Brieven over de Javabrug

Amsterdam-Oost

Het kaartje van de geplande Javabrug, verder uitgezoomd dan bij de brief van Tjeerd Dijkstra vorige week: „de huidige Passagiersterminal speelt bij deze brug helemaal geen rol”. Beeld Google Maps, bewerking Oncko Grader

Brug moet straks wel elk half uur open

Laat ik voorop stellen dat de voorgestelde brug door prof. ir. Tjeerd Dijkstra in zijn bijdrage in de krant van 17 februari (‘De Javabrug wordt geen zebrapad maar een fly-over’) de enige juiste optie is voor een brug over het IJ. De aansluiting met de Jan Schaeferbrug is gunstig voor het stijgingspercentage voor de fietsers. Hiermee is een minimale doorvaarthoogte van 11,35 meter eenvoudig bereikt, een noodzakelijkheid die voor iedereen buiten kijf staat.

Daarnaast kan er geen brug ontwikkeld worden zonder klep – anders zou immers alle plezierjachten, zee- en zeilvaart én uitzonderlijke vrachtvaart de nek worden omgedraaid.

Dat neemt niet weg dat een aantal problemen met deze brug niet wordt benoemd. In zijn stuk wordt ook alleen gediscussieerd over wélke brug moet worden gebouwd, en het alternatief (een tunnel) wordt gebagatelliseerd. Twee derde van zijn artikel wordt besteed om aan te geven dat dit ontwerp voldoet aan een aantal eisen: de hoogte van de brug, het hellingspercentage en de klep die niet vaak open hoeft.

Allereerst is een klep wel degelijk een probleem. Om enige aansluiting voor het verkeer via het water te geven richting de Schellingwouderbrug, dient er elk half uur een opening te zijn buiten de spits. Daar zitten vervolgens echter ook nog de Oranjesluizen tussen. Hier is de doorstroming meestal goed, maar het is eenvoudig voor te stellen dat door de omstandigheden en afstand de volgende brugopening (of een daaropvolgende) niet te halen is. Daarnaast haalt een modern plezierjacht van 7 meter – slechts een halve meter langer dan de valk bij de zeilschool – al snel de hoogte van 11 meter. Schepen met een te hoge mast zijn dus geen hoge uitzondering, zoals Dijkstra in zijn artikel stelt. Om te denken dat er weinig scheepvaart is met hoge masten, is dus onterecht. De zeilende passagiersvaart bezoekt Amsterdam veelvuldig, de Sixhaven is recht voor het CS te vinden en het IJ is een belangrijke route voor Noord-Holland en de zeilvaart richting IJmuiden.

Hoe vinden fietsers een open klep elk half uur? Is de pont dan het juiste alternatief? En hoe zien de impressies eruit als er grote wachtruimtes voor schepen in de tekeningen worden meegenomen, zoals de lange betonnen kades die bij de Schellingwouderbrug te vinden zijn?

Iedereen prefereert een fly-over met uitzicht boven een onveilige tunnel, maar dat is een onterechte presentatie en niet de juiste vraag. De vraag zou moeten zijn: hebben we op die plaats uitzicht over de stad nodig? Is een vrij uitzicht over het IJ en Amsterdam niet minstens zo waardevol (iets wat een nieuwe brug immers wegneemt)? En is het nieuw te realiseren park op het Java-eiland niet voldoende voor een goed uitzicht van Amsterdam?

En een tunnel hoeft niet onveilig te zijn. Schuif de geplande onderhouds- en bedieningskosten van een bewegende brug door naar permanente beveiliging en toezicht en zorg voor passende verlichting, sfeer en zelfs winkels en horeca. De fietstunnel bij Amsterdam Centraal laat prima zien dat Amsterdam in staat is prachtige tunnels te ontwerpen. In elk geval dient een mooie en veilige tunnel in de discussie te worden opgenomen, zoals nu ook elke brug op voorhand als bijzonder rooskleurig mag worden afgeschilderd.


schipper binnenvaart, zeiler en fietser

Geniet toch van de rust van het wachten op het pontje

De informatie van prof. ir. Tjeerd Dijkstra in de Amsterdambijlage van 17 februari was duidelijk en verhelderend. Vooral wat betreft hoogten van de bruggen en het te verwachten open staan van de klapbrug.

Stemmingmakerij lees ik echter in het zinsdeel „in een prachtig uitzicht in plaats van een bedompte en onveilige tunnel”. Twee tunnels niet ver van Amsterdam zijn in mijn beleving nooit bedompt en onveilig geweest. De veiligheid van bijvoorbeeld de Rotterdamse Maastunnel gaat over de toestand van het beton in auto- en voetgangers-/fietstunnels en die worden nu aangepakt. De Sint-Annatunnel onder de Schelde in Antwerpen, 31,57 meter onder de grond, functioneert al sinds de oplevering in 1933 zonder bedompt en onveilig te zijn.

Er is veel misinformatie over dit soort onderwerpen en het stelt me teleur dat de geachte heer Dijkstra als eerste argument noemt; „…de brug hoeft niet meer open voor zeecruiseschepen, want die meren straks af in het Westelijk Havengebied…”. Als hij in zijn fotomontage 50 meter had uitgezoomd, zoals te zien hierboven, had hij gezien dat de huidige Passagiersterminal bij deze brug helemaal geen rol speelt. Ik verwacht meer nauwkeurigheid van iemand met zijn statuur.

In deze tijden van haast en stress ervaar ik de momentjes van wachten voor, én de oversteek óp de pont over het IJ als een geschenk van rust. Daar geniet ik van het prachtige uitzicht, de passage van andere schepen, het heel even vrij zijn ‘van’, en het kost niks! Al die voorstanders van die bruggen; provinciale nieuwkomers, stresskippen, fans van power-yoga (hoe verzin je het), hypotheekslaafjes en thrill-verslaafden: ik vrees hun toekomst wanneer de kinderen 12 jaar zijn en de relatie met de partner ook niet meer je van het is en als op het werk ineens die jongere is die het sneller en goedkoper kan dan jij…

Neem de pont, en begrijp eindelijk hoe mooi dat is.

Oncko Grader
geboren aan de Amstel en getogen in Amsterdam