Column

Hebben we film nodig om ons in te leven?

Peter de Bruijn

De naam van terrorist Anders Breivik komt niet voor in Utoya 22 juli. De film van de Noorse regisseur Erik Poppe ging in première op het filmfestival van Berlijn en geeft in zogeheten ‘real time’ en één virtuoze take een verpletterende indruk van de gruwelijke gebeurtenissen op het eiland Utoya op 22 juli 2011. Breivik zaaide daar verkleed als politieman dood en verderf in een jeugdkamp van de Noorse Arbeiderspartij. De aanslag duurde 72 minuten, de film duurt 90 minuten. Poppe wil nadrukkelijk het perspectief verleggen van dader – waar al zoveel aandacht naar uitging – naar slachtoffers. In de film horen we de dader alleen met voortdurende knallen huishouden, te zien is hij niet. Helemaal aan het einde komt hij van een afstand kort in beeld, als een vage gestalte op het kiezelstrand.

Wat de kijker wel te zien krijgt, zijn doodsbange adolescenten die niet begrijpen in welke hel ze terecht zijn gekomen. Hoofdpersoon Kaja is wanhopig op zoek naar haar zus Emilia, die ze in de chaos is kwijtgeraakt. De kinderen bellen met de politie om te vragen of er misschien een militaire oefening aan de gang is op het eiland, ze aarzelen tussen een poging zwemmend weg te komen door het koude water, of stil te blijven zitten in het bos. Op sommige momenten is het ieder voor zich, meestal proberen ze elkaar moed in te spreken. Een meisje sterft in de armen van Kaja, nadat ze minutenlang wanhopig om haar moeder heeft gesmeekt. Kort nadat ze sterft gaat haar mobiele telefoon af: haar moeder probeert haar te bereiken.

Poppe riep fictieve personages in het leven, maar baseerde zich wel op de getuigenissen van overlevenden. Hij verfilmde wijselijk wel de dreiging en de angst, maar laat de gruwelijke slachtpartij zelf buiten het directe gezichtsveld van de personages afspelen. Hij krijgt voor zijn film steun van een deel van de overlevenden en nabestaanden, die de film als eersten in Noorwegen konden zien, nog voor de première in Berlijn. Sommige van hen zien de film als waarschuwing, die laat zien waartoe extremisme kan leiden, en als een manier om de collectieve herinnering aan die rampzalige dag levend te houden.

En toch blijft er iets knagen. Utoya 22 Juli is een buitengewoon knap gemaakte reconstructie, en doet in ieder geval een poging om de gebeurtenissen niet louter te exploiteren voor een spannende thriller. Maar de vraag blijft waarom de film is gemaakt. Hebben we dit soort docudrama werkelijk nodig om ons enigszins een voorstelling te kunnen maken van wat zich die dag heeft voorgedaan? Kunnen we ons zonder dit soort ervaringscinema eigenlijk niet meer inleven? Dat zou wel heel banaal zijn. Je mag toch hopen dat het niet zo droevig met de mens is gesteld.

Peter de Bruijn is filmrecensent.