Column

Vier keer een half uur reclame voor de Hermitage bij de NPO

Zap Avrotros volgde een jaar lang de directeur van de Hermitage bij de voorbereiding van een tentoonstelling met werken uit Rusland. Het resultaat is interessant, maar ook glad: waar blijven de kritische vragen?

De Hermitage in ‘Hollandse meesters retour’.

Wie wil er nog vrienden zijn met de Russen? Een handvol Poetin-travellers op rechts misschien, maar verder lijkt de geopolitieke realiteit dat Rusland met het grootst mogelijke wantrouwen tegemoet wordt getreden – om de Krim, om homowetten, om MH17, om hackers en trollen.

Maar wat moet je als je de Hermitage Amsterdam bestiert, de dependance van het grootste kunstmuseum van Rusland? Dan kun je niet dwarsliggen en al helemaal niet als je bezig bent met de voorbereiding van de belangrijkste tentoonstelling uit het bestaan van je museum, die waarvoor een hele reeks Hollandse meesters ‘met vakantie’ zullen terugkeren naar het land waar ze zijn geschilderd.

Voor de vierdelige reportageserie Hollandse meesters retour volgde Avrotros Cathelijne Broers, de directeur van de Amsterdamse Hermitage bij de voorbereiding van die expositie.

Het levert op zichzelf aardige inkijkjes op, met veel mooie details van prachtige schilderijen. Het blijkt dat de Russen worden gepaaid met chocoladeletters (de H uiteraard) en plastic fruit (herbruikbaar decoratiemateriaal bij een tentoonstelling). Broers, die in Nederland geen subsidie krijgt, beheerst het netwerken op olympisch niveau.

Om bruiklenen vragen is een delicaat proces, legt ze uit. Het Petersburgse museum is een ambtelijke organisatie, waar de nukken van directeur Michail Piotrovsky allesbepalend zijn. Die heeft trouwens een geweldig kantoor, waar tussen een krankzinnige hoeveelheid boeken en papier nog net foto’s van Poetin en Willem-Alexander te vinden zijn.

Dinsdag bevatte de tweede aflevering de doop – met een emmertje versgeschept water uit de Amstel – van de ter ere van de tentoonstelling gekweekte Dutch Master, een gele tulp met een paars randje. „Zoiets is voor ons ook een mooie gelegenheid om op de trom te roffelen”, zei Broers tussen de fotomomenten met de tulpenkwekers door.

Op de trom roffelen, daar vallen deze vier met zorg gemaakte uitzendingen ook onder. Wat preciezer: dit is reclame. Reclame voor een absolute must see – ik zag de expositie een paar weken geleden, wadend door een zee van aan hun audiotour gekluisterde ouderen – maar toch: reclame. En dat in vier brokken publieke televisie van 35 minuten per stuk.

Dat lijkt me discutabel, maar behalve de principiële kwestie is ook het eindresultaat wel erg welwillend: veel mooie beelden, maar weinig kritische vragen en zeker geen wanklanken. Terwijl er ook in de Hermitage weleens met een deur geslagen zal worden. De Russische ambtenaren zullen Broers en haar mensen ook af en toe tot wanhoop drijven. We horen er niets over.

Misschien komt het nog in een volgende aflevering: al twee weken worden we geteased met een fragment van de Russische directeur die „I don’t think that’s a good idea” zegt. Maar klagen over een gebrek aan samenwerking zou de goede verhoudingen in gevaar brengen en de krachtsverhoudingen zijn helder: de Russen zijn de baas over hun eigen schilderijen. Zo horen we ook niet of de verharde verhoudingen tussen Nederland en Rusland de samenwerking bemoeilijken – wat op zich een mooie insteek voor een reportage zou zijn.

Zo is Hollandse Meesters Retour best interessante, maar net wat te gladde televisie. En je hoeft maar in te zoomen op een van de Rembrandts in de expositie om te zien dat alles begint met oog voor de rafelranden.