Column

Eeuwig

Laatst gaf ik op een geweldige middelbare school poëzie en kletste na afloop met een clubje leerlingen. Op een zeker moment ging het over hun toekomstplannen. „Ik wil plastisch chirurg worden”, zei een jongen. „Dat verdient goed.”

„En ik wil iets met bedrijfskunde, misschien wel met Shell”, zei een meisje. Mijn oren klapperden even. Een derde zei dat ze overwoog om de advocatuur in te gaan. Rijke criminelen vrijpleiten voor een uurloon met minstens drie nullen enzo. Ik had er buikpijn van: het klonk zo opportunistisch. Waar waren de idealen?

’s Avonds at ik met mijn zus. Ik vertelde over de school en dat jongeren tegenwoordig voor het grote geld lijken te willen gaan, zonder stil te staan bij de ethische aspecten van hun beroepskeuze. Mijn zus knikte.

„Tja, het is toch een verschil met onze generatie. Deze kinderen zijn na 9/11 geboren, hebben de recessie meegekregen, terreur. Ik zie dat bij mijn jongens: die zijn veel angstiger dan wij vroeger. Bang dat de euro instort, het klimaat ontploft. In de jaren negentig piekerde je op zijn hoogst een beetje over de ozonlaag.”

„Ja”, zei ik, „we dachten dat er voor iedereen werk zou zijn, wat voor branche je ook koos. En dus koos je voor iets waarmee je de wereld kon helpen: het onderwijs in en zo.”

Mijn zus was even stil en zei toen: „De wereld redden hoeft niet meer voor hen. De wereld kan er immers elk moment aan gaan.”

Vandaar dat al die jonge vloggers het ene na het andere lucratieve sponsorcontract afsluiten, zonder te kijken of het merk bij hen past. Je wordt zelfzuchtig als je onder tijdsdruk staat.

Toen ik jong was, dachten we dat we eeuwig zouden leven. Er waren al geruchten dat de eerste onsterfelijke mens onder ons zou zijn. We zouden minstens 130 worden. Misschien is zo’n hoge levensverwachting (of er in ieder geval van uitgaan dat je erg oud zult worden) ook bepalend voor hoe je je leven inricht: je zult hier nog een flinke tijd rondlopen, dus beter houd je de boel een beetje netjes aan kant. Een deel van de huidige generatie tieners lijkt het te hebben opgegeven en kiest eieren voor haar geld, want het kan elk moment over zijn.

Dus eigenlijk, dacht ik, wordt je toekomst bepaald door wat voor sterfelijkheidsbesef je hebt. En is het superverdrietig dat er nu een generatie opgroeit die uit angst al helemaal niet meer bezig is met later, omdat het sterk de vraag is in hoeverre zij ‘later’ nog mee zullen maken.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.