Column

Buitenmens

De stad uit (12)

Veel Amsterdammers denken er stiekem weleens over na: de stad uit, weg van de drukte. Journalist en radiomaker Petra Possel (54) deed het. Na 30 jaar Amsterdam verhuisde ze naar een klein dorpje in Friesland. In NRC brengt ze regelmatig verslag uit.

Je hebt twee soorten mensen: buitenmensen en binnenmensen.

Volgens Elfstedenheld Reinier Paping zijn natuurijsschaatsers per definitie buitenmensen. „Als kind heb ik de winter zó fijn gevonden. Het eerste wat ik ’s ochtends deed – het was 1940, 1941, 1942 – was naar de ramen lopen en de bloemen met de nagel afhalen en naar buiten kijken. Oh, heerlijk.” Bewonderend kijk ik naar Reinier Paping. Hij is boven de tachtig en zijn wangen blozen nog.

Ik ben een binnenmens.

Het eerste wat ik ’s ochtends doe is de thermostaat een zwiep geven om weer onder de wol te kruipen met een kop koffie. Het liefst rol ik me als een poes op in de hoek van de bank, sloffen aan, deken erover, boekje lezen. Bij het minste of geringste loop ik te blauwbekken, klaag ik steen en been, neem ik een heet bad en kruip ik in bed.

Van kou krijg ik het sjagrijn.

In de stad was het geen kunst om binnenmens te zijn. In mijn flat met onder en boven nog meer appartementen, was het eigenlijk altijd warm. Als het buiten guur of nat was, sprong ik in de tram of de taxi, ik hoefde me van het weer niets aan te trekken. Maar sinds ik in het noorden woon, is dat Oblomoviaanse gemak niet meer houdbaar. Hier is het in de winter koud en in de zomer warm en dringen de weersomstandigheden zich ongevraagd aan mij op.

Dus probeer ik mezelf van binnenmens tot buitenmens te transformeren.

Dat valt niet mee.

In Friesland is het kouder dan in Amsterdam, het scheelt zo een paar graden.

Op het Friese platteland kan het stevig waaien, weiland en water voeren de boventoon, het is er woest en ledig.

Op televisie zie ik een reclame voor outdoor-kleding.

Vroeger heette ‘outdoor’ gewoon buiten en kou nog geen ‘sportieve uitdaging’.

‘Niemand is een binnenmens’, luidt de boodschap. Een boodschap gebaseerd op serieus wetenschappelijk onderzoek, waaruit blijkt dat de meeste Nederlanders het liefst buiten zijn, maar voor 90 procent van de tijd binnen zitten.

Reinier Paping zei het al: „Je kunt je kleden op de kou.”

Ik stop oude kranten achter mijn trui en windjack, smeer mijn gezicht in met vaseline, trek de muts tot ver over mijn oren, sjaal om de hals, beenwarmers over de broek, gevoerde laarzen aan mijn voeten.

Het lukt als ik maar wil: buitenmens worden.