Veel ruimte voor jong talent in nieuw seizoen Nationale Opera

Het nieuwe seizoen van de Nationale Opera en Ballet biedt een divers aanbod: opera blikt vooruit met twaalf nieuwe producties, bij het Ballet staat het dansverleden centraal.

Madame Butterfly in de regie van Robert Wilson Hans van den Bogaard

Een nieuwe opera over de legendarische zanger Caruso op Cuba door componist Micha Hamel, ruimte voor jong Nederlands regietalent, de start van een Opera Studio voor jonge zangers en avant-premières voor jongeren tot en met 35 jaar: de Nationale Opera maakt in het nieuwe seizoen 2018-2019 in veel opzichten ruimte voor verjonging.

Het komende operaseizoen, net als het seizoen 2019-2020 nog wel door de huidige artistiek directeur Pierre Audi ingevuld, heeft ‘identiteit en confrontatie’ als thema. Het markeert ook de komst van Audi’s opvolger, Sophie de Lint – nu nog verbonden aan de opera in Zürich. Audi is dan dertig jaar het gezicht De Nationale Opera geweest; hij stapt over naar het smaakmakende Festival d’Aix-en-Provence.

Het nieuwe seizoen telt een hoog aantal nieuwe producties (12) en weinig reprises (2). Daarvan worden er zeker vier in samenwerking met andere operahuizen geproduceerd.

Veel nieuwe producties

Het operaseizoen opent met een tweede reprise van Mozarts Die Zauberflöte in de regie van Simon McBurney. In reprise gaat ook de regie die Robert Wilson maakte van Puccini’s Madama Butterfly. Een nieuwe opvallende productie is er van Rossini’s Il Barbiere di Siviglia. Deze eerste Amsterdamse ‘Barbier’ na de vijf (!) maal hernomen enscenering van Dario Fo (1987) wordt geregisseerd door de jonge regisseur Lotte de Beer en heeft alvast één troef: de rol van Bartolo wordt gezongen door Ambrogio Maestri (eerder een onvergetelijke Falstaff).

Floris Visser maakt zijn officiële DNO-debuut in Vivaldi’s Juditha Triumphans, de eerste Vivaldi bij DNO ooit. Ook Gershwins opera Porgy and Bess zal voor het eerst bij De Nationale Opera te zien zijn. John Adams’ nieuwe opera Girls of the Golden West gaat in Europese première. Nieuw zijn cerder producties van Janaceks Jenufa (regie Katie Mitchell), Wagners Tannhäuser (regie Christof Loy), Enescu’s Oedipe (regie Alex Ollé/V. Carrasco) en Debussy’s Pelléas et Mélisande met het Concertgebouworkest onder leiding van Daniele Gatti (regie Olivier Py).

Audi blijft bij DNO wel present als gastregisseur. Zo regisseert hij komend seizoen Fin de Partie van Kurtág (Opera Forward) en de marathonproductie aus LICHT van Stockhausen. De prijzen blijven gelijk: de goedkoopste stoel is 22 euro, de duurste 140 euro. Voor studenten zijn er lastminutekaarten voor 15 euro.

Blik op het dansverleden

Bij Het Nationale Ballet is de blik volgend seizoen gericht op het verleden. Het seizoen opent, na het Gala, met New Classics: drie werken uit de recentere dansgeschiedenis. Eindelijk is ook Dances at a Gathering (1969) van Jerome Robbins verworven, waarin op muziek van Chopin een serie romantische ontmoetingen op een feest wordt geschetst. Een aanwinst is ook Serenade after Plato’s Symposium (2016) van choreograaf Alexei Ratmansky: een mannenballet met zeven dansers op muziek van Bernstein.

Vanaf oktober tot januari kunnen liefhebbers zich laven aan drie avondvullende en verhalende balletten van ouder en recenter datum: La Dame aux Camélias van John Neumeier, Giselle in de enscenering van Rachel Beaujean en Ricardo Bustamante en Christopher Wheeldons Cinderella. Het Zwanenmeer van Rudi van Dantzig en Toer van Schayk wordt in 2019 maar liefst 25 maal gedanst, omdat, aldus artistiek directeur Ted Brandsen, dat ballet nu eenmaal het eerste is waar mensen aan denken bij het woord ballet. De klassieker moet fungeren als instapballet voor nieuw publiek.

Geen groot nieuw werk

Het ontbreken van een nieuw avondvullend werk wijt Brandsen aan de doorwerking van de bezuinigingen van enige jaren geleden. Wel maakt de Britse choreograaf David Dawson voor een aan hem gewijde double bill een nieuw werk op speciaal gecomponeerde muziek van Gavin Bryars, een Requiem geïnspireerd op de herdenking van het einde van de Eerste Wereldoorlog. Het is de enige wereldpremière van het seizoen van het gezelschap (al brengt de Junior Company wel kleinere creaties van Daniela Cardim en Ernst Meisner).

Uiteraard prijkt ook Hans van Manen op het repertoire. Het gezelschap herneemt het Van Manenprogramma Ode aan de Meester en presenteert in het combinatieprogramma Van Manen, Forsythe, Arqués Kleines Requiem (1993) op muziek van Górecki. In dat zelfde programma is een andere interessante ‘aankoop’ te zien: het verloren geachte Pas/Parts van William Forsythe (1999). De choreografieworkshop New Moves, met balletten van dansers van binnen én buiten HNB, sluit het seizoen af.

De Nationale Opera en Ballet trok afgelopen jaar 300.000 bezoekers en haalde een gemiddelde zaalbezetting van 93 procent.