Ik wil schaatsen!, roept haar dochter

Het gaat de komende dagen flink vriezen. Bij schaatsers leidt dat tot schaatskoorts. In de speciaalzaak Jan van der Hoorn is het druk, bij ijsclubs lopen de zenuwen op.

Schaatswinkel Jan van der Hoorn in Ter Aar. Foto Olivier Middendorp

Ze heeft op het laatste nippertje afgezien van een skivakantie, volgende week in Italië. „Ik heb op dringend advies van mijn vriend toch niet gereserveerd. Het leek hem verschrikkelijk in Italië te zitten en te weten dat er in Nederland toertochten op natuurijs worden verreden”, zegt Heleen van der Veld uit Amsterdam. Ze is na een werkafspraak in Haarlem naar Ter Aar gereden, in het Groene Hart.

Hier, bij de gespecialiseerde schaatswinkel Jan van der Hoorn, laat de lerares Nederlands zich klapschaatsen aanmeten, met een verwarmde schoen die zich naar de vorm van de voet voegt. „Ik ben opgevoed met schaatsen. We woonden in Zwolle, en kochten schaatsen bij Reinier Paping, de winnaar van de Elfstedentocht uit 1963 – de helletocht, zoals die werd genoemd.”

In de schaatswinkel in Ter Aar is het een komen en gaan van klanten die bevangen zijn door schaatskoorts. De bezoekers leven tussen hoop en vrees, maar nemen het zekere voor het onzekere en kopen gretig in, voor henzelf en voor hun kinderen.

„We zijn nu alvast schaatsen gaan kopen, want anders loopt het hier straks storm”, zegt Wim Bergman uit Woubrugge. Hij staat bij de kassa, waar zijn dochter Linda zojuist twee paar schaatsen heeft afgerekend voor haar kinderen Tiemen en Naut. Ze vertrouwen op de kou. „We durven het risico wel te nemen”, zegt Linda. Opa Wim: „Na drie nachten flinke kou is de kans groot dat we straks op de Wijde Aa kunnen schaatsen.”

IJsdagen

Vermoedelijk hebben de klanten gelijk. Het wordt de komende dagen steeds een tikje kouder, en volgens meteorologen is de kans groot dat er komend weekeinde en volgende week op natuurijs kan worden geschaatst.

„Het ziet er gunstig uit”, zegt weerman Harry Geurts van het KNMI. „Het wordt pittig koud, met in de nacht lichte tot matige en, lokaal, misschien wel strenge vorst. We verwachten volgende week enkele ijsdagen, waarbij de temperatuur ook overdag niet boven nul uitkomt. Het is trouwens heel bijzonder; aan het einde van een kalme winter toch nog zo’n koude periode.”

De schaatswinkel in Ter Aar is een snoepwinkel voor de liefhebber: een groot assortiment combi-noren en klapschaatsen, accessoires als ondergoed, helmen, sportvoeding en zonnebrillen. Aan de wanden hangen krantenknipsels van Elfstedentochten en een geborduurde spreuk: „Schaatsen is de enige bezigheid waar men met de handen op de rug tot grote prestaties kan komen”.

Vijf man personeel staat de klanten in het met vele schaatstrofeeën versierde kassencomplex ter beschikking; ze slijpen en ronden de schaatsen, en zoeken naar de ideale pasvorm. Aan het hoofd staat eigenaar Rick van der Hoorn, zoon van een van de mannen die in 1956 samen als eersten over de finish van de Elfstedentocht kwamen. Vader Jan was bloemenkweker, en had er een schaatsenwinkel naast. „Hij was heel precies. De kosten van de winkel waren destijds soms hoger dan de opbrengsten.” De huidige klanten komen volgens Rick vanuit de regio tot zo’n honderd kilometer. „Veelal mensen die een groot deel van het jaar op kunstijsbanen rijden.”

Nederland, Ter Aar, 21-02-2018.
Schaatswinkel jan van der Hoorn in Ter Aar.
Schaatsen slijpen.
Foto: Olivier Middendorp
Nederland, Ter Aar, 21-02-2018.
Schaatswinkel jan van der Hoorn in Ter Aar.
Foto: Olivier Middendorp
Foto’s Olivier Middendorp

Verlengde afzet

De mannen kijken woensdag tussen de werkzaamheden door gespannen naar de verrichtingen van de Nederlandse deelnemers aan de Olympische Winterspelen, van wie enkelen ook regelmatig in de winkel te vinden zijn. Teleurgesteld ziet het personeel dat de mannen bij het onderdeel achtervolging de halve finale verliezen, onder meer doordat een van de schaatsers tijdens de start een veer van zijn klapschaats verliest. „Dat kan gebeuren”, legt Rick van der Hoorn uit. „Er komt soms heel veel kracht op te staan.” Om vervolgens uit te weiden over de kwaliteiten van de klapschaats in het algemeen; dat die een verlengde afzet geeft, en een meer natuurlijke afwikkeling van je voet. „Waardoor je minder energie verbruikt en meer snelheid maakt.”

Enfin, terug naar de klanten. Prestaties op topniveau hebben „niet meteen” een merkbaar effect op de verkoop, zegt de 53-jarige Rick van der Hoorn, zelf ook marathonrijder. Wel verwacht hij de komende dagen veel aanloop van jonge kinderen. „We hebben voor het laatst in 2012 echt op natuurijs kunnen schaatsen. Dat betekent dat jonge kinderen vaak nog helemaal geen schaatsen hebben, terwijl ze die nu wel willen hebben.”

Zoals Lexi, de vijfjarige dochter van Daniëlle Strijk uit Roelofarendsveen. „Ik weet nog dat ik in januari 2012 in Friesland heb geschaatst”, vertelt moeder. „In oktober dat jaar is Lexi geboren.” Ze is van plan een ‘meegroeimodel’ van de combi-noor te kopen. „Ik wil schaatsen!”, roept haar dochter.

Laagje voor laagje

Intussen lopen bij ijsclubs de zenuwen op. Je kunt vermoedelijk al snel schaatsen op skeelerbanen die „laagje voor laagje” van ijs worden voorzien, of bij verenigingen in een regio die net wat meer vorst krijgt dan andere gebieden. De primeur gaat in elk geval niet naar Vereniging IJsvermaak in Breda, idyllisch gelegen in een natuurgebied, dat tot veertig centimeter diepte onder water moet worden gezet om overal op het vier hectare grote terrein ijs te krijgen.

„Iedereen vraagt mij in de supermarkt en op straat of er dit weekeinde kan worden geschaatst”, vertelt voorzitter Henny Koenraads. „Het antwoord is helaas nee.”

Op de ijsclub treffen we ijsmeester Joost van Poppel. „Dit valt me tegen”, zegt hij ’s ochtends vroeg bij aankomst op de fiets, turend over een grote massa water, slechts hier en daar een tikje bevroren. De vereniging, met zevenduizend leden, heeft zes centimeter ijs nodig. „Het ijs moet enkele duizenden mensen kunnen dragen.” Daarvoor moet het vier dagen lang ongeveer min tien graden Celsius zijn.

Van Poppel kijkt op de thermometer tegen de muur van het kantoor. Het is vannacht min 3 geweest. „En nu schijnt ook nog de zon.” Jammer. „En dan zitten we hier ook nog eens in het zuiden, hè. Dat wil ook nog wel eens schelen in de temperatuur.”

IJsbanen in open lucht

    • Arjen Schreuder