Geys keek met ironische blik naar de kunstwereld

Jef Geys 1934-2018

De Belgische kunstenaar Jef Geys opereerde zijn hele leven vanuit een klein dorp in de Kempen. Desondanks werd hij een internationale ster.

Jef Geys Beeld VRT

Een mailtje van zijn familie berichtte afgelopen dinsdag over zijn dood: „En toen was het gedaan. Dag Jef”. Een dag eerder, op maandag 12 februari, was de Belgische kunstenaar Jef Geys na een kort ziekbed op 83-jarige leeftijd overleden.

Jef Geys (Leopoldsburg, 1934) was een leraar die in alles lesgaf, schreef zijn galerie Air de Paris deze week in een persbericht bij zijn overlijden. Veel van zijn werken ontstonden in de context van zijn docentschap aan een meisjesschool. Van 1960 tot 1989 werkte Geys op de Rijksmiddenschool in Balen, een dorp in de Vlaamse Kempen. Daar bracht hij zijn leerlingen de theorieën van kleur, vorm en proporties bij.

Balen werd zijn artistieke biotoop – zelf noemde Geys het dorp zijn ‘terroir’ – vanwaar hij de internationale kunstwereld bestormde. Vanaf 1971 was de kunstenaar ook de redacteur en uitgever van de lokale krant Kempens Informatieblad. Edities van die krant, die hij huis aan huis distribueerde, fungeerden vaak als catalogi bij zijn tentoonstellingen.

Geys was schatplichtig aan kunststromingen als Popart, Dada, Fluxus en de conceptuele kunst van Marcel Duchamp en Marcel Broodthaers. Kunst en leven vielen bij hem samen. Hij maakte geen onderscheid tussen hoge en lage kunst en werkte in alle media die maar voorhanden waren: schilderkunst, fotografie, sculpturen, installaties.

Een van zijn recentste werken, het ‘Koffieonderleggersdagboek’ uit 2014, bestond bijvoorbeeld uit de kanttekeningen die hij maakte op onderzetters. Iedere morgen dronk Geys een kop koffie in een plaatselijk café in Balen en nam hij de kranten door. Het nieuws dat zijn aandacht trok, noteerde hij op de onderleggers.

Vanaf zijn dertiende al hield Geys een index bij van alles wat hij maakte. Elk werk en project kreeg een nummer dat in directe relatie stond tot zijn documentatiearchief, dat hij in zijn atelier in dozen bewaarde. Die lijst publiceerde hij in 2007 in de catalogus van de Documenta. Zijn eerste werk: ‘Brothers of Love’, in 1947 gemaakt op de school van de katholieke broeders, gevolgd door een ‘Crucifix in Mica’. Sinds 1963 werkte hij aan de serie Grote Zaadzakjes, waarvoor hij zakjes zaad van verschillende planten uitvergrootte en naschilderde.

Met ironische blik keek Geys naar de kunstwereld. Hij kwam zelden naar openingen en gaf nooit interviews. Eigenzinnig en sociaal bevlogen was hij, en volgens sommigen ‘een notoire dwarsligger’. Op de tentoonstelling Chambres d’Amis van curator Jan Hoet schreef Geys in 1986 de beginselen van de Franse revolutie (vrijheid, gelijkheid, broederschap) op de deuren van zes Gentse woningen in een arbeiderswijk, als commentaar op het feit dat de andere kunstwerken vooral in de huizen van de rijken tentoongesteld werden.

Zijn meest omstreden project is zijn plan uit 1971 om het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen, na analyse van de architectonische zwakke plekken, op te blazen. Hij vond dat er veel te weinig hedendaagse kunst te zien was. Ook stelde Geys om die reden voor het beeldenpark Middelheim om te spitten tot moestuin.

Ondanks die rebelse, anarchistische houding werd Geys een internationale ster. Hij vertegenwoordigde België op de Biënnale van Venetië in 2009, op de Documenta in 2007 en op Skulptur Projekte Münster in 1997. Zijn werk bevindt zich onder meer in de collecties van het Art Institute in Chicago, het MuHKA in Antwerpen en het Stedelijk Museum in Amsterdam.

    • Sandra Smallenburg