Willem A. Donker: 80 jaar buitenstaander

Willem A. Donker Uitgever Willem A. Donker wordt dit jaar tachtig, en zijn familiebedrijf ook. „De correspondentie van Erasmus is mijn magnum opus.”

Interieur van Willem A. Donker Lars van den Brink

Bij het afscheid valt zijn oog op een leren tas, ergens in een hoek van zijn kantoor. Zachtjes streelt Willem Donker het leer, constateert dat het versleten is, en zegt: „Toen was ik handelsreiziger.”

Lars van den Brink

Zijn gedachten gaan terug naar de tijd dat hij boekwinkels bezocht door het hele land. Vaste routes had hij. Op de Utrechtse Heuvelrug ging het van Utrecht naar Zeist en Doorn, en dan verder naar Wageningen. Vervolgens overvaren naar Zetten. Daar zat een goeie klant. En altijd was die bruine tas er bij, vol catalogi en dummies. „Een mooie herinnering”, mijmert Donker in zijn monumentale herenhuis aan het Koningin Emmaplein. „Ik werd overal vriendelijk onthaald, en wist door mijn enthousiasme het één en ander te verkopen.”

Op boekenbeurzen ging dat anders. Donker (79) bladert door zijn laatste najaarscatalogus en bootst een typerend tafereel na. „Ach, mijnheer Donker, doet u mij van dat boek maar één, van dat geen en van dat twee.” Een zucht. „Het was vreselijk, ik kon er niet meer tegen.” Commissionairs doen nu voor Donker zaken op de grote boekenbeurzen, zoals Libris.

Ontzettende pessimist

In 1938 begon zijn vader Ad. Donker de gelijknamige uitgeverij in Bilthoven. Direct na de oorlog verkaste hij naar Rotterdam. Zijn eerste uitgave was Aus den Memoiren des Herrn von Schnabelewopski van Heinrich Heine. Een statement, want volgens de nazi’s een entartet boek. Veel ander vertaald literair werk zou volgen, maar bekende auteurs uit eigen land vonden bij Donker zelden lang onderdak. Zeker, Jan Brusse zat er en Lévi Weemoedt, zelfs Willem Frederik Hermans – binnengehaald door Willems broer Adriaan – maar één voor één gingen ze er weer vandoor.

Donker, gekleed in een groen corduroy colbert, een gilet, en een kleurrijk shawltje, haalt zijn schouders op en zegt: „Ik heb nooit met geld gewapperd. Ten eerste viel er weinig te wapperen en ten tweede denk ik dat het zo niet hoort. Hermans heeft wel op een feestdis in Leiden tegen mij gezegd dat Adriaan de enige uitgever was met wie hij het goed kon vinden. En Weemoedt? Ach, ik mag hem graag, maar vergane glorie. Een ontzettende pessimist. Zei je: wat schijnt het zonnetje lekker, dan was zijn antwoord: ja, maar straks gaat het regenen.”

Ik ga af op mijn eigen belangstelling. Inderdaad, daar zit geen enkele lijn in

Een onafhankelijke uitgever van het algemene boek, zo betitelt Donker zijn bedrijf. „Ik ga af op mijn eigen belangstelling: geschiedenis, Rotterdam, ontdekkingsreizigers… Inderdaad, daar zit geen enkele lijn in, maar ik vind die afwisseling boeiend. Ik moet er niet aan denken om alleen maar boeken over bijvoorbeeld orthopedie uit te geven. Ik zou dan liever niet meer willen leven. Ha!

„Ik ben niet de succesuitgever die veel belangrijke mensen heeft gekend. Nooit lid willen worden van Lions of Rotary. Een buitenstaander ben ik. Misschien dodelijk voor een uitgever, maar ik ben graag alleen. Vroeger ging ik naar De Schouw om met een glas in de hand mensen te observeren. Nu drink ik alleen nog thuis. Eén glas wijn per avond, met in mijn handen bij voorkeur een mooie biografie.”

Negenduizend manuscripten kreeg hij binnen sinds 1980, het jaar waarin hij de uitgeverij kocht van zijn vader. „Als daar tien boeken uit zijn gekomen, is het veel. De meeste manuscripten zijn niks, dat zie je binnen vijf minuten. Er wordt in Nederland meer geschreven dan gelezen.”

Fantastisch boek

Maar ergens in de jaren tachtig was het raak. „Mijn medewerkster Anja zat daar”, wijst Donker naar een belendend vertrek, „en ik hier achter mijn bureau. De deur gaat open, en er komt een kerel binnen met een baard. Ik heb een mánuscript, zegt hij. Waarop Anja: wat interessant, een mánuscript. En ik ook nog een keer: interessant, een mánuscript. Wel, ik heb het ’s avonds gelezen en de man de volgende ochtend meteen gebeld: wat een fantastisch boek, dit ga ik uitgeven!”

Hij haalt het boek tevoorschijn: Hun armoe en hun grauw gezicht, de hongerwinter bezien door de ogen van een middelbare scholier. Auteur: B.H. Laurens, een man uit het Rotterdamse onderwijs. „Dit boek is mijn grootste trots”, zegt Donker. Met zachte stem draagt hij voor uit Het carillon, het gedicht van Ida Gerhardt waaraan de boektitel is ontleend:

Ik zag de mensen in de straten,hun armoe en hun grauw gezicht,toen streek er over de gelateneen luisteren, een vleug van licht

Want boven in de klokketorenna ’t donker-bronzen urenslaan ving, over heel de stad te horen, de beiaardier te spelen aan

Donker zwijgt even en zegt: „Van Laurens’ boek heb ik in één keer veertigduizend exemplaren aan de gemeente kunnen verkopen. Een bestseller? Nee, dat is me niet gelukt. Maar ach, dat geldt voor de meeste van mijn collega’s. Ik denk dat ik een goeie uitgever ben, maar niet de beste verkoper. Je bent, met een groot woord, cultuurdrager, en tevens januskop: de vreugd ligt in het maken, het verdriet ligt in het magazijn.”

Er waren tegenvallende jaren. In 1989 begon het bedrijf zelfs te wankelen. Maar gelukkig was er altijd De kleine prins van Antoine de Saint-Exupéry, waarvan Ad. Donker in 1951 de Nederlandse rechten verkreeg. „Dat boek maakt nog steeds een belangrijk deel uit van onze omzet.”

Vechtmarkt

Een gemiddelde oplage van Donker bedraagt nu 750 à 1.000 exemplaren, zoals bij De correspondentie van Desiderius Erasmus. „Ik heb in een onbewaakt ogenblik ‘ja’ gezegd tegen de vertaler, omdat ik een groot bewonderaar ben van Erasmus. Over twee jaar is de reeks van twintig delen compleet. Het is mijn magnum opus.”

Een kleine stadsuitgeverij als Ad. Donker bevindt zich in een vechtmarkt, al helemaal in Rotterdam met zijn 600.000 inwoners en slechts een stuk of zeven boekhandels. „En dan heb ik het niet eens over Bruna of AKO die meer dan 50 procent korting bedingen en recht van retour. Maar goed, je boeken liggen dan wel in de etalage. Bol.com trekt de winkels leeg. Dat is een veel grotere bedreiging dan het e-book dat maar 7 procent van de omzet uitmaakt.”

En straks dus een dubbel jubileum: tachtig jaar uitgeverij Donker en tachtig jaar Willem Donker. Denkt hij wel eens aan stoppen? „Ach, ik kachel nog wel een poosje door, denk ik. Al was het maar vanwege die prachtige Erasmusreeks. Maar of ik tot de laatste snik uitgever zal blijven…”

Hij pakt een boek van de stapel, betast de omslag en zegt: „Is het niet prachtig? Ik laat mijn boeken nog altijd in linnen binden. Dat doen er niet veel meer. Als een boek van de binder komt, zit ik er de hele avond mee in handen. Ik streel het en ruik er aan. En daarna leg ik het weg. Voor eeuwig.”

Met dank aan Met vlinderstrik en boerenzakdoek (Donker, een Rotterdamse uitgeversfamilie, 2003) van Lex Veldhoen en Jan Oudenaarden.