‘Lorrie’ haalt Noren uit winterslaap

Noorwegen Eindelijk weer succes voor het Noorse schaatsen: Håvard Lorentzen verovert goud op de 500 meter. „En er komt nog meer.”

Havard Lorentzen won de 500 meter, in een tijd van 34,41. In zijn race versloeg hij Ronald Mulder, die zevende werd. Foto’s ANP/Jerry Lampen, AP/Petr David Josek

Wat hangt er voor Håvard Lorentzen allemaal niet af van die ene laatste binnenbocht op de olympische 500 meter? Met meer dan zestig kilometer per uur gaan voor de ultieme kans op goud. Goud dat zoveel zou betekenen voor hem, zijn teamgenoten en coaches, voor een oude schaatsnatie in verval.

„De grootste vraag van de dag was hoe die laatste bocht zou gaan”, zegt zijn coach Jeremy Wotherspoon, zelf ooit de beste sprinter ter wereld. „De adrenaline komt erbij, je bent er bijna en gaat vaak net een beetje te veel of te weinig doen. Deze was perfect.”

De grootste vraag van de dag was hoe die laatste bocht zou gaan

IJskoud duikt Lorentzen onder tegenstander Ronald Mulder door. In 34,41 is de Noorse sprinter éénhonderdste sneller dan de verrassende Zuid-Koreaan Cha Min-kyu. Het eerste goud voor Noorwegen op de 500 meter sinds zeventig jaar. Het eerste schaatsgoud sinds Ådne Søndrål op de 1.500 meter in Nagano 1998.

„Ik werd een beetje moe van de vraag wanneer Noorwegen een keer zou ontwaken uit zijn winterslaap”, roept de Noorse bondscoach Sondre Skarli uitgelaten tegen journalisten. „In de jaren vijftig, zestig en zeventig waren wij extreem goed. Maar tegenwoordig zijn er zoveel landen die meedoen voor de medailles. Het is mooi om te laten zien dat de Noren nog goud kunnen halen in het schaatsen. En er komt nog meer.”

Dieptepunt in Sotsji

Op sterven na dood is het Noorse schaatsen in Sotsji, in 2014. Weer geen medailles, en wat het Noorse publiek erger vindt: hun schaatsers trekken zich terug voor de 10 kilometer, de afstand waarop ooit legendes als Hjalmar Andersen, Knut Johannesen en Johann Olav Koss schitterden. Toch geen kans tegen Sven Kramer en Jorrit Bergsma. „Na Sotsji stopte onze hoofdsponsor ermee”, vertelt Skarli. „Het budget was al niet hoog, en nu bleef er minder dan de helft van over.” Hoeveel? „Een stuk lager dan de meeste Nederlandse teams.” Het schaatsen kwijnt weg tussen grote wintersporten als langlaufen en alpineskiën. „Ja, het is zwaar geweest.”

Lees alle verhalen over de Winterspelen in ons olympisch dossier

Skarli: „Het was moeilijk om coach te zijn. Je wilt iets, maar kunt niets. Geen geld.” En dan concurreren met grootmacht Nederland en de grote wintersporten in eigen land? Eigenlijk zou het niet zo moeten zijn dat je door geld achterblijft , vindt Skarli. Maar de realiteit is niet anders. „Veel schaatsers moesten zelf middelen zoeken om hun trainingskampen te betalen. We hadden niet altijd een fysio, niet zo’n grote staf als we wilden. Maar geld is niet alles. Hard werken komt eerst.”

IJsclub FANA uit Bergen

Het kleine groepje Noorse schaatsers vindt elkaar. „Wij werken als eenheid”, zegt Skarli. En talent is er nog steeds. Håvard Bøkko wordt als leider van de Noorse roedel afgelost door Sverre Lunde Pedersen. De kleine allrounder komt van de ijsclub FANA uit Bergen, net als ploeggenoten Sindre Hendriksen en het grootste talent van allemaal, Lorentzen.

„Ik begon met hem te werken in 2009”, vertelt Skarli. Lorentzen wint een medaille op de vijf kilometer bij de wereldbeker voor junioren in Collalbo. „Hij was een stayer. Maar ineens zei hij: ik wil sprinter worden, kijken hoe dat gaat.”


Bekijk hier de samenvatting van de 500 meter:

Multitalent zonder weerga, volgens de Noorse coach. „Håvard was de beste wielrenner van zijn lichting, een goede basketballer en voetballer. Speelde drum, gitaar en was extreem goed op school.” Maar een stayer die sprinter wil worden? „Niemand had toen ooit kunnen geloven dat deze jongen een paar jaar later 34,4 zou rijden op een laaglangbaan en dat hij olympisch goud zou winnen.”

Lorentzen kampte met blessureleed, een doorbraak liet op zich wachten. Paniek was er nooit. „Lorrie is extreem relaxed. In het team hebben we het over ‘een lorrie nemen’. Dat betekent dat je na een slechte race niet te veel gaat huilen maar juist uitkijkt naar de volgende kans.”

Stiekem terug in de top

Bøkko en Pedersen zijn uitstekende allrounders in de schaduw van Kramer. Maar kunnen de Noren ooit nog winnen? „Misschien was er iemand nodig zonder de last van het verleden”, zegt Wotherspoon. De Canadese ex-schaatser en coach („ik ben voor één achtste Noor, mijn familie heet Nilsen”) komt in 2016 naar Noorwegen en vormt een hecht duo met Lorentzen. „Uiterst getalenteerde jongen, zeer constant. Geen grote schommelingen, steeds iets beter. Dat leidt uiteindelijk tot grote progressie.”

Dit seizoen keren de Noren bijna stiekem terug in de top. „Tegen de dertig podiumplaatsen”, telt coach Skarli bij de wereldbekerwedstrijden, waarbij drie zeges van Lorentzen op de 500 meter. Brons voor Pedersen op de vijf kilometer is het eerste succes in Gangneung. Maar het olympisch goud van Lorentzen is de mijlpaal, na al die jaren zonder succes.

Skarli: „Het zou me verbazen als we volgend jaar geen grote sponsor krijgen.” . Terug naar oude tijden van Nederland-Noorwegen? „Het was zwaar om te zien dat jullie zoveel goud wonnen in Sotsji. Dat is niet best voor de sport. Het is goed om te zien dat andere landen ook medailles kunnen winnen, en nu ook goud.”