Birma: voor al uw lage lonen

Birmese kledingfabrikanten

Birma’s kledingexport is groeiende. Het land schendt mensenrechten, arbeidsomstandigheden zijn slecht. Sancties of investeren?

Een kledingfabriek in de Birmese hoofdstad Yangon. Foto Gethin Chamberlain / eyevine

Kleding laten maken kan bijna nergens zo goedkoop als in Birma. De redenen daarvoor liggen voor de hand: lage lonen (gemiddeld € 2,71 per dag), onbetaalde overuren, kinderarbeid, geen vakbonden, et cetera. Ondertussen groeit de kledingexport er enorm en verwacht SOMO, een ngo die onderzoek doet naar multinationale ondernemingen, dat in 2024 er 1,5 miljoen Birmezen in kledingfabrieken zullen werken. Europa is de grootste afnemer van kleding uit Birma en dan gaat het om winkelketens als C&A, Zara, H&M en Primark.

Hoe bouw je betere werkomstandigheden op en hoe ontvang je buitenlandse investeerders in een land dat tot 2011 te maken had met economische sancties? „In Birma is de infrastructuur slecht ontwikkeld, elektriciteit is niet overal even goed, en ook de arbeidsomstandigheden niet. De regering weet dat en moet dus iets anders bieden om buitenlandse investeerders aan te trekken. Dat doe je door lage lonen toe te laten en vakbonden het werk moeilijk te maken”, legt Thurein Aung (42) uit. Hij is arbeidsrechtactivist namens Action Labor Rights (ALR) en is hier samen met zijn collega Myo Myo Aye (49) van de STUM, een (nog) niet geregistreerde vakbond in Birma. Aung zat van 2007 tot 2012 gevangen omdat hij meedeed aan een protestbijeenkomst voor betere arbeidsomstandigheden voor de Amerikaanse ambassade in Birma. Aye hangt nu een proces boven het hoofd wegens smaad omdat ze zich uitsprak tegen Japanse investeerders in haar land.

C&A Foundation

Aung en Aye zijn in Nederland om politici en bedrijven bewust te maken van de arbeidsomstandigheden in de Birmese kledingindustrie, in de hoop dat overheden in actie willen komen. Overheden zouden bijvoorbeeld Europese afnemers moeten verplichten informatie over hun kledingleveranciers openbaar te maken. De twee komen die middag net terug van een bijeenkomst bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, waar ze overigens weinig respons kregen.

De helft van de kledingfabrieken in Birma is in handen van Japanners, Zuid-Koreanen, Chinezen en Taiwanezen. Ze leasen of kopen grond en kunnen er elke fabriek op zetten die ze willen. Het probleem daarbij is dat niemand de verantwoordelijkheid neemt voor de omstandigheden. „Sommigen kondigen veranderingen aan, zoals C&A ”, vertelt Aung. „Maar toen de resultaten er waren, vroeg ik wat ze ermee gingen doen. ‘Niks’, was toen het antwoord, omdat ‘we er niks mee kunnen’. Een vergelijkbaar antwoord kreeg ik toen ik bij de Koreaanse ambassade arbeidsomstandigheden aankaartte. Daar zeiden ze: dat is de verantwoordelijkheid van de Birmese regering.” Deze regering zal werkgevers niet aanspreken omdat ze buitenlandse investeerders nodig heeft.

In alle fabrieken, of ze nu in Aziatische, Amerikaanse of Australische handen zijn, zijn de omstandigheden slecht, benadrukt Aye. „Het management is slecht georganiseerd, ze vragen om onmogelijke werkuren door slechte planning, een arbeider heeft zes vrije dagen per jaar, waarbij je er niet meer dan drie achter elkaar mag opnemen, vakbonden worden als last gezien en dus als iets overbodigs.”

Sancties omwille van Rohingya?

Ondanks dit alles zijn Aung en Aye ervan overtuigd dat het een goed idee is nu te investeren in Birma. „Met name in het Westen overwegen bedrijven zich terug te trekken uit Birma of niet te starten om zo de Rohingya-kwestie en de mensenrechten aanhangig te maken”, zegt Aye. Ze snapt de reflex, maar het werkt niet. „De verantwoordelijken binnen het leger tref je hier niet mee, die hebben hun belangen niet liggen in de kledingindustrie. Het enige dat je bereikt is dat er minder werkgelegenheid is en uiteindelijk dus de bevolking de klos is. Je moet de bedrijven boycotten waar de legerleiding bij betrokken is, maar leg geen sancties op die een hele economie treffen. Wanneer de bevolking wordt getroffen, keer je voordat je het weet terug naar de opstanden van 1988 waarbij duizenden doden vielen toen het leger die opstand neersloeg.”

    • Toef Jaeger