Opinie

Lubbers’ kracht was in het buitenland zijn zwakte

Zaten zijn reserves over de Duitse hereniging Lubbers in de weg? Nee, stelt Hanco Jürgens, het was zijn ondoorzichtige optreden.

Bondskanselier Kohl en premier Lubbers in de tuin van het Catshuis in 1987 Foto ANP

Ruud Lubbers liep in 1994 het voorzitterschap van de Europese Commissie mis. In verklaringen hiervoor wordt steevast gewezen op diens aanvankelijke reserves bij de Duitse eenwording. Hij uitte die twijfels tijdens een diner van regeringsleiders in Straatsburg, vlak na de val van de Muur. Toenmalig bondskanselier Helmut Kohl heeft hem dat nooit vergeven. Nu stond Kohl bekend om zijn lange tenen en om zijn olifantengeheugen, maar het is de vraag of deze verklaring volstaat. Was het niet veeleer zo dat Lubbers’ optreden in het buitenland anders werd gepercipieerd dan bij ons? Wat Lubbers zo succesvol maakte in de Nederlandse politiek, het onnavolgbare compromis, het polderen tot aan het gaatje, werkte in het buitenland juist tegen hem. Illustratief hiervoor zijn de uiteenlopende managementstijlen van Kohl en Lubbers.

Kohl ging uit van een aantal morele waarden en heldere afspraken, waarbinnen de ander een zekere vrijheid van handelen had. Hij liet zijn macht juist gelden door afstand te houden. Lubbers daarentegen was een pragmaticus die ‘werkendeweg’ naar oplossingen zocht. Hij was voortdurend in gesprek en zat er bovenop. Het Bondsdaglid Otto Fricke zei afgelopen week nog op Radio 1 dat hij van oud-minister Hans-Dietrich Genscher had gehoord hoe Kohl over de Nederlanders dacht: „Je weet niet wat er de komende dag gebeurt.”

Vlak na de val van de Muur zat er nogal wat ruis op de lijn tussen Den Haag en Bonn, de toenmalige regeringszetel. De grootste inschattingsfout van de Nederlandse diplomatie, Zwarte Maandag, toen het Nederlandse voorstel voor een nieuwe architectuur van de Europese Gemeenschap werd afgestemd, is Lubbers misschien nog het minst aan te rekenen. Maar zijn werkwijze maakte het er niet gemakkelijker op. Lubbers was immers gewend om zich met elk dossier te bemoeien. Daarmee liep hij diverse malen het ministerie van Buitenlandse Zaken voor de voeten.

Reprimande Heldring

Zo hield hij op 15 januari 1990 een lezing in Tilburg, waarin hij sprak over de wenselijkheid om „voort te gaan met de staten en de grenzen tussen staten zoals Europa die nu kent”. Wilde hij ermee zeggen dat de DDR en de Bondsrepubliek naast elkaar moesten blijven bestaan? Het leverde hem een reprimande op van J.L. Heldring, die in zijn column in deze krant, getiteld ‘Eenmaal maar nooit weer’, schreef dat Lubbers met zijn rede misverstanden opriep. En als er iets was dat in het buitenlands beleid moest worden voorkomen, dan waren het misverstanden. Heldring vond dat Lubbers het Nederlandse belang had geschaad.

Lubbers stond erom bekend vele brieven te schrijven, vaak zonder dat Buitenlandse Zaken ervan afwist. In 1992 deed hij in een brief aan ‘Helmut’ zijn beklag over het rentebeleid van de Duitse Bundesbank. Daarmee bracht hij Kohl in een lastig parket. De kanselier had immers geen zeggenschap over het Duitse rentebeleid, daarover ging de Bundesbank. Kohl beantwoordde de brief niet. De Bundesbank kwam er pas achter dat Lubbers deze brief had geschreven toen ze een excuusbrief ontving van De Nederlandsche Bank.

Ook bij de kandidatuur van Amsterdam als zetel voor de Europese Centrale Bank liep het mis. Terwijl de Nederlandse regering wist dat er voor Duitsland veel aan gelegen was om de bank naar Frankfurt te halen ging Lubbers het gevecht vol aan door in het geheim concessies aan Frankrijk te doen en door te stellen dat niet Frankfurt maar Bonn een geschikte vestigingsplaats voor de ECB zou zijn. Het jaar erop werd besloten over Lubbers’ kandidatuur voor de Europese Commissie.

Achteraf gezien is het niet zo bijzonder dat Lubbers deze post misliep. Ook bij latere benoemingen van voorzitters van de Europese Commissie of Europese Raad sneuvelden grote namen. Het feit dat deze kandidatuur de gemoederen is blijven bezighouden zegt meer over de Nederlandse politieke cultuur van dat moment waarin wens en werkelijkheid niet altijd overeenkwamen. Laten we ons dus vooral bezighouden met wat Lubbers wel heeft bereikt.