Kamerlid Voordewind gaat te snel voor het kabinet

Nederland-Turkije Door een voorbarige uitspraak van CU’er Voordewind dat er een kabinetslid bij de herdenking van de Armeense genocide is, loopt de spanning met Turkije op.

Foto Robin Utrecht/ANP

Nederland heeft er weer een probleem bij met Turkije. Dit keer gaat de ruzie over de Armeense genocide. Hebben de Turken zich hieraan in 1915 schuldig gemaakt of niet? Het dispuut hierover is ook al ruim honderd jaar oud, maar ligt nog altijd uiterst gevoelig in Turkije dat ontkent dat een doelgerichte, systematische volkerenmoord op de Armeniërs heeft plaatsgevonden.

Landen die onomwonden spreken over genocide op de Armeniërs kunnen steevast rekenen op felle reacties uit Turkije. Nu in de Nederlandse politiek de kwestie opnieuw is opgerakeld is dit van directe invloed op pogingen de betrekkingen tussen Nederland en Turkije te normaliseren aldus een woordvoerder van het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Toen eind vorige week Tweede Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie) uitventte dat als gevolg van een motie van hem een lid van het kabinet op 24 april aanwezig zal zijn bij de jaarlijkse herdenking van de genocide in de Armeense hoofdstad Jerevan, was het slechts een kwestie van tijd voordat Turkije gebelgd zou reageren. De reactie volgde binnen twaalf uur. De Nederlandse zaakgelastigde Erik Weststrate werd nog dezelfde vrijdag op het Turkse ministerie van Buitenlandse Zaken in Ankara ontboden om opheldering te komen geven. Hij kon vrij snel klaar zijn met zijn uitleg. Er was namelijk nog niets besloten. Vooralsnog blijft het Nederlandse kabinet kiezen voor de behoedzame benadering. Hierbij wordt niet gesproken over Armeense genocide maar in neutralere bewoordingen over „de kwestie van de Armeense genocide”.

CU-Tweede Kamerlid te gretig

Joël Voordewind lijkt te gretig te zijn geweest toen hij vorige week zijn nieuws over een scherpere Nederlandse houding bekendmaakte. Er zijn formeel nog niet eens moties ingediend. Het debat in de Tweede Kamer over de Armeense genocide dat aanvankelijk vorige week zou worden gehouden werd uitgesteld vanwege het aftreden van minister Zijlstra (Buitenlandse Zaken, VVD). Wel heeft Voordewind, al jaren voorvechter voor de Armeense zaak, zich in de aanloop naar dat debat weten te verzekeren van de steun van de coalitiepartijen.

Oproep aan kabinet in motie

In één motie spreekt het Nederlandse parlement expliciet uit dat in 1915 genocide tegenover de Armeniërs heeft plaatsgevonden. Niet eerder waren de bewoordingen zo onomwonden. In een andere motie wordt de Nederlandse regering opgeroepen in april iemand af te vaardigen naar de jaarlijkse herdenking in Armenië.

Voordewind, wiens ChristenUnie tegenwoordig samen met VVD, CDA en D66 deel uitmaakt van de coalitie, zei er vrijdag van overtuigd te zijn dat het kabinet de oproep zou volgen. Minister Kaag (Buitenlandse Zaken, D66) en premier Rutte maakten vrijdag allebei helder dat zij nog niet zo ver waren en eerst het Kamerdebat wilden afwachten.

Waar het optimisme van Voordewind vandaan komt is onduidelijk. Op 8 februari stuurde de toen nog in functie zijnde minister Zijlstra antwoorden naar de Tweede Kamer over het genocidedebat en stelde zich toen in lijn met het standpunt van vorige kabinetten nog altijd terughoudend op.

Voor het Nederlandse kabinet is van belang dat wetenschappelijk wordt vastgesteld dat in 1915 sprake was van genocide en dat dit door een internationale gerechtelijke uitspraak of door de VN-Veiligheidsraad wordt bekrachtigd. Maar aangezien het in het geval van Armenië gaat om een gebeurtenis in het verleden, toen bovendien het begrip genocide niet werd gehanteerd, is het niet waarschijnlijk dat de Veiligheidsraad een uitspraak zal doen.

Dit laat onverlet dat de Tweede Kamer zich er natuurlijk wel over kan uitspreken. Dat gebeurde ook al in 2004 door met algemene stemmen een motie van de ChristenUnie aan te nemen waarin het kabinet werd opgeroepen „de erkenning van de Armeense genocide aan de orde te stellen”.

Nu zal de Tweede Kamer volgens Voordewind het oordeel voor eigen rekening nemen. Dat is wat anders dan het kabinet. Maar of Turkije dit verschil zal zien is de vraag.