Pierre Bokma als Hoyer in 'Titaantjes', 1983.

Foto ANP

Waarom Pierre Bokma de beste acteur van Nederland is

Pierre Bokma

Dat hij een genie is, dat weet iedereen. Maar wat maakt Bokma geniaal? Daarom tegen de achtergrond van zijn lange carrière een ‘close reading’ van zijn personage Rudi in het toneelstuk Aquarium waarmee hij nu door het land toert.

Als Pierre Bokma speelt, dan ga je kijken. Dat hoef ik u niet te vertellen. Bokma is de enige acteur in Nederland die als het ware in de adelstand is verheven. Zijn grandeur roept de liefhebber naar het theater. Zelfs als hij speelt in een niet geheel geslaagde voorstelling, zoals nu in Aquarium dat hij eigenhandig een niveau hoger tilt

In Aquarium, dat zaterdag onder regie van Aat Ceelen in première ging, speelt Bokma de zonderlinge Rudi, die samen met zijn vrouw Doris (Annick de Boer) op bezoek gaat bij de nieuwe buren. Deze Birgit (Jacqueline Blom) en Walter (Guy Clemens) zijn de verhuisdozen nog aan het uitpakken. Dat weerhoudt Doris en Rudi er niet van koffie te nemen en te blijven plakken.

Pierre Bokma is een acteur die meteen de ruimte opeist. Zijn entree is magnifiek, want alles aan hem is van een zorgvuldige vreemdheid: hooggesloten pak, stropdas, dikke hoornen bril en platte lok schuin over het voorhoofd lopend. Dat beeld vervolmaakt hij met een bête grijns, waar de gemaakte welwillendheid vanaf straalt.

Zijn houding versterkt het effect. Bokma staat verkrampt en uit het lood, licht voorover hellend, met de armen stram langs het lichaam. Een personage dat zo uit een Bordewijk-roman weggelopen zou kunnen zijn, als zijn pak niet paars was geweest – een frivool accent dat Rudi menselijker en hedendaagser maakt.

Als hij zich voorstelt aan Birgit brengt hij zijn gezicht dicht naar het hare, waarbij hij verhoudingsgewijs zijn naam te hard zegt. Maar als hij Walter een hand geeft, kijkt hij naar de grond. Bij wat Bokma daarna zegt, valt op dat hij steeds te hard praat, dat hij achter zijn brillenglazen steeds zijn ogen toeknijpt en dat hij wat wiebelt bij het praten: een nerveuze springveer, opgesloten in ongemak.

Lees ook een interview uit 2016 met Pierre Bokma: ‘Er is iets in mij omgewoeld’

In zijn praten is hij juist van een vastbesloten kordaatheid, die geen tegenspraak duldt. Rudi spreekt steeds op dwingende toon, waarbij Bokma knap zijn zinnen tot één ononderbroken sliert aan elkaar knoopt. Niemand komt ertussen als hij uitlegt wat kleuren doen met het onderbewuste, waarom je koffie moet zetten met een thermometer en hoe inductie werkt. En daarbij geeft Bokma zoals altijd de indruk dat hij snapt wat hij zegt: het fundament voor elke acteur. De combinatie van zijn tekstbehandeling en zijn warm timbre met diepe resonans is één van de redenen dat hij zo’n overtuigend en innemend acteur is.

Pierre Bokma als Rudi.

Foto Roger Cremers
Pierre Bokma als Rudi.

Foto Roger Cremers
Pierre Bokma als Rudi.

Foto Roger Cremers
Pierre Bokma als het personage Rudi in de set van ‘Aquarium’. Foto Roger Cremers

Ballet van handen

Pierre Bokma als Rudi. Foto Roger Cremers

Rudi’s onnatuurlijke spreken heeft een geestige pendant in een afgemeten lach. Een ironische toespeling van Birgit beantwoordt hij met een blokkerig „Ha. Ha” - waarmee Bokma de eerste grote lach van de avond scoort. Tegelijk accentueert die lach een tragisch kantje van de onaangepastheid van Rudi. Hij ziet het vreemde in zichzelf niet, het publiek wel.

Het genie van Bokma komt ook naar voren als hij zijn koffie drinkt en voortdurend in zijn kopje kijkt, ook als het leeg is. De anderen voeren een gesprek, maar hij hoort het niet. Rudi drijft weg en haakt weer aan. Die techniek doet denken aan hoe hij in 2006 in deze krant het spel van Robert de Niro in Taxi Driver analyseerde: „Zijn truc in deze film is de vertraging. Hij is veel langzamer en rustiger dan de mensen om zich heen. Hij reageert niet, of net even te laat. Hij kijkt mensen net te lang aan, lacht te lang naar ze. Door die vertraging hebben wij ook het gevoel dat er iets mis met hem is.”

Een handeling uitvoeren zoals Bokma doet, kan een vorm van eloquentie zijn, om het met Shakespeare te zeggen. Dat is een talent dat de expressieve Bokma altijd heeft gehad. De eerste grote lofzang op zijn spel in NRC, in 1986, was opgehangen aan het „ballet van Bokma’s handen”, waarbij „elke overweging leidt tot een gebaar”.

Bokma was Danton in Dantons Dood bij toneelgroep Baal en hij dacht zwijgend na. De recensent duidde elke houding: „De handen samen op het tafelblad – ik moet wat zeggen. De handen achter het hoofd - wat kan het me schelen. Een hand aan de neus, de ander afhangend – hoe steek ik hem de loef af.”

Komediant

Aan Bokma kleeft het imago dat hij de emotierijke dramaspeler is, een klassiek Shakespeare-vertolker. Dat gold voor zijn jonge jaren. Al bij zijn optreden in Cloaca in 2002 wordt hij in deze krant een „volleerd komediant” genoemd, die samen met Gijs Scholten van Aschat „de grootst mogelijke lach uit iedere grap” haalt.

Als hij zich in 2004 aansluit bij Orkater, de groep van Alex van Warmerdam, bekwaamt hij zich verder in komische rollen. Bokma vertrok eind 2003 als ster bij Toneelgroep Amsterdam om nieuwe dingen te leren en uit te vinden; om „de inhoud van zijn schooltas”, zoals hij zei, te vergroten.

Dat is gelukt, want hij blinkt zo ongeveer op elk vlak uit. Bij Van Warmerdam leerde hij leven te blazen in de hoekige teksten uit diens absurdistisch universum, waar de psychologie van de personages een ondergeschikte rol heeft. Met zijn fysieke acteren en zijn gevoel voor timing bleek hij ogenblikkelijk een verrukkelijk komediespeler. Die ontwikkeling werd in 2013 bekroond, toen hij Theo d’Or kreeg voor zijn rol in het cabareteske De Verleiders; de Casanova’s van de vastgoedfraude.

Tegelijk werd hij steeds beter als tv- en filmacteur, met als apotheose zijn rol van schrijver Adri in Tonio (2016). Hoe speel je iemand die van binnen doodbloedt, vroeg hij zich af. In de close-ups is dat te zien, schreef deze krant: „Zo speel je dat. Met schouders die langzaam instorten. Met een gezicht dat zich schrap zet, en dan, als het niet meer gaat, verkruimelt.” Hij zat, vertelde Bokma, al op het ‘niks-niveau’ van film en nog vroeg de regisseur hem om minder te doen. Het resultaat was van een ragfijne subtiliteit. De man met het grote bereik kon ook indringend fluisteren.

Pierre Bokma als het personage Rudi in de set van ‘Aquarium’.

Foto Roger Cremers
Pierre Bokma als Rudi.

Foto Roger Cremers
Pierre Bokma als Rudi.

Foto Roger Cremers
Foto Roger Cremers

IJzingwekkend

De komische rol van Rudi staat daar lijnrecht tegenover. Rudi is een raadsel en dat raadsel wordt vergroot door zijn vrouw die geheimzinnig doet over zijn werk. Ze kan alleen vertellen dat Rudi bij de overheid werkt en „zoekt naar zwakke plekken in het systeem”. Bij de geheime dienst dus, concluderen Birgit en Walter.

De tekst van Aquarium is van Nathan Vecht, die zich de afgelopen jaren met Kunsthart en Gidsland manifesteerde als één van de belangrijke, nieuwe toneelschrijvers van Nederland. Die stukken bevatten geestige scènes met scherpe dialogen. Vergeleken daarmee zijn de gesprekken in Aquarium, zolang Rudi niet aan het woord komt, van een prikkelarme alledaagsheid. De verwijzingen naar de werking van kunst en fictie halen steeds het ritme uit de voorstelling.

Het is Bokma die Aquarium overeind houdt. Zoals wanneer hij zijn jas uittrekt, de mouwen opstroopt en de handen in de zij zet voor een ijzingwekkend verhoor. Dat is een andere, laconiek-agressieve Rudi: een nieuwe transformatie waar Bokma geheel in opgaat.

De afgelopen jaren speelde Pierre Bokma veel in Duitsland en verbond hij zich aan het Belgische gezelschap NT Gent, zodat hij niet buitengewoon veel in Nederland optrad. Aquarium biedt de mogelijkheid hem te zien schitteren. Dan ga je kijken.

    • Ron Rijghard