Foto Nikola Nastasic

Verslaafd aan een pilletje voor het slapen

Erik Paling Verslavingsarts Stoppen met het slikken van slaappillen kan lastig zijn. Toch zoeken maar weinig mensen hulp, ziet verslavingsarts Erik Paling.

Zeg ‘verslaving aan middelen’ en je denkt aan mensen die flessen alcohol leegdrinken, cocaïne snuiven, heroïne spuiten of ghb slurpen – maar waarschijnlijk niet aan mensen die een slaappil innemen met een glas water. Toch is de verslaving aan de zogeheten benzodiazepinen, de pillen die gemiddeld één op de tien Nederlanders neemt om in te slapen, een groot probleem.

Van de 1,7 miljoen Nederlanders die slaapmiddelen gebruiken gelden namelijk 200.000 mensen als ‘afhankelijk’. Zo’n 15.000 mensen nemen daarbij hoge doses, vaak een veelvoud van de dagelijkse dosis van 10 milligram. „Die dagdosis is genoeg om mij 24 uur knock-out te slaan, maar ernstig verslaafden hebben door gewenning veel meer nodig. In mijn praktijk heb ik een man gehad die dertig keer de dagdosis gebruikte. Een ging zelfs tot zeventig keer de dagdosis”, vertelt Erik Paling.

Paling helpt als verslavingsarts bij een zorginstelling in Leiden mensen bij het afkicken van alcohol, drugs én wat hij ‘benzo’s’ noemt. „De regio Leiden is een hotspot van mensen die afhankelijk zijn van benzo’s, net als de regio’s Den Haag, Amsterdam en ook Zuid-Limburg”, zegt Paling, die geen verklaring heeft voor de regionale verschillen. Dat betekent niet dat benzogebruikers bij Paling de deur platlopen: „Ik zie maar één of twee keer per maand iemand die wil afkicken van benzo’s. In heel Nederland staan maar achthonderd ernstig verslaafden ingeschreven bij de verslavingszorg.”

Mogelijk schrikken grootgebruikers terug voor „het stigma verslaving”, oppert Paling. Zeker is dat veel gebruikers geen idee hebben hoe gevaarlijk de slaapmiddelen kunnen zijn, zegt Paling, die bij Radboudumc in Nijmegen onderzoek doet aan benzodiazepinen. Benzo’s hebben vaak bijwerkingen (moeheid, sufheid, coördinatieproblemen) en verliezen al snel hun effect waardoor je steeds meer nodig hebt, terwijl afkicken voor velen heel lastig is.

Wat is een typische verslaafde?

Paling zoekt voorzichtig naar woorden. „In mijn praktijk is dat een gemiddeld opgeleide man of vrouw tussen de dertig en veertig, die angstig en eenzaam is. Deze gebruiker heeft vaak geen werk, nauwelijks sociale contacten en geen hobby’s. Is angstig, vaak met paniekaanvallen, heeft ernstige slaapproblemen en lichamelijke klachten. Wat ik weet uit onderzoek is dat meer vrouwen elke dag een pil gebruiken. Maar ik heb het hier over mensen die vele pillen per dag gebruiken. Mannen lijken gevoeliger voor heftige verslavingen.”

Kun je echt spreken van verslaving?

„Ja, wel degelijk.” Paling pakt de DSM-5, het handboek voor de psychiatrie. „Hierin staan elf criteria en als je er twee binnen een jaar hebt, spreek je van verslaving.” Hij leest wat criteria voor: „Meer gebruiken dan gepland, vergeefs proberen te stoppen, hunkering naar het middel, niet goed kunnen zorgen voor je kinderen, verzuim van werk. Nou, dat zie ik allemaal in mijn spreekkamer.”

Artsen mogen benzo’s maximaal twee keer vijf dagen voorschrijven. Moet de richtlijn niet strenger?

Lange stilte. „Huisartsen zijn goed bekend met de richtlijn en schrijven zuiniger voor dan vroeger. Maar artsen zitten met een ongemakkelijk gevoel: wat moet ik doen in de spreekkamer met de wanhopige man of vrouw die niet slaapt? Cognitieve gedragstherapie bij slaapstoornissen is bewezen veiliger en effectiever dan pillen, maar de ellende is: helaas bijna niet verkrijgbaar. In mijn regio Leiden kan ik niet doorverwijzen, want er zijn geen therapeuten. Dat zijn we hier wel aan het ontwikkelen.”

Hoe ernstig zijn de bijwerkingen?

„In het begin vallen zeker ouderen nogal eens, door een combinatie van sufheid en spierverslapping. Bij langdurig gebruik treedt cognitieve schade op en die is groter bij langduriger gebruik en hogere doses. De intelligentie gaat omlaag, en herstelt ook niet helemaal. Mensen zijn trager met denken en hebben moeite met onthouden. In Nijmegen hebben we een database met de gegevens van een kleine honderd gebruikers. We hebben hun IQ gemeten en vergeleken met het IQ dat ze hadden vóór hun benzogebruik; dat oude IQ is vastgesteld met een test die ook wordt gebruikt bij mensen met hersentrauma. Het blijkt dat het IQ 5 tot 10 punten daalt [het gemiddelde IQ is 100]. Het is overigens een eerste analyse, waarbij we nog moeten kijken in hoeverre andere factoren een rol spelen bij de IQ-afname. Sommige publicaties suggereren dat er een correlatie is tussen langdurig gebruik van benzodiazepinen en dementie, maar een oorzakelijk verband is daar lastig vast te stellen.”

Hoe lastig is het om af te kicken?

„Sommige gebruikers stoppen heel makkelijk, die zijn blijkbaar niet erg verslavingsgevoelig. Maar voor anderen is de ontgiftiging van benzo’s lastig. Bij elke poging lukt het uiteindelijk maar 40 procent om af te kicken. Daarbij speelt de biologie een grote rol, net als bij ghb. Wie is ontgift van alcohol, coke of opiaat, voelt zich na twee weken veel en veel beter – dat is een enorme stimulans om door te gaan. Benzogebruikers hebben soms maanden na het stoppen nog lichamelijke, psychologische en zintuigelijke klachten: zweten, trillen, tintelingen, angst, somberheid. Mede daarom kijken we nu in Nijmegen naar flumazenil.”

Flumazenil?

„Flumazenil is het tegengif van benzodiazepinen en is in Italië en Australië bij vele honderden mensen gebruikt om de afkickverschijnselen te dempen. Door het vele benzogebruik hebben mensen steeds meer nodig. Flumazenil maakt de benzo’s weer effectiever. Met een lage dosis flumazenil zou de ontwenning veel minder heftig verlopen. De Italianen en Australiërs hebben hiermee zeer goede resultaten bereikt, waarover meerdere studies zijn gepubliceerd.”

Dus we kunnen het in Nederland ook gaan gebruiken?

„Niet zonder meer. Die studies zijn minder goed dan je zou willen. Daarin zijn flumazenil-gebruikers vergeleken met gebruikers die in een keer afkickten dan wel een kortwerkend middel kregen. Flumazenil is niet vergeleken met wat internationaal de standaardbehandeling is. Bij die behandeling krijgt de gebruiker eerst een langwerkend middel en dat wordt in vijf weken afgebouwd. Wij zijn in Nijmegen nu bezig om een studie op te zetten, waarbij we dertig mensen behandelen met flumazenil. Daarbij kijken we naar ontwenning en angst voor tijdens en na de behandeling. Die resultaten vergelijken we met de patiënten in de historische database, die we eerder regulier hebben afgebouwd. Het blijft moeilijk om patiënten te vinden. Dat komt dus doordat zich zo weinig mensen bij een verslavingskliniek melden.”