Opinie

    • Marc Hijink

Wil er nog iemand een cookie?

De EU wil dit jaar een nieuwe ePrivacy-verordering aannemen. Daarmee zijn we eindelijk we verlost van cookiemeldingen van websites.

Eerst het slechte nieuws: we hebben zes jaar lang voor niks op ‘ok’ gedrukt. Op onze computers, tablets en telefoons, elke dag weer.  In juni 2012 voerde Nederland de cookiewet in. Websites moeten bezoekers om toestemming vragen, zoals: ‘onze site maakt gebruik van cookies en vergelijkbare technieken om bezoek te analyseren en informatie te verzamelen over uw voorkeuren’.

De regels zijn in 2013 wat versoepeld. De meeste bezoekers klikken immers meteen op ‘ok’ om van het gezeur af te zijn. We lezen de kleine letters van de bijsluiter niet – zonder cookies werkt een site niet goed, is de gedachte.

Dan nu het goede nieuws: dankzij de nieuwe ePrivacy-verordering die de EU dit jaar wil aannemen, regelt je webbrowser voortaan die cookies. Standaard staat het ‘uit’: het volgen van je surfgedrag via tracking cookies is niet toegestaan. Websites moeten ook zonder die cookies goed functioneren.

Brandbrief

Iedereen blij? Nee. Advertentienetwerken vrezen de ePrivacy-wet. De DDMA, brancheorganisatie van datamarketingbedrijven, vroeg vorige week staatssecretaris van Economische Zaken Mona Keijzer (CDA) om onderzoek te laten doen naar de gevolgen voor de Nederlandse media-industrie. DDMA zwaait met een Duits rapport dat een terugval van 35 procent in online advertentieomzet voorspelt, omdat bijna iedereen zal zeggen: nee, ik wil geen cookies meer.

Website Emerce bracht het als een ‘bloedbad in de Nederlandse media-industrie’. Dat is niet mijn woordkeuze, zegt DDMA-directeur Diane Janssen aan de telefoon. Maar ze vindt wel dat onderzocht moet worden hoe ‘het medialandschap’ en ‘de kwaliteitsjournalistiek’ te lijden zullen hebben onder de nieuwe regels waarover de vakministers van de EU zich nu buigen (vandaar die brandbrief). De grote advertentienetwerken, Google en Facebook, worden nog machtiger, verwacht de DDMA. Immers, als je inlogt bij Facebook, Google of YouTube ga je akkoord dat je overal gevolgd wil worden.

Bij Facebook en Google kun je je met een beetje moeite uitloggen of uitschrijven – dat geldt niet voor de on- overzichtelijke datahandel achter gepersonaliseerde advertenties. Gratis internet heeft veel goeds gebracht, maar ook veel goedkoops: een wildgroei aan clickbait, irritante pop-ups en advertenties met kwaadaardige software. Adverteerders hebben door geautomatiseerde veilingen geen idee op welke sites hun advertenties verschijnen, uitgevers hebben amper controle op wie er adverteert. 

De belangrijkste winnaar van de ePrivacy-wet is de consument

Bewuste keuze

Consumenten weten niet wat er met hun data gebeurt. En wie advertenties probeert te weren met een filter (zelfs Google heeft nu zijn eigen advertentiefilter) wordt gesommeerd dat filter uit te schakelen. Conclusie: deze vorm van gratis internet is failliet. Al een tijdje.

Dat Google en Facebook minder geraakt worden door de ePrivacy-wet lijkt me onvermijdelijk. Deze netwerken hebben een ander probleem: bedrijven overtuigen dat advertenties niet verschijnen bij gewelddadige video’s of opruiende berichten. Ook daar moet de bezem doorheen.

De belangrijkste winnaar van de ePrivacy-wet is de consument. Die kan straks een bewuste keuze maken: wil ik toegang in ruil voor mijn data, of ga ik naar een site waarop ik op een andere manier afreken. Dat lijkt mij OK.

    • Marc Hijink