Aantal leerlingen dat lang thuiszit daalt niet

Vorig schooljaar gingen ruim 4.000 leerlingen langer dan drie maanden niet naar school. Onacceptabel, schrijft minister Slob.

Foto Koen Suyk/ANP

Het aantal leerlingen dat drie maanden of langer thuiszat is in het schooljaar 2016/2017 niet afgenomen, ondanks maatregelen van de overheid. In een brief aan de Tweede Kamer noemt minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs, ChristenUnie) dit “onacceptabel”.

In het zogeheten Thuiszitterspact uit 2016 spraken drie ministeries, gemeenten en scholen af dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden meer thuiszit. Maar het aantal ‘thuiszitters’ steeg afgelopen schooljaar zelfs licht, van 4.194 in 2015/2016 naar 4.214 in 2016/2017. In 2013/2014 waren er nog 3.254 kinderen die langer dan drie maanden thuiszaten.

De lichte stijging komt vooral doordat het ‘absoluut verzuim’ steeg, leerlingen die langer dan drie maanden niet ingeschreven waren op een school. In 2015/2016 waren er 1.602 van dat soort gevallen, vorig schooljaar waren dat er 1.700. Het langdurig ‘relatief’ verzuim - wel ingeschreven, niet bij lessen komen opdagen - daalde van 2.592 naar 2.514 leerlingen.

Thuiszitterspact

Volgens het Thuiszitterspact uit 2016 moet voor elke thuiszitter in 2020 een passende onderwijsplek zijn gevonden. Oud-Kinderombudsman Marc Dullaert was tot december 2017 ‘aanjager’ van die doelstelling. “Een moeilijke opdracht,” zei Dullaert in juli, “want voor elk kind in passend onderwijs is zorg nodig. En in veel gemeenten sluiten zorg en onderwijs niet goed op elkaar aan.” Om het aantal thuiszitters terug te dringen wil Slob betere samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs, schrijft hij in de Kamerbrief.

Lees over de plannen het aantal thuiszitters omlaag te brengen: ‘Geen kind zit straks nog thuis, écht’

Vrijstellingen

Volgens de Leerplichtwet moeten alle kinderen van 5 tot 16 jaar naar school. Het aantal vrijstellingen voor kinderen die door ernstige lichamelijke of psychische problemen niet naar school kunnen, steeg vorig jaar opnieuw sterk, van 5.537 naar 5.736.

Slob schrijft in de Kamerbrief dat hij gemeenten en scholen wil betrekken bij het afgeven van dit soort vrijstellingen. Nu beslist een arts samen met ouders of een kind geen onderwijs kan volgen.

In een aantal jaar is het aantal vrijstellingen verdubbeld. Slob: “Het is niet aannemelijk dat er in een paar jaar tijd zoveel meer kinderen zijn voor wie het onmogelijk is om onderwijs te volgen.”

    • Menno Sedee