Wethouder Rabin Baldewsingh: „Ik weiger te geloven dat de sociaal-democratie ten dode is opgeschreven.”

Foto David van Dam

‘De PvdA is voor mij geen bijvrouw’

Rabin Baldewsingh wethouder Den Haag

Hij is de enige PvdA-wethouder in de vier grote steden en misschien wel de laatste. Tegen zijn zin is hij na 21 maart politicus-af.

In de eenzame roos in een pot, nog in folie verpakt, moet geen symboliek worden gezien. In het bonsaiboompje dat hij niet meer verzorgt evenmin. De grote stapel cadeaus op zijn bureau? Ja, geeft Rabin Baldewsingh toe, dát is wel een teken van zijn naderende afscheid.

Nog een maand is hij wethouder voor sociale zaken, werkgelegenheid, wijkaanpak en sport in Den Haag. De enige PvdA-wethouder in een van de vier grote steden. En als de partij na de gemeenteraadsverkiezingen niet in een van de colleges komt, misschien voorlopig zelfs wel de laatste. Tot voor kort leek dat ondenkbaar voor de partij die decennialang de grote steden als bijna vanzelfsprekend bestuurde.

Baldewsingh (55) zal het niet meer als actief politicus meemaken. Hij houdt ermee op. Niet vrijwillig, de PvdA-leden kozen voor een ander als Haags partijleider.

Het is de middag voor zijn laatste raadsvergadering, de laatste na twintig jaar. In 1998 kwam Baldewsingh in de Haagse gemeenteraad en drie termijnen was hij wethouder.

De afgelopen periode, zegt hij, was „zijn beste”. „Deze portefeuille paste als een jasje. Ik voelde me senang. En inmiddels had ik natuurlijk ook wat stevige bestuurlijke ervaring, waardoor ik gemakkelijk kon onderhandelen, zaken kon binnenhalen.”

Vriend en vijand geven hem gelijk: in een redelijk rechts college – met VVD, CDA en D66 naast PvdA en de linkse Haagse Stadspartij – wist Baldewsingh „zeer links beleid” te voeren, zegt hij. Hij kreeg „tegen de stroming in” budget voor gesubsidieerde banen voor bijna duizend Hagenaars, de straatvegers kwamen in vaste dienst, de gemeente kocht schulden van jongeren af. In ruil gingen die terug naar school of aan het werk.

Toch doet de PvdA het in de peilingen niet goed. Het lijkt in Den Haag het vierde verlies op rij te worden.

„Was het maar zo dat gemeenteraadsverkiezingen gewonnen worden met lokale issues. Landelijke issues en trends bepalen voor een groot deel de uitslag. Ik heb het aan den lijve ondervonden in 2014 en 2010.

„Het is te gek voor woorden dat landelijke partijleiders debatten gaan voeren. Dat gaat niet over [de Haagse wijk] Transvaal. Waar gaan volgens hen deze verkiezingen over? Over wonen? Nee. Over sociale woningbouw? Nee. Over werkgelegenheid?”

Nee, het debat gaat opnieuw over integratie en identiteit, ziet hij. Hij zegt: „Ik heb sinds [het essay van Paul Scheffer in 2000 over] het multiculturele drama ‘één-miljoen-vijfhonderd-en-drie-en-veertig’ discussies over integratiebeleid gevoerd. Wat is er veranderd? Niets, nakkes. Maar het mooie is, in de buurten is men gewoon nader tot elkaar gegroeid.”

U bent al jaren PvdA-lid, bent wethouder, kent de top van de partij. Dan kunt u toch de koers van het debat proberen te veranderen?

„Ik ben nooit met de stroom meegegaan. Ik zeg weleens: ‘Alleen dooie vis gaat met de stroom mee.’ Ik heb werkgelegenheid centraal gezet. Ik heb 17.056 mensen uit de bijstand gekregen in de afgelopen drieënhalf jaar.

„Vier jaar geleden ben ik zwaar links afgeslagen om het verschil te maken. Ik heb zichtbare resultaten geboekt.”

En toch heeft de partij u aan de kant geschoven voor een andere, jongere partijleider, Martijn Balster. In ‘AD/Haagsche Courant’ zei u dat u zich ‘verraden’ voelde.

„Ik ben niet verbitterd. Er is een partijleider gekozen en ik sta achter mijn partijleider. Als ik verbitterd was, zou ik hier dan zitten? Ik zie mensen in de Tweede Kamer en ook hier in de raad die zich afscheiden en een eigen partij beginnen. Grote onzin.

„Dat ziet u mij niet doen. Ik ben niet lid van de PvdA geworden uit opportunisme. Als het tegenzit, vertrek ik niet. De keuze voor de PvdA is niet de keuze voor een bijvrouw, maar het is een eeuwige verbintenis.”

U beschuldigt Martijn Balster wel van het ronselen van stemmen voor diens verkiezing tot lijsttrekker.

„Ik heb geconstateerd dat leden gebeld zijn. Dat heb ik niet gedaan.

„Was het debat maar bepalend geweest, dan weet ik wat de uitslag was geweest. Maar nee, slapende leden bepalen dit soort verkiezingen. Lerend hiervan en ook van hoe de landelijke lijsttrekkersverkiezing is gegaan, moet de PvdA dit soort rotzooi onmiddellijk afschaffen. Dit heeft niets met ledendemocratie te maken. Dit is ‘wie pleegt de meeste telefoontjes’, niet een verkiezing op basis van idealen.”

Is er nog wel draagvlak voor de sociaal-democratie in de grote steden?

„Stelt u zich eens een Den Haag voor zonder de PvdA in het bestuur.”

Dat kan na 21 maart zo zijn.

„De kiezer heeft altijd gelijk. Maar ik zou willen zeggen: wilt u emanciperen, werk hebben, bestaanszekerheid, geen slachtoffer worden van de graaiers die de crisis veroorzaakt hebben? Dan moet je PvdA stemmen om ons in het college te houden.

„Stelt u zich eens voor dat Rabin Baldewsingh niet in het college had gezeten. Dan was er géén anoniem solliciteren geweest bij de gemeente, géén armoedebeleid, géén nadruk op verbintenis in de stad.”

Nu bent u wel erg hard voor uw collega’s van andere partijen...

„Volgens mij is dat de realiteit. Ik zie partijen die kiezen voor mensen met een stevige portemonnee, voor het bedrijfsleven, voor verdeeldheid, asfalt, het Wilhelmus. Daarmee maak je het verschil niet voor mensen.”

PvdA-leider Lodewijk Asscher ziet dat ook, zegt Baldewsingh. In het verleden had hij veel kritiek op de voormalig vicepremier. Nu zegt hij: „Sinds Asscher minister-af is, zie ik hem de partij vormgeven.” Al mag Asscher „nóg linkser de stip op de horizon zetten.” Baldewsingh: „De PvdA zal absoluut terugkeren. Ik weiger te geloven dat de sociaal-democratie ten dode is opgeschreven.”