Een duel tussen de ‘bazen’ van het ijs

1.000 meter Voor de 1.000 meter, de laatste individuele afstand, zijn twee olympisch kampioenen favoriet: Kjeld Nuis en Håvard Lorentzen.

Kjeld Nuis tijdens zijn gouden race op de 1.500 meter. Foto Aris Messinis/AFP Photo

Kjeld Nuis moest zijn gouden race op de 1.500 meter nog rijden. Maar de middenafstandspecialist had in de trainingen precies gezien wie van de tientallen schaatsers op de Gangneung Oval technisch de besten waren. „Lorentzen rijdt goed. Bij de dames Kodaira. Dat zie je meteen, of ze ’m goed raken. Ik vind het gewoon vet als mensen mooi schaatsen.”

Het timmermansoog van Nuis haalde de winnaars van de 500 meter eruit: de Japanse Nao Kodaira (36,95) en de Noor Håvard Lorentzen (34,41). Twee olympische records, zwart op wit het bewijs wie ‘m het best raakte. Schaatsjargon voor de timing en zuiverheid van de afzet op het ijs. Maar vergeet Nuis zelf niet, die zijn gouden 1.500 meter begon met een ‘sprintersrondje’ van 25,0 seconden. „Ik mag Kjeld graag zien schaatsen”, zegt Lorentzen een dag na zijn overwinning 500 meter. „Ik bewonder zijn techniek.”

Vrijdag treffen de olympisch kampioenen elkaar op de 1.000 meter, de laatste individuele afstand. Ze zijn de ‘bazen’ op het olympisch ijs.

Nuis is vooral een lust voor het oog als hij iets onder zijn topsnelheid opwarmt, met een fabelachtige lichaamsbeheersing. Niemand zit zo diep in de ‘schaatshoeken’, Nuis kan zo „onder de tafel door” zoals zijn coach Jac Orie het noemt. Om dan als een panter te accelereren. Zo klokte hij de dag voor de 1.500 meter een rondje met vliegende start in 23,4. Nooit schaatste hij sneller. „Is niet makkelijk, om nog dieper te zitten, nog meer druk op de benen te voelen”, zei hij. Het gevoel om zo te kunnen schaatsen? „Lekker man.”

Lorentzen snijdt in trainingen de bocht soms net zo scherp aan als de laatste binnenbocht tijdens de 500 meter, de cruciale factor voor zijn gouden medaille. Bij zulke gave technici als de 25-jarige Noor gaat het vaak goed, ook onder druk. De Zuid-Koreaan Cha Min-kyu reed op de 500 meter twee ritten voor hem een olympisch record van 34,42 daneen perfecte laatste binnenbocht. „Ik was nerveus maar keek er naar uit om te racen”, zegt de Noor.

Snelste ronde

Heeft Nuis officieus het snelste trainingsrondje, Lorentzen reed officieel de snelste wedstrijdronde: 24,67. En hij is niet eens een echte sprinter, volgens zijn coach Jeremy Wotherspoon, die in zijn tijd als schaatser ook ‘baas’ op de baan was „Ik sprong veel hoger dan hij in trainingen, hij is minder explosief. Als trainer ben ik gaan inzien dat er meer dan één manier is om hard te schaatsen. Håvard is geen kopie van mij. Hij kan óók een enorme snelheid genereren.”

Een dag na zijn historische prestatie, het eerste Noorse goud op de 500 meter sinds zeventig jaar en twintig jaar na het laatste schaatsgoud van Ådne Søndrål, overheerst bij Lorentzen nog steeds de euforie. ‘Het mooiste van alle gouden medailles’, prees de Noorse krant VG. „Ik denk dat ik nu wel de status kan krijgen van Søndrål of Johann Olav Koss”, zegt hij. Na een carrièrebedreigende beenblessure in 2015 ziet de toekomst er rooskleurig uit. „Ik ben nog jong en heb nog veel jaren te gaan.”

Eerst vrijdag de 1.000 meter. „Ik voel me echt goed. Mijn rondje op de 500 meter was supersnel en ik denk dat ik ook een goede laatste ronde kan rijden.” Een duel als vanouds tussen Noorwegen en Nederland, dat naast Nuis ook Kai Verbij en Koen Verweij aan de start heeft? „Het zal een spannende race worden met Kjeld. Hij is de grootste tegenstander. Het zal niet makkelijk zijn om hem te verslaan.”