Foto Andreas Terlaak

‘Zeg ze dat we sterren zijn’

Zwart Licht

Na zes jaar is rapgroep Zwart Licht terug met een nieuw album. Een gesprek met Akwasi (29), Leeroy (26) en Hayzee (30) over raps schrijven als ‘detoxen voor de ziel’ en zwarte trots en identiteit in een overheersend witte wereld. „Wij zijn zwarte rolmodellen.”

“Waarom is er in Nederland geen straat die naar Tupac is vernoemd? Er zijn ook zwarte componisten geweest. Waar zijn hun straten, en hun standbeelden? Het is belangrijk dat er zichtbare zwarte helden zijn. Iemand naar wie je kunt opkijken, op wie je wilt lijken. Dat geeft je houvast voor de toekomst.”

Akwasi Owusu Ansah (29) zit met de andere leden van rapgroep Zwart Licht in het restaurant van het Volkshotel in Amsterdam - het hotel waar hun studio zit en het kantoor van Akwasi’s platenlabel Neerlands Dope. Het gesprek gaat over Bliksem, het eerste album in zes jaar van de rapgroep, en over het overkoepelende thema van dat album: zwarte trots en identiteit in een overheersend witte wereld.

Het is negen jaar nadat Zwart Licht imponeerde met Bliksemschicht, een krachtig debuut dat door deze krant werd uitgeroepen tot het beste nationale hiphopalbum van 2009. Op dat album greep de groep terug op het gouden geluid van jaren negentig-hiphop uit New York en gaf het dat een stevige en moderne, elektronische update. Zwart Licht maakte indruk met intens vertolkte raps en frisse, gelaagde producties die na vele luisterbeurten nog steeds nieuwe boeiende details bevatten, en gedreven en poëtische teksten, over onder meer racisme en de negatieve connotaties rond het woord ‘zwart’.

Ook Bliksem is een ideeënrijk album vol kleur en dadendrang. Het muzikale geluid van de groep blijft onmiskenbaar - met dikke, soulvolle en gelaagde beats (Akwasi: „Ik noem het symfonieën”) en een frisse mix van boombap en elektronica, van harde drumbreaks, warme bassen, samples en vocale effecten - vol variaties, veranderingen en afwisselend vlammende en ontspannen gebrachte vocalen. Producer Ramon ‘Hayzee’ Slager (30) is steeds op zoek naar nieuwe input om zijn geluid te actualiseren, vertelt hij, van dancehall tot trapmuziek. „Ik blijf mezelf uitdagen. Ik maak voor mezelf ook beats in de stijlen die nu gaande zijn. Die ervaring steek ik dan weer in mijn eigen producties.”

De rappers van Zwart Licht, Akwasi en Leeroy Molly (26), rapnaam Leeroy, schrijven hun teksten al samen sinds ze respectievelijk 19 en 15 waren. In de opnamestudio leggen ze de lat hoog voor elkaar. „Het is vriendschappelijke competitie”, zegt Akwasi. „We kijken steeds naar elkaar: wie scoort het meest op de training.”

Leeroy is een spitsvondige, zelfverzekerde rapper die voortdurend van flow verandert. „Ik krijg het gevoel dat ik inkak, wanneer ik een paar maten op dezelfde manier rap,” zegt hij. Akwasi is een geschoold acteur en energieke spoken word-artiest met een dwingende stem die grossiert in beeldspraak, concepten en prachtige gedachtestromen, zoals in ‘Alles’, waarin hij op een veelzijdige, soulvolle productie met blazend koper, een tekst rapt waarin elke zin losjes associërend de volgende oproept.

De twee rappers schrijven teksten vol zelfverzekerde punchlines („Ben jij de shit, nou dan ben ik champagne”; „Ik eet beton voor ontbijt gap”), rauwe humor en poëtische bespiegelingen, en spelen voortdurend met ogenschijnlijke tegenstellingen en literaire concepten. In ‘Gunshots’ reist Akwasi met een geladen pistool terug in de geschiedenis om af te rekenen met onder meer naar Michiel de Ruyter en de moordenaars van Malcolm X, Kerwin Duinmeijer en Marvin Gaye: „Ik pop Michiel de Ruyter want zijn bloed stonk zo zuiver.”

Black excellence

Op Bliksem duiken de rappers vaker de geschiedenis in. Ze willen het beeld bijstellen dat hun luisteraars hebben van zwarte geschiedenis en verwijzen naar koningen en keizers, prinsen en prinsessen en verloren koninkrijken. „Zeg al die mensen dat we sterren zijn”, rapt gast Winne op ‘Koningsdag’, en Akwasi kroont zich tot „zwarte Caesar in het echt.” Akwasi: „Zwarte mensen hebben ooit genoten van immens grote koninkrijken als het Malinese Rijk en het Ghanese Rijk. Maar dat leren we niet op school. Wanneer je bepaalde films of documentaires kijkt, zou je haast denken dat zwarte mensen zijn ontstaan als slaven. Nee, we zijn onttroond.”

Lees ook het interview met Zwart Licht uit 2010: Hiphop is voor Zwart Licht keihard werken

Akwasi benadrukt het belang van wat hij black excellence noemt – zwarte excellentie; het vieren en centraal stellen van zwarte successen. „Al bij de oprichting van Zwart Licht was ons credo dat we al het zwarte in een goed daglicht wilden zetten. We willen meer bewustzijn creëren. Onze muziek is niet zozeer een geschiedenisles; we zijn in onze teksten ook gewoon levensgenieters. We delen vanuit ons eigen perspectief hoe we in de wereld staan. We laten onze trots zien maar ook de noodzaak van discussies over wat we onze kinderen leren. Dat is belangrijk. Je ziet het bij de discussie rond Zwarte Piet: de strijd is er nog, maar de boom valt al om - de stoomboot zinkt al. Marcus Garvey zei: je moet een boodschap blijven herhalen, anders wordt die vergeten.”

In ‘Schoon Schip’ beschrijven de rappers vanuit de eerste persoon bloedstollend beeldend de situatie op een VOC-schip. Akwasi rapt over ingeruild worden voor cacao of suiker; hij beschrijft de niet weg te schrobben bloedvlekken op de scheepsbodem, en de mannen die in zee drijven. „Gisteren gingen twee zusters overboord”, rapt Leeroy met tranen in zijn stem. „Ze zien geen mensen in ons.”

Leeroy: „We nemen in dat nummer echt de personages aan. We zorgen dat je een beeld erbij kunt creëren. Dat heeft Akwasi me geleerd; je hoort dat hij elke track een bepaalde energie heeft, een ander stemgebruik. Ik zag de beelden voor me als in een film; dat versterkte de emoties die ik voelde tijdens het rappen.” Akwasi: „Als acteur kun je jezelf verplaatsen in je publiek en in personages. Dat gebruik ik in de muziek. Ieder nummer is een ander personage; een andere tint van mezelf.”

Voorbeeld

Zwart Licht maakt grote maatschappelijke thema’s persoonlijk invoelbaar. In ‘Koningsdag’ rapt Leeroy: „Ik voel de zweepslagen van mijn voorouders” en hij verbindt die strofe met zijn eigen worsteling als jonge zwarte man een plek te vinden in een dominant witte wereld. Hij rapt verder: „De eerste generatie die hier is geboren/ een plek waar we niet echt thuishoren [...] ik geloofde in een witte Jezus/ damn, ik was verloren/ maakte kennis met geschiedenis en voelde me sterker dan tevoren.”

Leeroy: „Ik geloof dat ervaringen van je voorouders via je genen aan je worden doorgegeven. Maar racisme zit ook nog steeds in het systeem. Ik werd als jongen altijd anders behandeld door witte mensen, maar was me er eerst niet eens echt van bewust. Ik ging naar de kerk en herkende mezelf niet in het evenbeeld van een witte Jezus. Wanneer ik naar de politie stapte, praatten ze racistisch tegen me. Ik raakte in de knoop met mezelf, belandde in vechtpartijen, maar wist niet waarom ik zo in de war was. Mensen behandelden me al als uitschot, dus ging ik me ook maar zo gedragen.”

De oudere broers van Leeroy stimuleerden hem zich in de spiritualiteit en geschiedenis van Suriname te verdiepen, het geboorteland van zijn ouders. Het is cruciaal, zegt Leeroy, om voorbeelden te hebben die je de juiste kant opsturen, wanneer je bestaan en identiteit om je heen in twijfel getrokken worden. „Ik kreeg dat van mijn broers mee, maar veel mensen in onze gemeenschap niet. Als Zwart Licht functioneren we als zwarte rolmodellen. Ik merk dat Akwasi door De Wereld Draait Door en ReChill (een programma op schooltv.nl, red.) echt effect heeft op de community. Wanneer ik met hem in Surinaamse eethuisjes ben, komen alle oudere Surinamers naar hem toe. Ze zijn heel enthousiast dat iemand zoals hij, die zo welbespraakt is, in al die programma’s zit.”

Op Bliksem rapt Akwasi: „Was het niet voor rap, dan was ik ergens aan het brommen/ was het niet theater, bracht ik post rond op de brommer.”

„Ik was erg verdrietig nadat twee familieleden van me, waar ik vijftien jaar geleden kattenkwaad mee uithaalde, allebei vast kwamen te zitten”, legt hij uit. „Raps schrijven was mijn redmiddel - een vorm van escapisme. Ik raakte er verliefd op: het werkte verhelderend voor me. Wanneer ik niet schrijf, wordt mijn hoofd snel voller. Het is een soort ‘detoxen’ voor mijn ziel.”

Akwasi putte als tiener richting en inspiratie uit het werk van Amerikaanse rapgroepen als NWA, dead prez en Public Enemy. Hij hoopt nu op zijn beurt met Zwart Licht „onderdrukte jongeren met allerlei tinten te motiveren. Ik wil een boodschap achterlaten die ze kracht geeft; vooral de jongeren die met zichzelf in de knoop zitten. We willen iets positiefs neerzetten waarin ze zichzelf kunnen herkennen.”

‘Bliksem’ van Zwart Licht verschijnt 22/2.

    • Saul van Stapele