwartetten van Sgambati, Napravnik, Simpson – het duizelt je ervan. Enig subjectief minpunt: Samama behandelt stukken, geen uitvoerenden. Volstrekt logisch, maar vanuit het enthousiasme dat hij genereert, ontstaat als vanzelf de behoefte aan verdere begeleiding. Bij voorbeeld door middel van een website met cd-tips (wie speelt de mooiste Schubert, wie de beste Webern?) en luisterfragmenten. Maar dat is gemuggenzift. Samama deed wat hij zich ten doel stelde: hij schreef een onmisbaar handboek voor liefhebbers en liefhebbers in spe.