Referendum toont zwakke plek Rutte III

De oppositie heeft er geen goed woord voor over, maar het kabinet heeft zijn zin: het raadgevend referendum wordt afgeschaft. Pijnlijk, voor D66.

Kajsa Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken, tijdens het debat over de intrekking van de Wet raadgevend referendum dinsdagavond. Foto ANP/Remko de Waal

Juridisch gegoochel. Arrogant. Hooghartig. Een aanfluiting. De oppositie heeft er geen goed woord voor over, maar het kabinet heeft zijn zin: het raadgevend referendum wordt afgeschaft. Met een kleine meerderheid van 78 zetels (de coalitie krijgt alleen steun van de momenteel tweekoppige SGP), zal de Tweede Kamer donderdag met dit plan instemmen, bleek dinsdagavond bij het afronden van het debat.

Het is pas de tweede wet die het kabinet-Rutte III door de Tweede Kamer krijgt. Ook het eerste succes betrof het afschaffen van een bestaande wet waar sommigen aan gehecht zijn: de wet-Hillen, die huizenbezitters fiscaal voordeel geeft. Het afschaffen van de wet-Hillen deed de coalitie vorig najaar pijn, vooral de VVD, die zich graag profileert als de partij van de huizenbezitter. Het afschaffen van het raadgevend referendum is mogelijk nog pijnlijker – vooral voor D66, dat lang de partij van de democratische vernieuwing is geweest.

Volgens minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) liet het enige raadgevend referendum dat er is gehouden – in 2016 over het Oekraïne-verdrag – zien dat het instrument niet werkt. De kiezer verwachtte dat het EU-verdrag met Oekraïne verworpen zou worden na het ‘nee’. Dat gebeurde niet. Onduidelijkheid is volgens Ollongren „de kern van het probleem”. Verbeteren van de wet ziet zij niet zitten. Afschaffen was niet eens een kwestie van haast, volgens haar: dit was een eenvoudige afspraak uit het regeerakkoord, dit kon snel.

Elke partij die niet in het kabinet zit, bleek hier de afgelopen week gehakt van te maken. Zelfs de PvdA en GroenLinks, die de afgelopen jaren steeds minder enthousiast werden over het referendum, staan nu op de barricades. PvdA-Kamerlid Attje Kuiken noemde het referendum „een zoektocht naar democratische vernieuwing die in deze tijden heel erg wenselijk is”.

Hoe denkt u over de afschaffing van de referendumwet? Doe mee aan ons lezersonderzoek

PVV, Forum voor Democratie, SP en de Partij voor de Dieren zagen in de coalitie vooral „bange politici” die de kiezer „de mond snoeren”.

Pas echt lastig bleek voor Ollongren uit te leggen waarom het kabinet een referendum over het afschaffen van het referendum verhindert. Volgens haar is dat „een gezondverstandredenering”. Maar zelfs de SGP, die principieel tegen referenda is en er graag vanaf wil, overtuigde ze niet. „Als ik dit als burger lees, dan denk ik: ze naaien me in het pak”, zei SGP-Kamerlid Roelof Bisschop.

Harde kritiek

De oppositie speelde deze kritiek ruim uit; ze wist het debat een week te rekken door extra toelichting van de Raad van State te vragen: kon het verbieden van een referendum over het afschaffen van het referendum juridisch wel? De raad bleef bij zijn eerdere advies: het kan.

De harde kritiek van de oppositie legt bloot wat in de naderende campagne de zwakke plek van de coalitie is. Op 21 maart zijn niet alleen de gemeenteraadsverkiezingen, maar is ook het referendum over de nieuwe inlichtingenwet, die de geheime diensten extra bevoegdheden geeft. De kans bestaat dat dit het laatste referendum is – al probeert 50Plus nog een referendum te organiseren over die andere wet van het kabinet (de wet-Hillen).

SP-leider Lilian Marijnissen zei het maandag: behalve over de inlichtingenwet gaat het referendum op 21 maart óók over het referendum als zodanig. „Stem tegen de sleepwet, en daarmee ook vóór het referendum”, zei Marijnissen.

De nieuwe inlichtingenwet, die nog van het vorige kabinet is, is een wet die Rutte III niet wil afschaffen. Maar als de kiezer ‘nee’ zegt, zal de coalitie die wet toch moeten heroverwegen.

    • Pim van den Dool
    • Clara van de Wiel