Steeds meer 50-plussers hebben een motor

Sinds 2014 nam het motorbezit onder Nederlanders tussen de 50 en 65 jaar toe met 8,5 procent, blijkt uit cijfers van het CBS.

Steeds meer 50-plussers in Nederland hebben een motor, dat blijkt dinsdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Ondertussen neemt het motorbezit juist af onder Nederlanders onder de 50.

De afgelopen vier jaar groeide het motorbezit met 8,5 procent onder Nederlanders tussen de 50 en 65 jaar. In deze leeftijdscategorie telde het CBS op 1 januari van dit jaar 77 motoren per duizend inwoners. Ook bij 65-plussers werd het motorbezit steeds populairder en steeg het bezit per duizend inwoners met 30 procent.

Onder Nederlanders tussen de 30 en 50 jaar nam het motorbezit juist af met 12 procent. In totaal nam het bezit van een motor toe met 5.000 naar 647.000 mensen met een motor in 2018.

De verkoop van motoren is de afgelopen jaren ook toegenomen. De verkoop daalde tijdens de economische crisis maar nam sinds 2014 weer toe.

In totaal heeft 11 procent van de bevolking van 18 jaar of ouder een motorrijbewijs. Dit zijn vooral mannen: 17 procent van de mannen heeft een motorrijbewijs, terwijl dit percentage onder vrouwen op slechts 4 procent ligt. Ook hebben vorig jaar meer mensen een motorrijbewijs gehaald. Vorig jaar wisten 24.000 mensen hun rijbewijs te halen en dat is 7 procent meer dan in 2016.

Het bezit van een motorrijbewijs verschilt sterk per regio. Zo hebben relatief weinig Rotterdammers en Amsterdammers een motorrijbewijs. In deze steden hebben respectievelijk 55 en 59 mensen per duizend inwoners een motorrijbewijs. In Drenthe ligt dit aantal een stuk hoger. Per duizend inwoners hebben hier 143 mensen een motorrijbewijs. Dit komt overeen met het relatief lage autobezit in steden als Rotterdam en Amsterdam.