Amsterdammers, dat aardgas gaat echt verdwijnen

Klimaatneutraal wonen

Amsterdam streeft naar steeds meer duurzame huizen met ‘nul op de meter’ en start een campagne. „Aardgas gaat eruit.”

Infrarood-panelen aan het plafond in de woning van Rick Schellingerhout in de Zeeheldenbuurt. Hij ging all electric, kreeg daarvoor subsidie maar legde ook zelf geld bij. „Ik heb mooie spullen en een duurzaam huis. Dat vind ik winst.” Olivier Middendorp

De gasleiding is afgedopt, het roestige witte gasfornuis is gratis af te halen. Het is niet meer nodig, in het tweekamer-appartement op de tweede etage in de Zeeheldenbuurt.

Het lijkt een typisch Amsterdamse woning. Negentiende-eeuws bakstenen pand, vijf hoog met hijsblok aan de dakrand. Maar er is een groot verschil. De woning van Rick Schellingerhout wordt niet meer verwarmd op aardgas, en zelfs niet op stadswarmte. Sinds een maand is hier alles elektrisch, van verwarming tot douchewater. De gemeente Amsterdam betaalde er, met een nieuwe subsidieregeling, aan mee. De aardgasloze toekomst van de Nederlandse steden is begonnen.

Schellingerhout, geheel in het zwart en met indrukwekkend piekhaar, is „vooruitstrevend maar niet hightech”, zegt hij. Hij is veganist, actief bij de Partij voor de Dieren – hij wilde iets duurzaams. Dat bleek vrij overzichtelijk, voor zover een verbouwing dat kan zijn. Het hele afscheid van aardgas bestond uit de installatie van maar zes apparaten. Een inductiekookplaat in de keuken. Een ‘doorstroomverwarmer’ in een keukenkastje die het douche- en kraanwater verwarmt. En vier witte infraroodpanelen. Die hangen aan het plafond en geven, onzichtbaar, stralingswarmte af. Dat ze flink heet zijn, blijkt pas als je op een stoel gaat staan en ze aanraakt. „Ik moest er wel aan wennen. De warmte komt ineens van boven.”

In 2050 het hele land klimaatneutraal, dat is de Nederlandse doelstelling. De vier grote steden en 27 andere gemeenten hebben daar een jaar geleden hun handtekening onder gezet. Hun plan heet de ‘Green Deal Aardgasvrije Wijken’. Want een huis dat aardgasvrij is, heeft in ieder geval de eerste stap gezet om helemaal duurzaam te worden.

Subsidiepot

De gemeente Amsterdam zet op dit moment de eerste stappen. Er is sinds september een subsidiepot van 5 miljoen euro voor aardgasvrije pioniers zoals Rick Schellingerhout. Een bijzondere stap van Amsterdam. In de andere drie grote steden zijn er wel initiatieven zoals de duurzaamheidslening (Utrecht) of goedkope zonnepanelen (Den Haag). Maar een speciale subsidie voor aardgasvrij is daar niet.

Over twee weken start bovendien een gemeentelijke campagne die stadsbewoners bewust moet maken van hun aardgasvrije toekomst. „Aardgas gaat verdwijnen”, zegt Maaike Vallenduuk van de gemeente. „We weten nog niet wat er de komende decennia voor aardgas in de plaats komt. Het kan waterstof zijn of biogas, of iets wat nu nog door nerds ontwikkeld wordt. Maar aardgas gaat eruit.”

Amsterdam telt op dit moment bijna 80.000 aardgasvrije woningen. Voor het overgrote deel zijn dat nieuwbouwhuizen die zonder gasaansluiting zijn opgeleverd. Bewoners van nieuwe wijken als IJburg, Zeeburgereiland en Amstelkwartier verwarmen hun huis met stadsverwarming. De komende decennia moeten er honderdduizenden huizen bij komen. Écht aardgasvrij is stadsverwarming nu nog niet. Want de stadsverwarming draait op de restwarmte van de afvalverbranding in West en op de elektriciteitscentrale in Diemen – dat is een aardgascentrale.

Helemaal aardgasvrij kán al wel, bewijst het appartement in de Zeeheldenbuurt, ook in de opeengepakte oudbouw van de grote stad. Schellingerhout hoort bij de pioniers die hun huis all electric verwarmen, zoals dat in groen jargon heet: alles is elektrisch. Het is een opstap naar klimaatneutraal wonen. Met veel zonnepanelen op het dak wordt een huis zelfs ‘nul op de meter’. Dan heeft het geen energierekening meer.

Schellingerhout verbouwde zijn eigen appartement en kreeg 5.000 euro subsidie. Zelf betaalde hij ook nog dat bedrag. Dat verdient zich niet terug, want zijn energierekening blijft naar verwachting gelijk. „Maar ik heb mooie spullen en een duurzaam huis. Dat vind ik winst.” Panelen heeft hij niet op zijn dak – dat zou via de Vereniging van Eigenaren moeten. „Ik heb wel zes panelen op de Praxis.”

Met de subsidiepot van 5 miljoen euro kunnen 700 à 1.000 woningen aangepakt worden. Niet veel, op de enorme opgave waar Amsterdam voor staat. „De gemeente wil dat Amsterdammers zo snel en veel mogelijk in aanraking komen met aardgasvrij wonen”, reageert woordvoerder Peter Paul Ekker van de gemeente. De gemeente verleende tot nog toe 51 subsidies voor aardgasvrije of ‘nul op de meter’-woningen (NOM). Die laatste krijgen 8.000 euro subsidie. Sinds kort druppelen ook de aanvragen binnen van Verenigingen van Eigenaren en woningcorporaties.

Woningcorporatie Eigen Haard was de eerste. Eigen Haard verbouwt portiekflats uit de jaren zestig in Geuzenveld. Ook dat is pionierswerk: de meeste NOM-woningen in Nederland zijn eengezinswoningen. „Een enorme laag isolatiemateriaal aan de buitenkant, een dak met meer overstek zodat er genoeg zonnepanelen op passen, ramen en deuren vervangen, en een warmtepomp”, vat woordvoerder Wim de Waard de verbouwing samen.

Niet grandioos

„Maar het loopt niet grandioos”, is ongeveer het eerste wat hij zegt. Het project in de Wegener Sleeswijk-buurt was laatst al op tv op AT5. Spandoeken aan de gevels, klagende bewoners. De Waard: „We dachten met de verbouwing met een paar dagen klaar te zijn. Maar het duurt nu al een maand.” Het project ligt tijdelijk stil. Bewoners van wie de verbouwing nog gepland staat, willen hun huis niet meer tijdelijk uit omdat ze de verbouwing niet zien zitten. Hoe de energieneutrale portiekflats in de praktijk uitpakken, is nog lang niet te zeggen.

Die ingrijpende verbouwing is onvergelijkbaar met de aanpassingen van kleine appartementen zoals dat van Schellingerhout. Ze zijn een project van het Amsterdamse groene bouwbedrijf Thuisbaas. Thuisbaas kwam in 2016 voort uit milieuorganisatie Urgenda. Het wil aantonen dat ook stads-appartementen aardgasvrij kunnen worden. „We zijn hier in de zomer mee begonnen”, zegt directeur Wigger Verschoor van Thuisbaas. „Appartementen vragen weinig warmte en kunnen dus eenvoudiger aardgasvrij worden dan andere woningen.” Er zijn er tot nog toe twee afgerond. Voor een idealist met wat geld op de bank is de ingreep nét betaalbaar. „Ik kon dit doen dankzij de gemeentelijke subsidie”, zegt Schellingerhout.

Pomp of panelen

Maar een huis verwarmen met louter infrarood-panelen aan het plafond is geen gangbare optie. De meeste all electric of nul op de meter-woningen werken met een warmtepomp. Een elektrische warmtepomp werkt een beetje zoals een koelkast. De pomp haalt warmte uit de bodem of de buitenlucht. In flats zoals die in het moeizame project in Geuzenveld is een bodemwarmtepomp geen optie: daar werkt de pomp op lucht. Aan de buitengevel komt een kast te hangen, zoals een bovenmaatse airco.

Onafhankelijke voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal is niet overtuigd van de aanpak met louter infrarood-panelen. „Thuisbaas is er een stuk positiever over dan wij”, zegt woordvoerder Mariken Stolk. „Het kán in een goed geïsoleerde woning, maar all electric met een volledige warmtepomp is energiezuiniger. Zeker zolang in Nederland de elektriciteit niet 100 procent duurzaam opgewekt wordt, is het belangrijk om zo zuinig mogelijk met elektriciteit om te gaan.” De aanschaf van een warmtepomp is duurder, maar kan zichzelf wel terugverdienen. Milieu Centraal raamt de terugverdientijd op vijftien tot dertig jaar.

Volgens Wigger Verschoor van Thuisbaas zijn infrarood-panelen en een instant heater een beter alternatief voor kleine stads-appartementen. Zijn punt is: die ‘aircokast’ maakt te veel geluid voor de stad. „Ik heb zelf een warmtepomp met de kast op het dak. Vanwege het geluid is dat niet iets voor iedereen.”

Rick Schellingerhout wilde bewust géén warmtepomp, zegt hij. „Dat werkt het best met vloerverwarming, en dan had ik echt veel overhoop moeten halen.” Zijn infrarood-panelen hebben niet veel vermogen, maar ze zijn voldoende voor zijn tweekamer-appartement. „En als je even op het toilet zit, is het niet erg dat het daar vijftien graden is.”

Schellingerhout had zijn appartement lang geleden al geïsoleerd. Dat is een voorwaarde. Stadsappartementen hebben nog een tweede pré: ze profiteren van de verwarmde woningen erboven, ernaast of eronder. Wigger Verschoor van Thuisbaas: „Tegen mensen die dit wilden doen in een hoek-appartement met enkel glas op het noorden hebben we ‘nee’ gezegd.” Hij vindt dat Milieu Centraal de voordelen van infrarood-panelen onderschat. „Zo defensief, dat vind ik onnodig.”

Bij de subsidieaanvragen die de gemeente Amsterdam honoreerde, is de warmtepomp de populairdere optie. Negentien subsidies gingen naar warmtepompen, acht naar infrarood-panelen.

De gemeente kiest geen partij voor een bepaalde aanpak, aldus woordvoerder Peter Paul Ekker. En ook een bewoner die over wil stappen op stadswarmte en daarvoor kosten maakt, kan subsidie krijgen. „Al deze mensen laten familie en vrienden zien dat aardgasvrij wonen nu al kan. Afscheid nemen van aardgas is het doel, de gemeente heeft geen voorkeur voor de techniek waarmee.”

Correctie (8 maart 2018): In een eerdere versie van dit artikel stond dat een warmtepomp zich „doorgaans binnen tien jaar” terugverdient. In zulke berekeningen wordt de aanschaf echter vergeleken met die van een nieuwe cv-ketel. Volgens voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal is de terugverdientijd van een volledige luchtwarmtepomp eerder 15 à 30 jaar, inclusief de overheidssubsidie.

    • Hester van Santen