Albumoverzicht: in Londen danst de jazz, in Amsterdam knalt de hiphop

De muziekrecensenten van NRC beoordelen de nieuwe albums van deze week, met onder meer De Jeugd van Tegenwoordig, We Out Here en Liza Ferschtman.

  • ●●●●

    De Jeugd van Tegenwoordig: Luek

    De Jeugd van TegenwoordigHiphop: Al zijn rappers van De Jeugd van Tegenwoordig inmiddels vader, dat wil niet zeggen dat ze het mateloze leven hebben afgezworen. In de teksten van hun zesde album Luek wordt gezwijmeld over de kinderen, maar het aantal lofzangen op het uitgaansleven is groter. Zonder geforceerd jeugdig te klinken, wordt er komisch gerapt over drank, pillen en seksescapades. Op Luek klinkt de muziek vitaler en ingenieuzer dan op voorganger Manon. De nummers leunen meer op elektro dan op hiphop, aangevuld met een enkele romantische gitaar. Zelfs een gladgestreken clubknaller als ‘Torpedo’ heeft genoeg diepte om zeven minuten te prikkelen. De opgewonden muziek sluit aan bij de inhoud. Vindingrijk rappen ze: ‘Tot lang in de nacht wordt de neuf gesoixante’ (in ‘Wittewijnmuziek’), en in het uitgelaten ‘Gemist’ knallen de scheld- en schuttingwoorden je als scabreus vuurwerk om de oren. De Jeugd doet nog niet onder voor de jongere generatie. Hester Carvalho

  • ●●●●

    We Out Here

    Jazz: In Londen is de jazz niet bedoeld voor zalen met stoeltjes, in Londen danst de jazz en zuigt die alle invloeden en achtergronden van de bewoners op. Zo klinkt althans We Out Here, een compilatie van negen tracks van een gelijkgestemde groep jonge muzikanten. Ze beïnvloeden elkaar, spelen in elkaars band en duiken op bij jamsessies.

    De energie alleen al van het nummer ‘Brockley’ van Theon Cross laat je zoeken naar tickets naar Londen. Het begint met een dreunende tuba en ontaardt in Afro-Caraïbische New Orleans jazz, maar dan dus Brits. Juist ja.

    Cross vormt een trio met Nubya Garcia en Moses Boyd, die ook weer beiden onder hun eigen naam opduiken op We Out Here. Zo cirkelen de muzikanten om elkaar heen. Initiatiefnemer van dit project is Shabaka Hutchings die met zijn 33 jaar tien jaar ouder is dan de meesten op deze plaat. Het album doet precies wat een compilatie moet doen: verlangen wekken naar meer. Leendert van der Valk

  • ●●●●

    Liza Ferschtman: Korngold & Fernstein

    Liza FerschtmanKlassiek: It doesn’t get any better than this, dan Erich Wolfgang Korngold en Leonard Bernstein, als het gaat om Amerikaanse vioolconcerten. Korngold groeide uit tot de vader van de Hollywoodklank. En wie sommige orkestrale wendingen hoort in diens Vioolconcert, weet waar John Williams zijn inspiratie vandaan haalde voor de soundtrack van Star Wars. Bernstein op zijn beurt laat jazz opduiken in de Serenade after Plato’s Symposium. Beide werken vormen iconen uit de moderne muziekgeschiedenis, met elk hun eigen taal, die evenzeer Amerikaans als universeel is.

    Liza Ferschtman tekent haarscherp het karakter van de twee concerten op: de romige weldaad van Korngold met het Praags Symfonie Orkest onder Jirí Malát en Bernsteins intense dialogen over de liefde voert ze met Het Gelders Orkest en dirigent Christian Vásquez. De violiste doet wat ze als de beste kan: met grote muzikaliteit kleuren schilderen, beelden oproepen en verhalen vertellen. Joost Galema

  • ●●●●

    U.S. Girls: A Poem Unlimited

    U.S. GirlsPop: De band U.S. Girls bestaat niet uit Amerikaanse meisjes, maar wordt aangevoerd door de Canadese solo-artiest Meg Remy die zich omringt met een wisselend gezelschap van (meestal mannelijke) muzikanten. Haar achtste album A Poem Unlimited maakt zich los uit de indie-underground, in toegankelijke popsongs die soms herinneren aan Blondie. Ook Kate Bush en David Bowie gaven inspiratie aan een album dat aantrekkelijke popmelodieën en verleidelijke zang koppelt aan teksten met een meer dan gemiddelde diepgang. Meg Remy verpakt haar boodschap van female empowerment in de computerdisco van ‘M.A.H.’ (Mad as hell). Haar wortels in de Canadese artrockscene komen aan de oppervlakte in de muzikale freakshow ‘Time’ waarbij het dansritme doorgaat tussen ruwe gitaaruitbarstingen en een piepende sax. A Poem Unlimited heeft alles: lekkere popliedjes en de meest uitdagende muziek die er in marge van de mainstreampop te koop is. Jan Vollaard

  • ●●●●●

    The Brahms: Me And My Damn Dreams

    The BrahmsPop: De Nederlandse band The Brahms debuteert zelfverzekerd met het album Me And My Damn Dreams. De vier muzikanten die elkaar ontmoetten op de Herman Brood Academie, spelen een doorgewinterd soort indierock, dat hier gesmeerd wordt uitgevoerd. Nummers als ‘You Don’t Like Swimming’ en ‘Beaches’ liggen in de lijn van Nederlandse collega’s als Kensington: rockliedjes met een breed gebaar, waar de gezwollen melodieën enkele onderhuidse subtiliteiten bieden, zoals metalige percussie (in ‘Done Lion’) of een gestaag herhaalde sample die een vervreemdend mechanisch effect geeft aan het nummer ‘Beaches’. Bij het jonge The Brahms zingt David Westmeijer met soepele, scherp afgetekende stem, en er zijn stuwende drums van Martin Brummelkamp. De liedjes zijn soms voorspelbaar, de stijl is bekend, maar de uitvoering is kloek en stevig, zodat het resultaat toch aantrekkelijk is. Hester Carvalho

  • ●●●●●

    Kapok: Mirabel

    KapokJazz: Het trio Kapok manifesteerde zich in 2011 als superfris jazzbandje met eigen sound: tonen van jazzhoorn langs gitaarklanken met aansporende, steeds weer prikkelende percussie. Drie albums later is dat motief niet weg, maar Kapok heeft naar verdieping gezocht in experiment met elektronica. Het instrumentarium werd uitgebreid met synthesizers, een vibrafoon en een baritongitaar, maar het is vooral de vrije aanpak die het album Mirabel aandrijft: het mag overal schuren en bijten, er hoeft niets meer veroverd te worden in zoete, toegankelijke melodie en alle vaste structuren zijn losgelaten.

    Dat levert zonder meer een spannend album op van een trio dat verdiept en graaft in broeierige of juist lucide klankstructuren, impro-uitbarstingen en opdoffers van grooves. Maar meteen ook bekruipt je het gevoel: dit moet je live ondergaan. Amanda Kuyper