Verantwoord gebruik van geweld moet bij agent ‘inslijten’

Geweldsinstructie De dood van een arrestant in Waddinxveen leidt tot protest tegen politiegeweld. Het korps houdt weinig gegevens bij over incidenten en trekt er nauwelijks lering uit.

De politie arresteert een deelnemer aan een demonstratie tegen politiegeweld in Den Haag, in 2013. Foto Dejan Jeremic/ANP

Stenen die door de lucht vlogen, vernielde winkels en kapotgeslagen bushokjes. Na de arrestatie en dood van Mitch Henriquez waren er in de zomer van 2015 dagenlang rellen in de Haagse Schilderswijk. Deze maandag is er in Den Haag opnieuw protest tegen buitensporig politiegeweld. Vrienden en kennissen van Paul Selier, de man die op 2 februari overleed na zijn aanhouding in Waddinxveen, komen samen op het Malieveld.

De toedracht van Seliers dood is nog niet bekend. Volgens het Openbaar Ministerie verklaren de bloeduitstortingen die hij aan zijn arrestatie overhield zijn overlijden niet. Maar de Haagse zanger John Medley, initiatiefnemer van het protest, ziet overeenkomsten met de zaak-Henriquez. Op filmbeelden die een voorbijganger maakte, is te zien hoe agenten Selier tegen de grond drukken. Een van hen stompt de 39-jarige haringverkoper herhaaldelijk. De beelden roepen opnieuw de vraag op of de wettelijke bevoegdheid van agenten om geweld te gebruiken voldoende begrensd is. En leert de politie van eerdere incidenten?

Lees ook: Amnesty waarschuwt voor misbruik taser door agenten

Jaarlijks melden agenten ongeveer 14.000 geweldshandelingen, waaronder de afgelopen vijf jaar gemiddeld dertig schietincidenten. Daarbij vielen elk jaar zo’n drie doden en dertig gewonden.

Hoe ver agenten mogen gaan bij het gebruiken van geweld, ligt vast in de Politiewet en de zogeheten ambtsinstructie. Daarin staat dat agenten horen te kiezen voor de lichtste vorm van geweld waarmee zij de situatie de baas kunnen zijn. Elke keer dat zij geweld hebben gebruikt, moeten ze dat intern melden en uitleggen. Voor de inzet van traangas, pepperspray en het dienstpistool gelden bovendien extra voorwaarden. Zo moet een agent pepperspray van ten minste een meter afstand gebruiken, en niet langer dan een seconde.

Voor de wapenstok, fysiek geweld en politiehonden bestaan geen wettelijke instructies. Volgens Jan Struijs, voorzitter van de Nederlandse Politiebond, is dat geen probleem. Je moet als agent vaak in een split second reageren, zegt hij, en „dat valt niet in protocollen te vatten”. Welk geweldsmiddel een agent kiest, hangt bovendien sterk af van de situatie en staat waarin een arrestant verkeert, zegt Pieter Beljon, woordvoerder van de Politieacademie. „Het is makkelijk oordelen op basis van zo’n filmpje, maar ga er maar aanstaan met een volledig doorgesnoven of doorgedraaide verdachte. Een enorme klap kan dan hetzelfde effect hebben als een lichte duw bij een ander.”

Nekklem

Critici vinden dat agenten hierdoor erg veel vrijheid hebben om zelf te kiezen welk geweldsmiddel ze inzetten. Bovendien hoeven agenten echt niet altijd in een split second te reageren, zegt Jaap Timmer, politiewetenschapper aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Het risico dat agenten lopen als ze langer nadenken voor ze overgaan tot geweld wordt overschat volgens Timmer. „Politiegeweld is een wettelijke bevoegdheid en lang niet altijd en uitsluitend een reactie op geweld van burgers.”

Om agenten de wat ruime voorschriften in acute situaties goed te laten toepassen, vertrouwt de politie op het inslijten van automatismen. Op de Politieacademie leren ze arrestatietechnieken en een mix van de vechtsporten judo, karate en krav maga. Ook worden agenten tijdens hun loopbaan jaarlijks getoetst op regels over het gebruik van vuurwapens, pepperspray en handboeien en krijgen ze tussen de 32 en 42 uur training met deze geweldsmiddelen.

Omdat ze in de praktijk gemiddeld ongeveer één keer per jaar een geweldshandeling uitvoeren, zijn de meeste agenten afhankelijk van deze trainingen om hun oordeelsvermogen en automatismen scherp te houden. Maar bij veel eenheden worden niet genoeg trainingsuren ingeroosterd, en agenten nemen bovendien niet altijd deel. Zo komt de helft van hen niet aan de verplichte 32 uur, blijkt uit ledenonderzoek van de politiebond.

Politiegeweld is een wettelijke bevoegdheid en lang niet altijd en uitsluitend een reactie op geweld van burgers.

Naast onvolledige geweldsvoorschriften en een gebrek aan training ziet Timmer nog een ander probleem. De politie heeft volgens hem te weinig lerend vermogen. Trainingsprogramma’s worden soms aangepast, maar hier gaat geen grondige analyse aan vooraf. Zo wordt sinds de dood van Henriquez meer met de nekklem geoefend, maar of en hoe dat moest gebeuren, werd niet onderzocht, zegt Timmer. „Je hebt dan een steekproef van één geval.”

Om zo’n analyse te kunnen maken, zijn gedetailleerde gegevens nodig over de inzet van geweld door de politie. Die zijn er nu niet. Agenten zijn verplicht elk geweldsincident te melden, maar deze meldingen worden niet systematisch geregistreerd of ingedeeld in categorieën. Daardoor is niet bekend hoe vaak de verschillende geweldsmiddelen door de politie worden ingezet. Ook rapporteren agenten alleen de verwondingen die ze zelf bij arrestanten hebben waargenomen, terwijl de ernst en aard van letsel vaak pas later duidelijk worden. Gestructureerd onderzoek naar bijvoorbeeld de effecten van de nekklem is daardoor niet mogelijk.

Van alle geweldshandelingen met ernstig letsel tot gevolg registreren politie en OM alleen schietincidenten gedetailleerd. Maar volgens Controle Alt Delete, een organisatie die politiegeweld monitort, overleden in 2016 en 2017 naast slachtoffers door politiekogels ook tien mensen tijdens of na contact met agenten zonder dat daarbij een schot gelost werd. Vier van hen zouden met psychische problemen hebben gekampt.

Psychose

De politie treft hierbij meestal geen directe schuld, zegt onderzoeker Gerbrig Klos van Amnesty International. Maar soms blijkt dat bij de inzet van bepaalde geweldsmiddelen wel structureel iets misgaat. Zo zouden agenten volgens Klos terughoudender moeten zijn in het gebruik van geweld bij mensen met een acute psychose, omdat bij hen de kans op letsel groter is.

De politie is zich ervan bewust dat het anders moet, zegt Peije de Meij, portefeuillehouder geweld bij de Nationale Politie. Sinds de Nationale Ombudsman in een kritisch rapport uit 2013 stelde dat de politie geweldsmisbruik telkens wegzet als „ongelukkig incident”, is de politie aan de slag gegaan met verbeteringen. Zo wordt de ambtsinstructie op onderdelen aangepast en komt er een landelijk registratiesysteem, aldus De Meij. Hierdoor moet het registreren, evalueren en beoordelen van geweldshandelingen in het hele korps op dezelfde manier gaan verlopen.

Amnesty-onderzoeker Klos juicht nog niet. „Dit wordt al járen beloofd. Dus eerst zien, dan geloven.”

    • Kasper van Laarhoven