Vijf kogels raak met hartslag 180

Biatlon

Met een oplopende hartslag en steeds zwaardere benen toch vijf keer raak schieten: dat vergt beheersing over lichaam en geest.

De Franse biatleet Martin Fourcade won twee keer individueel goud, mede door zijn precisie bij het schieten. Foto Francois-Xavier Marit/AFP

Als een fanatieke vogelaar tuurt Ludwig Gredler frequent door zijn kijker. Enige meters voor hem ligt Dominik Landertinger op zijn buik en schiet het magazijn van zijn geweer leeg. Vijf knallen: ták, ták, ták, ták, ták. Na elke schot beweegt de Oostenrijker een soort sjoelsteentje over een magnetisch bord met daarop de afbeelding van een schietschijf. Om de plekken aan te geven waar zijn pupil de schijf heeft geraakt. Zodra de schutter opstaat, houdt Gredler het bord omhoog en heeft Landertinger aan een blik genoeg om te weten hoe scherp hij heeft geschoten. Een symbiose tussen de biatleet en coach.

Het is een trainingsdag op het Alpensia Biatloncentrum in Pyeongchang. Even op adem komen tussen het drukke programma bij biatlon, een van de meest fascinerende sporten op de Olympische Winterspelen. Langlaufen en schieten, de combinatie van een uithoudingsproef en momenten van rust en concentratie om vijf kogels over een afstand van vijftig meter af te vuren. Hoe onverenigbaar wil je het hebben. En wie verzint zoiets?

Military patrol

Noorse grenswachten, reeds in 1767. Zij deden hun werk gedurende de wintermaanden op ski’s. Ter afleiding daagden de mannen elkaar uit met schieten. Op een goed moment besloten ze wedstrijden te houden waarin beide liefhebberijen samenkomen. De grensbewakers noemden die bezigheid military patrol. Van lieverlee werd het een serieuze sport, waarvan de naam pas in de twintigste eeuw, toen de populariteit was toegenomen, werd veranderd in biatlon. Na een aantal keren demonstratiesport te zijn geweest, werd biatlon in 1960 in het Amerikaanse Squaw Valley officieel toegevoegd aan het olympische programma.

In Nederland is biatlon een mini-sport, die hooguit enige bekendheid dankt aan de familie Sloof, van wie twee zonen (Joël en Luciën), maar vooral dochter Chardine goed presteren. Zij werd in 2012 zelfs wereldkampioen bij de junioren. Gebrek aan erkenning en ondersteuning dreef de familie naar Zweden, het land waarvoor Chardine sinds twee jaar uitkomt.

Je hebt tijdens een wedstrijd trouwens amper de tijd om lang te wachten. De praktijk heeft geleerd dat je vooral op adrenaline moet schieten

En toch, zodra biatlon op televisie wordt uitgezonden, raakt menig Nederlander gebiologeerd vanwege de spanning die het schieten aanwakkert. Voor elke misser een strafrondje van 150 meter, wat zomaar een duikeling in klassement kan betekenen. Omgekeerd: wie alles raak schiet, stuwt zich in de wedstrijd naar voren.

De ingebakken onvoorspelbaarheid van biatlon wordt de laatste zeven jaar verbroken door het fenomeen Martin Fourcade (29) uit Frankrijk. In Pyeongchang heeft hij al twee keer individueel toegeslagen, met goud op de 12,5 km achtervolging en 15 km massastart. Fourcades geheim: zijn precisie bij het schieten. Want dat is bij biatlon de crux. Je moet beheersing hebben over geest en lichaam om zowel liggend als staand met een oplopende hartslag en toenemende vermoeidheid vijf keer raak te schieten.

Het geheim van Martin Fourcade: zijn precisie bij het schieten. Foto Andrew Medichini/AP

Onoplosbaar mysterie

Gredler, zelf een goede biatleet met zilver en brons op de WK eind jaren negentig en een vierde plaats op de Spelen van 2002, kent het geheim van Fourcade niet. Ja, dat hij goed kan langlaufen en goed kan schieten. Maar dat is een open deur. De Oostenrijkse bondscoach heeft ervaring en veel kennis van zaken, maar verbaast zich keer op keer weer over de prestaties van Fourcade. Hoezeer Gredler zich in het schieten met een afgemat lijf heeft verdiept, blijft dat biatlon-onderdeel een onoplosbaar mysterie. Langlaufen is het probleem niet, dat kan iedereen met een beetje aanleg leren, maar happend naar adem moeten schieten, dát is andere koek.

Qua materiaal is het simpel. Iedere biatleet, man of vrouw, maakt gebruik van een klein kaliber geweer dat maximaal drie en een halve kilogram mag wegen. Kosten: minimaal 3.000 euro. Het vuurmechanisme is voor iedereen gelijk, de afwijkingen zitten in het omhulsel, dat op lichaamsmaat is gesneden. In tegenstelling tot een sportgeweer beschikt een biatlongeweer over een magazijn met vijf kogels, kaliber 22. Staand of liggend, per keer wordt er vijf keer geschoten op doelen met verschillende afmetingen. Bij liggend schieten heeft het schijfje een diameter van 3,5 centimeter en bij staand schieten is dat 11,35 centimeter.

De Fransman Martin Fourcade won deze Spelen al goud op de 12,5 km achtervolging en de 15 km massastart. Foto Kirill Kudryavtsev

Weerbarstiger werkelijkheid

De wind, vooral van opzij, kan behoorlijk van invloed zijn op het schietresultaat. Vooraf mag er worden proefgeschoten en kan met een draaiknopje op het geweer desgewenst de loop iets omhoog of omlaag of iets naar links of rechts worden bijgesteld, met een maximale afwijking van 0,3 millimeter. Die afstelling doet de biatleet zelf. „Die is ervaren genoeg en kent zijn geweer het best. Als coach bemoei ik me daar niet mee”, zegt Gredler, die in Pyeongchang Landertinger naar een bronzen medaille op de 20 km individueel coachte.

Dan is er nog het verhaal van de hartslag. Biatleten zouden voor het schieten hun hartslag van zo’n 180 terugbrengen tot 140, 130, om tussen de hartslagen door te vuren. Gredler vindt het een mooi verhaal, maar beweert dat de werkelijkheid weerbarstiger is, vooral als de vermoeidheid toeslaat. „Krijg dan de hartslag maar eens naar beneden”, zegt de coach. „Je hebt tijdens een wedstrijd trouwens amper de tijd om lang te wachten. De praktijk heeft geleerd dat je vooral op adrenaline moet schieten.”

Bekijk ook deze video: zouden dit door opwarming van de aarde de laatste Winterspelen kunnen zijn?