Avontuurlijk Koreaans recept voor tijdens de Spelen

Janneke kookt Traditioneel wordt bulgogi op de barbecue bereid, maar het lukt ook op een grillplaat. Vraag de slager om het vlees in dunne plakken te snijden op de snijmachine

Foto Merlijn Doomernik

Seoul 1988. Een groepje Nederlandse sportjournalisten loopt door een van de vele red light districts die de stad rijk is. De wijk bestaat uit kleine en nog kleinere straatjes waar in lange jurken gehulde meisjes zo bevallig mogelijk voor de deur van hun peeskamertjes naar potentiële klanten staan te lonken. Nee, de journalisten lopen daar niet voor u-weet-wel; alleen Koreaanse mannen mogen immers bij de dames naar binnen, en dan nog alleen wanneer ze hun schoenen keurig op straat laten staan. De Hollanders hebben, na weer een hectische lange dag Olympische medailles, ordinaire honger.

Ze strijken neer bij een van de vele minirestaurantjes, of misschien is het adequater de nering te beschrijven als een streetfoodkraampje. Veel stelt het in elk geval niet voor. In hun bereisde bestaan hebben onze verslaggevers geleerd dat je op dit soort plekken vaak het beste te eten krijgt. Maar hoe bestel je een maaltijd in een land waarvan je de taal niet spreekt en waar vrijwel niemand Engels beheerst? Je lacht eens vriendelijk naar de bediening en wijst op goed geluk iets aan op de kaart. En als je erg veel geluk hebt, is er een aquarium met levende have, en kun je daarnaar gebaren en weet je in elk geval dat je iets vers te eten krijgt. Toch?

Right. Behalve dat je daar in Azië toch een beetje mee moet oppassen. Want voor je het weet heb je bijvoorbeeld per ongeluk sannakji besteld en staat er een bord met krioelende baby-octopusjes voor je neus. Krioelend als in kraaklevend. En wat doe je dan? Dan begin je gewoon te eten, tegenstribbelende tentakel voor tegenstribbelende tentakel. Misschien kauw je een paar keer extra voor de zekerheid. Maar je eet op wat je besteld hebt. Je bent tenslotte een Nederlander of je bent het niet.

Dit verhaal is waar gebeurd. En door alle betrokkenen overleefd, wat niet vanzelfsprekend is, want bij het eten van sannakji – met sesamolie besprenkelde en met sesamzaad bestrooide in stukken gesneden levende octopus – bestaat de kans dat een van de zuignappen van het beest zich vastgrijpt in je strot en dat loopt niet altijd goed af.

Kom, laten we het laatste weekeinde van de Olympische Winterspelen in Pyeongchang vieren met een iets minder luguber Koreaans gerecht: bulgogi. Traditioneel wordt dit gemarineerde rundvlees op de barbecue bereid, maar het lukt ook op een grillplaat. Vraag de slager om het vlees in dunne plakken te snijden op de snijmachine.

Behalve ribeye kunt u ook een minder kostbare biefstuk kiezen. De geraspte appel in de marinade zorgt er voor dat het vlees sowieso ultramals wordt.

Bulgogi

Voor 4 personen

½ appel (bijvoorbeeld Fuji); 1 ui; 3 teentjes knoflook, fijngesneden; paar cm gemberwortel, fijngesneden; 2 lente-uitjes, in stukken van 5 cm; 3 el lichte sojasaus; 2 el mirin; 1 el sesamolie; 1,5 el bruine basterdsuiker; 600 g ribeye, in plakken van ca 2 mm; sriracha (of andere pepersaus); een paar lepels mayonaise; sesamzaad, geroosterd; kleine slablaadjes (bijvoorbeeld litte gem); desgewenst: kimchi

Rasp de ongeschilde appel op een grove rasp. Rasp de helft van de gepelde ui eveneens grof. Snijd de andere helft in partjes. Doe de geraspte appel en ui, de parten ui, knoflook, gember en lente-ui in een kom.

Voeg de sojasaus, mirin, sesamolie, basterdsuiker en royaal versgemalen peper toe en meng.

Dompel het vlees in de marinade en laat 1 – 24 uur marineren. Roer naar smaak sriracha door de mayonaise. Verhit de grillplaat of barbecue. Laat vlees en ui uitlekken en grill alles ultrakort, om en om.

Leg op een grote schaal, bestrooi met sesamzaad en geef er de slablaadjes, srirachamayo en kimchi bij. Het idee is om telkens zo’n blaadje te vullen met een beetje vlees, mayo (en eventueel kimchi) toe te voegen en het op te rollen.