Woonwagenbewoners zijn juridisch gezien een ‘ras’

Discriminatie

Het College voor de Rechten van de Mens oordeelde dat verzekeraar Reaal woonwagenbewoners discrimineerde op grond van ras. Hoe zit dat?

Reaal zette de speciale verzekering voor woonwagens stop. Dat leidde tot een klacht van 232 verzekerenden. Foto Marcel van den Bergh

Woonwagenbewoner Willem Struik (43) had er een dubbel gevoel over: „Een stacaravan op een vakantiepark kon verzekerd blijven, een woonwagen op een woonwagenkamp niet.” Struik is één van de 232 verzekerden die augustus vorig jaar bij het College voor de Rechten van de Mens een klacht indiende tegen verzekeraar Reaal. Die wilde hun woonwagens niet langer verzekeren, omdat de speciale woonwagenverzekering verliesgevend zou zijn.

Per brief werd de woonwagenbewoners te verstaan gegeven dat hun verzekering binnen enkele maanden zou stoppen. Hierop stapten zij naar mensenrechtenbureau Radar, dat namens hen de klacht bij het College voorbereidde. Inzet: discriminatie op grond van ras. „Je went eraan dat je als woonwagenbewoner vaak wordt achtergesteld, maar dit kon ik niet over mijn kant laten gaan”, zegt Struik. „Bewoners van een stenen huis krijgen wel een verzekering.” De woonwagenbewoners kregen begin deze maand gelijk. Het College oordeelde dat Reaal „verboden onderscheid op grond van ras” maakte, toen het bedrijf de verzekering opzegde. Het oordeel roept de vraag op: zijn woonwagenbewoners daarmee een ras?

Peter Rodrigues, hoogleraar immigratierecht aan de Universiteit Leiden, legt uit dat het woord ‘ras’ in de rechtspraak anders wordt gebruikt dan in een gesprek tussen burgers of in een politiek debat – waar het doorgaans op iemands huidskleur of afkomst slaat. „Je hebt biologisch gezien één mensenras, daar horen wij allemaal toe. Ras pakt in juridische zin ook de culturele achtergrond mee, zoals gebruiken en tradities. Allemaal kenmerken waarop je kunt worden uitgesloten.”

Controverse

‘Ras’ als juridisch begrip komt voort uit het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie en wordt geregeld in rechtszaken gebruikt. De woordkeus heeft volgens Rodrigues in de rechtszaal wel eens voor controverse gezorgd. „Door de manier waarop de term in de politiek wordt gebruikt, voelt het wat apart om van ras te spreken. Een advocaat-generaal zei eens dat de term beter past bij aardappelen of honden.”

Toen voor het eerst bepaald werd dat woonwagenbewoners wettelijk beschouwd worden als ras, klonk volgens Rodrigues kritiek van sommige juristen. „Wordt het begrip ‘ras’ niet te ver opgerekt? Is het straks nog wel duidelijk wanneer een bevolkingsgroep er wel of niet onder valt?”

Rest de vraag wanneer je juridisch gezien tot de bevolkingsgroep ‘woonwagenbewoners’ hoort. Daarover boog de voorloper van het College zich sinds 1997 meermalen. „Dat is als je van generatie op generatie dezelfde tradities en gebruiken kent die tot jouw cultuur horen – zoals het wonen in een woonwagen”, aldus Rodrigues.

Uitstervingsbeleid

Ander belangrijk richtsnoer is een uitspraak van de Hoge Raad uit 2000. Daarin werd vastgesteld dat sprake is van discriminatie op grond van ras als iemand wordt benadeeld op grond van kenmerken van „fysieke, etnische, geografische, culturele, historische of godsdienstige aard”.

In de afgelopen tien jaar sprak het College voor de Rechten van de Mens zich ruim veertig keer uit over klachten op grond van ras waarbij woonwagenbewoners betrokken waren. In de helft van de gevallen werd de klacht gegrond verklaard. Een belangrijke uitspraak ging over het ‘uitstervingsbeleid’ waarmee gemeenten probeerden woonwagenkampen uit te bannen. Dit werd door het College in 2014 als discriminatie op grond van ras gezien; de woonwagen hoort bij de „etnische identiteit” van de woonwagenbewoners. Inmiddels hanteren gemeenten dit beleid niet meer.

In de zaak tegen Reaal diende Dave Bekkering namens de woonwagenbewoners de klacht in bij het College. Hoewel de uitspraak Reaal niet verplicht om te handelen, is die volgens Bekkering wel van groot belang. Niet eerder werd zo’n grote groep woonwagenbewoners door het College in het gelijk gesteld tegenover een verzekeraar. „Deze uitspraak kan ervoor zorgen dat woonwagenbewoners minder makkelijk kunnen worden uitgesloten van verzekeringen.”

Reaal is „verbaasd” over het oordeel van het College, zegt een woordvoerder. De verzekeraar wil geen groep personen, maar een bepaald type woning niet langer verzekeren. Volgens de woordvoerder is de schadelast van een woonwagen gemiddeld twee keer hoger dan die van een stenen huis, onder meer wegens brandgevaar en verzakking. De verzekering wordt sinds 2013 niet meer aangeboden. Sommige woonwagenbewoners vonden inmiddels een andere verzekering, maar niet allemaal. Het Verbond van Verzekeraars gaat met hen in gesprek over een oplossing.

    • Sjoerd Klumpenaar