Wel of geen raadgevend referendum? NRC-lezers reageren

De Tweede Kamer heeft ingestemd met het afschaffen van het raadgevend referendum. NRC deed een oproep met de vraag: wat vind jij daarvan? 2500 lezers gaven hun mening.

Stemmen voor het Oekraïne-referendum, zoals hier op Schiermonnikoog. Foto Catrinus van der Veen / ANP

Een echte referendumfan is Jennifer Beverini nooit geweest. Sterker nog: bij de invoering van het raadgevend referendum in 2015 was ze nog uitgesproken tegen. De meeste kwesties vond ze veel te complex om aan de bevolking voor te leggen. Maar, schrijft de 38-jarige Middelburgse: „Inmiddels is mijn mening gewijzigd. De regering en het parlement laten keer op keer zien dat ze in een bubbel leven en dat ze soms gewoon echt wakker geschud moeten worden door ‘het volk’.”

De 62-jarige Vincent van Merwijk doorliep het tegenovergestelde traject. Hij was als D66-stemmer juist groot voorstander van het referendum, maar wijzigde zijn mening na het „catastrofaal verlopen Oekraïne-referendum”. Het referendum is volgens hem gekaapt door populisten. Hij schrijft: „Ik lik mijn wonden, heb geen enkel geloof meer in wat voor referendum dan ook.”

Voor of tegen: die vraag speelt niet alleen tijdens een referendum, ook het instrument zelf lijkt Nederland hevig te verdelen. In de week dat de Tweede Kamer ermee instemt het raadgevend referendum af te schaffen, wilde NRC daarom graag weten: wat vind jij dat met het referendum moet gebeuren?

Ruim 2500 reacties

Het onderwerp blijkt te leven onder lezers: meer dan 2500 mensen hadden binnen veertig uur op onze oproep gereageerd. Iets minder dan de helft steunt het kabinetsbesluit om het raadgevend referendum af te schaffen. Van de overige respondenten vindt een meerderheid dat het moet worden aangepast. Een kleine groep meent dat het referendum moet blijven zoals het nu is. Wat aan de reacties bovenal opvalt, is hoezeer het onderwerp mensen verdeelt, hoe fel de argumenten zijn, en hoe radicaal voor- en tegenstanders verschillen in hun vertrouwen in de politiek en de burgers.

De afschaffing van het raadgevend referendum is pas de tweede wet die het kabinet-Rutte III door de Tweede Kamer krijgt

Om met dat laatste te beginnen: tegenstanders van het referendum hebben geen hoge pet op van hun medeburgers. Honderden respondenten wijzen er op dat zaken nu eenmaal te complex zijn om aan de bevolking voor te leggen, een grote groep vindt hen „onkundig”, „ongeïnformeerd” of zelfs ronduit „te dom”. „Zonder verstand van zaken niet meepraten”, vindt Pierre van Dijl. “Het is als een dominee om een belastingadvies vragen”, schrijft Marcel Krijgsheld. Henk ten Cate Hoedemaker uit Tynaarlo: „Inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraken zonder uitzicht.”

Gekaapt door populisten

Veel tegenstanders vrezen dat het instrument wordt gekaapt door populisten, daarbij verwijzend naar het Oekraïne-referendum en de Brexit. Laat de politiek over aan „professionals”, schrijven tientallen lezers. De 25-jarige Gijs Braam uit Leiden: „Ik vind het onzinnig om ons hiermee te belasten in plaats van de mensen die hun leven hieraan wijden.”

Lees hier wat NRC van het afschaffen van het referendum vindt

Eerlijk is eerlijk: die reacties zeggen ook iets over de deelnemers aan onze enquête: grotendeels hoogopgeleid, vaak uit de Randstad. Terwijl uit kiezersonderzoek al decennia blijkt dat een ruime meerderheid van de bevolking voor referenda is, zijn juist hoogopgeleiden in toenemende mate kritisch. Iets daarvan zien we ook terug in dit lezersonderzoek, waar de steun voor het referendum onder laagopgeleide respondenten een stuk hoger is.

Uit hun reacties spreekt soms frustratie. „Laat sommige beslissingen bij het volk, want de regering doet toch waar ze zin in hebben”, schrijft de 58-jarige Jan Poelen uit Malden. Tijd om deel te nemen aan allerlei „commissies en gremia heeft deze burger helemaal niet”, schrijft een 64-jarige man uit Oegstgeest. Het referendum is volgens hem een „prachtoplossing om een klein tikje aan het stuur te geven” en het niet af te leggen tegen „mensen die wel de tijd en zin hebben om van Nederland een praathuis te maken.”

Weinig uitgesproken fans

Uitgesproken fans heeft het huidige raadgevend referendum maar weinig. Het is een „gedrocht”, waarvan „makkelijk misbruik” kan worden gemaakt en dat „valse verwachtingen” wekt. Maak het bindend, adviseert een grote meerderheid van de voorstanders. Zorg voor betere voorlichting. En doe iets aan de opkomstdrempel (op dit moment 30 procent), hoewel men het er niet over eens is of die nu omhoog moet of juist helemaal moet worden afgeschaft. Waarover wel veel overeenstemming is: meer ervaring opdoen is gewenst. „Je kan niet na één keer weten of dit werkt of niet. Zoiets heeft tijd nodig”, schrijft de 29-jarige Daan Hermsen.

Hoogleraar staatsrecht Wim Voermans vindt dat de refrendumwet te snel wordt afgeschaft. Lees hier zijn betoog

Op lokaal niveau vinden in Nederland al geruime tijd referenda plaats. De ervaringen zijn overwegend positief, ook bij mensen die sceptisch zijn over landelijke referenda. „Ik realiseer me nu dat het lokale referendum dichterbij mij stond dan iets dat speelt in de EU. En de overweging was minder complex”, schrijft Michel Alders uit Amsterdam.

Nick Mastenbroek (33) was geen voorstander van het referendum. „Maar we zijn nu met een experiment begonnen en dan zou ik het liever een eerlijke kans geven.” Hij vreest dat het nu altijd „boven de markt blijft hangen”. Ook een 64-jarige vrouw uit Noordwijk - voorheen D66, inmiddels zwevend richting Forum voor Democratie - denkt dat het referendum in de toekomst aan betekenis kan winnen. „De ontwikkelingen gaan zo snel, dat eens in de vier jaar stemmen geen enkele invloed meer heeft op de ontwikkelingen.”

Een aantal deelnemers denkt juist dat het referendum alweer verouderd is, uit een tijd waarin er geen andere manier was om het volk te raadplegen. Zoals de 60-jarige Ruben Lammers uit Amsterdam: „Peil op een simpele manier via internet. Deze enquête werkt toch ook?”

Correctie 25-02-2018: In een eerdere versie van dit artikel stond dat het wantrouwen in politici van Vincent van Merwijk is toegenomen. Dat is onjuist.