‘Amsterdamse aanpak radicalisering schiet tekort’

Dat staat in rapportages naar aanleiding van het vermoeden van integriteitsschending door een ambtenaar.

Jozias van Aartsen, tijdelijk burgemeester van Amsterdam, bij de raadscommissie Openbare Orde en Veiligheid in het Amsterdamse stadhuis.

Het Amsterdamse radicaliseringsbeleid is inhoudelijk discutabel, ambtelijk ondeugdelijk georganiseerd en bestuurlijk wel erg „indringend” aangestuurd. „Regels mogen niet de reden zijn dat iets te laat geregeld wordt.”

Dat blijkt uit twee rapportages die de waarnemend burgemeester van Amsterdam, Jozias van Aartsen, maandag vrijgaf. De onderzoeken werden ingesteld naar aanleiding van het vermoeden van integriteitsschending door een ambtenaar die aan het hoofd van het programma Radicalisering en Polarisatie stond.

Zij heeft volgens een derde, niet openbaar gemaakt onderzoek, door het Bureau Integriteit, „onaanvaardbare belangenverstrengeling laten ontstaan”, door opdrachten te gunnen aan een persoon met wie zij een privérelatie onderhield. Het is „reëel”, schrijft de burgemeester, om aan te nemen dat de gemeente hierdoor financieel is benadeeld.

Zelfredzaamheid

In een ‘quick scan’ ontleden de Utrechtse terrorisme-expert Beatrice de Graaf en de Leidse onderzoeker Daan Weggemans het Amsterdamse beleid. Daar heerst een „cultuur van zelfredzaamheid”, schrijven de onderzoekers. Amsterdam werkt met „een select aantal externe adviseurs”, die „niet altijd bekend zijn met – en in – het Nederlandse onderzoekslandschap”. Daarmee lijken de onderzoekers, zonder zijn naam te noemen, te doelen op de Ierse terrorismedeskundige David Kenning, op wiens adviezen de intussen overleden oud-burgemeester Eberhard van der Laan sterk leunde.

De onderzoekers wijzen op een „religieuze kramp” die op het stadhuis zou heersen ten aanzien van het radicaliseringsbeleid. Anders dan in andere steden werd in Amsterdam niet structureel gesproken met „leiders en voorzitters van religieuze gemeenschappen”. Dat in recent ontwikkeld antiradicaliseringsmateriaal „de kwestie van religie” geheel leek te worden vermeden, „is zowel wetenschappelijk onhoudbaar als politiek aanvechtbaar”.

Een van de pijlers van de Amsterdamse aanpak is de inzet en training van zogenoemde ‘sleutelfiguren’, burgers met goede contacten in vooral de moslimgemeenschappen in Amsterdam. De onderzoekers noemen deze aanpak „in principe een deugdelijke vertaling” van wetenschappelijke inzichten naar beleid. Maar, zeggen zij erbij, in Amsterdam lijkt „het onderhouden van het sleutelfigurennetwerk en het verdelen van (kleine) projecten tussen netwerken en figuren onderling een doel op zichzelf” te zijn geworden.

De status van de Amsterdamse sleutelfigurenaanpak is op dit moment onduidelijk. Na het strafontslag van de deradicaliseringsambtenaar hebben verschillende sleutelfiguren uit protest hun medewerking aan het gemeentelijk beleid opgezegd. Het bedrijf waaraan de gemeente de training en administratie van de sleutelfiguren had toevertrouwd, Scholten & Partners, is door het onderzoek in de beklaagdenbank terechtgekomen. Amsterdam heeft betalingen en opdrachten aan het bedrijf opgeschort, totdat zij in december van de bestuursrechter tot uitbetaling van geleverde diensten werd veroordeeld. Bovendien moest de gemeente Scholten diezelfde maand nog een inhoudelijke toelichting geven over eventuele verdenkingen ten aanzien van zijn bedrijf. Twee maanden na het gerechtelijk vonnis heeft directeur Peter Scholten noch zijn advocaat van de gemeente Amsterdam uitsluitsel gekregen over het onderzoek van bureau integriteit.

Belangenverstrengeling

Een taskforce, samengesteld uit drie deskundigen op het gebied van bestuurskunde en -recht, concludeert dat het inkoop- en aanbestedingsproces „niet op een professionele manier is verlopen binnen het programma Radicalisering en Polarisatie”, en dat binnen de overkoepelende directie Openbare Orde en Veiligheid „geen bewuste aandacht was voor het risico op belangenverstrengeling”. De belangenverstrengeling waar de ontslagen ambtenaar zich schuldig aan zou hebben gemaakt, staat volgens de onderzoekers niet op zichzelf. Haar hele afdeling werkte niet helemaal volgens de ‘regeltjes’. Uitgaven gingen meestal niet langs de gemeentelijke ‘Lead Buyer’, die verantwoordelijk is voor de inkoop. En als dat wel gebeurde, stuitten radicaliseringsambtenaren vooral op „onbegrip” bij deze inkopers voor het werkveld waarin zij moeten opereren.

Om radicalisering te bestrijden werd samengewerkt met mensen die goede ingangen hadden tot de moslimgemeenschap, maar minder goed waren in het opstellen van nette offertes. Ook waren hun inspanningen moeilijk meetbaar, terwijl de gemeentelijke inkopers objectieve criteria eisten om offertes te beoordelen.

De onderzoekers stellen vast dat het soms onvermijdelijk is dat veiligheidsambtenaren wegens de vertrouwelijkheid van hun werk de procedures niet helemaal volgen. Juist daarom had de leiding van de directie Openbare Orde en Veiligheid meer aandacht moeten besteden aan integriteit. De directe leidinggevende van de ontslagen ambtenaar leek „blind te varen” op haar en heeft „niet geconstateerd dat een bewijs van prestatie onder de facturen ontbrak”. Nadat het rapport vorige week intern rondging, is de hoogste ambtenaar van de directie, Ruud IJzelendoorn, opgestapt.

In beide rapportages staan ook kritische woorden over oud-burgemeester Van der Laan. De taskforce heeft het over zijn „indringende, sturende rol”, over zijn geringe geduld en zijn behoefte snel resultaten te boeken. „Betrokkenen ervaarden dat procedures en regels geen belemmering mochten vormen voor snelle resultaten en een veiliger stad”.

    • Andreas Kouwenhoven
    • Bas Blokker