Brutale stuiterbal op de shorttrackbaan

Shorttrack Suzanne Schulting won zeer verrassend olympisch goud op de 1.000 meter, als eerste Nederlandse schaatser in het shorttrack. Brutaal, en bloedirritant voor haar tegenstanders.

Foto Koen van Weel/ANP

Suzanne ‘Stuiterbal’ Schulting viel even stil. Met stomheid geslagen of uitgeput van de extase. Het geluid van de mensen om haar heen leek ruis. Met een schuin oog keek ze naar een scherm achter hen in de catacomben van het shorttrackstadion. Haar eigen finale op de 1.000 meter, het moment waarop ijzige concentratie overging in bezeten gouden euforie. Alsof ze iemand anders zag schaatsen, heel onwerkelijk.

Goud, historisch goud voor het Nederlandse shorttrack. Voor een 20-jarige vrouw, een Friezin geboren in Groningen, die vanaf het moment dat ze zich drie jaar geleden bij de shorttrackploeg van coach Jeroen Otter voegde voorbestemd leek voor zulk groot succes. Hoe vaak ze dat ook van zichzelf wilde, eiste en ze na grote wedstrijden en toernooien met opwellende tranen voor camera’s stond. Af en toe viel het allemaal op zijn plaats, veel vaker niet. De belichaming van de achtbaanrit die het shorttrack is voor de sporters die het beoefenen. Stuiterbal. Donderdag op haar hoogste punt, op het allerbelangrijkste moment.

Dochter van een voetballer

Suzanne Schulting, dochter van Hannie en Jan, oud-voetballer van SC Heerenveen. Zij moest er niets van hebben. Turnen kon ze, net als een van haar zusjes, vrij aardig. Maar ze groeide op in Friesland, dan willen ouders al snel dat je leert schaatsen. Kunstschaatsen werd gewoon schaatsen, net als haar vriendinnen deden. Shorttrack combineerde ze vanaf het begin met langebaanschaatsen. Boven haar bed een poster van Sjinkie Knegt.

De rol van kopvrouw eiste ze binnen de ploeg al snel op. Gewoon omdat ze brutaal was, de aandacht wilde en opeiste. Interviews met Schulting zijn nog steeds bloemlezingen van wat er op dat moment in haar opkomt, in de Verenigde Staten zouden de afdeling censuur altijd op stand-by worden gezet. Kind van de nieuwe generatie, strooiend met verwijzingen naar Dumpert-filmpjes, druk Instagrammend, vloggend. Enorm goed te vermarkten. Ze lijkt altijd ‘aan’ te staan.

Op het ijs breekt dat haar vaak genoeg op. Want zoals ze praat, schaatst ze ook vaak. Op emotie, op intuïtie. Ze wil schaatsen zoals Knegt, maar de rust die hij met de jaren heeft gevonden, heeft Schulting zelden. Dan valt ze, of gooit ze de deur bij een ander zo hard dicht dat ze tegen een straf aanloopt. Dit seizoen werd ze tijdens wereldbekerwedstrijden zelfs meerdere keren uit races gehaald na valse starts.

Want als ze goed is, is ze héél goed. Knegt en Otter roemen de ‘lijnen’ die ze schaatst, bloedirritant voor tegenstanders. Die komen er niet langs. Zo is er elke keer na een reeks dalen één grote piek, een terugkerend fenomeen bij Schulting. Een teleurstellend WK in Rotterdam vorig jaar, maar wel brons op de 1.000 meter. Een teleurstellend EK in Dresden dit jaar, maar wel zilver op de 1.000 meter. Constant is ze nog verre van, ze is de eerste die dat zal toegeven.

Kluizenaar

Deze Winterspelen verliepen wat dat betreft precies volgens dat ritme. De emoties gingen weer alle kanten op. De eerste week in Zuid-Korea sprong ze van indruk naar indruk, want jongens, dit waren toch dé Olympische Spelen, haar eerste. Maar na de tweede échte dag van de Spelen leek de batterij even leeg, zonderde ze zich af, kwijnde ze volgens coach Otter weg als een kluizenaar. Knegt, die haar altijd kan kalmeren als ze hyper was, wist ook dat dit uiterste Schulting helemaal niet ging helpen op het ijs.

Teleurstellingen waren er in de vorm van het missen van de finale op de 3.000 meter met de ploeg, een tiende plek op de 1.500 meter en een snelle val op de 500 meter. Misschien dat de B-finale met de drie andere Nederlandse vrouwen wel een last minder was, de druk had weggenomen, dacht Knegt.

Op die 1.000 meter moest Schulting van Otter eens níet bezig zijn met het resultaat. Zeg dat tegen de vrouw die in Dresden na het EK vorige maand nog zo jaloers zei te zijn op Knegt. Vijf gouden medailles, dat wilde zij óók. Donderdag kon ze beter bezig zijn met genieten. Dat ze in de finale stond, tussen de allergrootsten, en dat zij daar deel van uitmaakte. De rust en het bekeken, tactische schaatsen van de kwartfinale en halve finale, was er ook in die finale.

Een maand na haar woorden in Dresden heeft Schulting iets bereikt wat haar grote voorbeeld niet lukte. De allereerste ooit. Stond ze daar beduusd in de catacomben van de Ice Arena te verkondigen dat ze hoopt dat haar goud impact heeft voor de sport in Nederland. Zij, 20 jaar, als voorbeeld voor een nog jongere generatie schaatsers. Die Suzanne Schulting willen zijn. Zoals zij Sjinkie Knegt wilde zijn. En Sjinkie nu even Suzanne.

    • Frank Huiskamp